Journalist Stef Telen hekelt Leuvense kneuterigheid
dinsdag 25 november 2008
Het orgel zou, zelfs nadat de Contius Foundation een afgeslankte versie voorstelde, te groot en te gezichtsbepalend zijn voor de Sint-Pieterskerk. Een ander argument, in de Leuvense gemeenteraad opgepikt, spreekt van een onverzoenbaarheid tussen de gotiek van het godshuis en de barok van het orgel. Jammer, vooral als je weet dat er talloze voorbeelden bestaan van gotische kerken met barokke orgels.
Helemaal spijtig is dat de bevoegde instanties eigenlijk alleen maar ’ja’ hoefden te zeggen. De Countius Foundation zorgt zelf voor alle fondsen. Het stadsbestuur en de stichting hebben hard onderhandeld om liefst 1,25 miljoen euro bij de Nationale Loterij los te weken. Geld dat mogelijk naar een andere stad trekt, want de Countius Foundation is de negatieve commentaar en vooral de negatieve adviezen van de administraties meer dan beu. Dat de Sint-Michielskerk nog in aanmerking komt voor het orgel is geweldig nieuws. De critici zullen zeggen logisch nieuws, want een barok orgel past nu eenmaal in een barokke kerk. Maar het is ook een troostprijs. De Sint-Pieterskerk is het uithangbord van toeristisch Leuven en wereldberoemd. Het torentje is zelfs beschermd als Unesco-Werelderfgoed. Dat een miljoenengeschenk daar niet welkom is, is triest.
Arm Vlaanderen, in dit geval, maar ook arm Leuven. Burgemeester Louis Tobback heeft lang niet altijd gelijk, maar wel als hij stelt dat Leuven maar niet van zijn Ernest Claes-gehalte afgeraakt. Kneuterigheid viert er nog steeds hoogtij, alsof de stad alle moeite van de wereld wil doen om maar niet teveel op te vallen. Als Leuven als eerste stad in het hele Belgische land laatavondwinkelen op donderdag invoert, haken na enkele maanden de eerste deelnemers af. Geen onmiddellijk succes, dus nooit succes, klinkt het dan. Als in Leuven een opvallende kunstcampagne opduikt die de inwoners laat nadenken over de gevolgen van de hoge vlucht die de stad neemt, rijst er kritiek. Wie begrijpt zoiets en staat het stadsbestuur achter het duidelijk anti-liberale gedachtengoed van de kunstenaar? Als het Kunstencentrum Stuk subsidies krijgt voor de bij momenten indrukwekkende programmatie is de vraag of ’de Leuvenaar’ daar wel komt.
Pas op. Ik ben geen Leuvenaar. Ik ben er niet geboren en woon er nog maar net. Ik heb zelfs nooit aan de Leuvense hogescholen of universiteit gestudeerd. Ik ben een inwijkeling, zoals het gros van mijn buren, collega’s en zakelijke contacten. Of mijn mening er toe doet, houd ik in het midden. Maar dat Leuven eens stilaan wat van zijn bescheidenheid mag laten varen staat als een paal boven water. De stad moet zijn plaats als grootste stad ten oosten van Brussel, als provinciehoofdplaats en vierde stad van Vlaanderen opeisen. De Leuvense bakstenen zijn klaar voor de vlucht voorwaarts, nu nog geest van de Leuvenaars.