http://www.leuvencentraal.org
Verstuur dit artikel via mail title= Verstuur dit artikel via mail

Helikopterend gemijmer van een halve Leuvenaar

vrijdag 16 mei 2008, door Rik Vanmolkot

Over nuances, wat meer durf, engagement, alertheid?

Dit is een tijd als vele andere tijden. Er gebeurt niets bijzonders.

Rik Torfs, Lof der Lankmoedigheid (1)

Expos, musées, manifestations : on est saisi par le spectacle des spectateurs bien plus que par ce qu’il y a à voir ou à entendre. Ce qui rend presque impossible la jouissance des lieux et des oeuvres, car le non-sens innombrable de la masse s’y oppose – autrement plus significatif, mais de quoi ?

Jean Baudrillard, Cool Memories IV (2)


Laten we het alter ego van de auteur van het eerste citaat even links liggen en nemen we zijn lovenswaardige Lof der Lankmoedigheid ter hand.

Volgens onze ijverige Leuvense prof snijden vier dingen de kunst de pas af: overdadige symboliek, overijverige omkadering, hang naar troost en vernieuwingsdrang. Dat geldt in zekere mate ook over het brede cultuurveld. En laten we daar zoals Baudrillard de massa aan toevoegen. Want daaraan wordt het belang van kunst en cultuur door velen, hoe je het ook draait of keert, (spijtig genoeg) meestal nog aan afgemeten. De cijferfetisjisten blijven de dienst uitmaken.

Interessant vooral is zijn waarschuwing tegen overijverige omkadering als remedie tegen kunst. Het is een beetje als de geforceerde voor- en achterklap bij sommige toneelvoorstellingen.

Ook beweert hij dat vernieuwing ten onrechte met creatieve onrust in verband gebracht wordt, en met kolkende gedachten: vernieuwing is vaak een vlucht voor waarachtige onrust. En over de jeugd – Leuven zet in op jongeren! – zegt onze eminente professor dat als de jeugd ons niet radeloos maakt, we pas dan veel van haar te vrezen hebben. (3)

Boeiende flankerende gedachten zijn dat bij een ambtelijk cultuurbeleidsplan. Wist u trouwens dat de 3-dubbele uitgave (Stultitiae Laus – Lof der zotheid – Lof der lankmoedigheid) eind 2006 door de zustersteden ’s Hertogenbosch en Leuven werd uitgegeven? We zijn te bescheiden. Het is zoals de burgervader van deze, onze vroede stede regelmatig stelt: we hebben reuzenhoge beelden van bv. Sylvain Van de Weyer - wie in Leuven weet wie Van de Weyer was? -, maar aan het minuscule beeldje van Erasmus bij het begin van de Mechelsestraat lopen we achteloos voorbij.

Over ‘veel (te veel?)’ en te weinig

Het wordt druk in mijn hoofd wanneer ik me de lijst aan doelstellingen, activiteiten, instellingen, organisaties, verenigingen, producties, vormingsaanbod, cijfermateriaal etc. uit het cultuurbeleidsplan terug voor ogen haal, wanneer ik op een kraakheldere en koude winterdag de pracht van het stadhuis tegen het blauwe zwerk aanschouw. Zouden de passanten weten dat Leuven zo’n cultuurminnende stad is? Aan de commentaren van een aantal culturo’s te lande te horen - vooral vanuit de ‘grotere steden’ - waarschijnlijk niet. Volgens velen onder hen is Leuven mak en middle-of-the-road, is er niet veel te beleven, ‘verstikkend’ hoorde ik zelfs eens - en zijn ze er liever weg dan thuis. Misschien heeft dat wel te maken met het feit dat velen onder hen hier studeerden en zich de stad nog steeds voorstellen als toen. Begrijpelijk, maar, mijn beste Watson, dwalen ze niet? Als halve buitenstaander moet ik hen toch (groten)deels teleurstellen, en de professionele commentaarleveranciers lijken dat ook te doen.

Ik sluip weg en vind op amper honderd meter van de best aangename fietsende en winkelende studenten- en burgerdrukte rust in de luwte van een klein koffie- en boekenhuis waar me lederen zeteltjes en een heerlijke keuze aan koffie wacht. Eindelijk zo’n plek in Leuven. Hoeven we niet meer naar New York of zo te reizen om rust te vinden in een boekhandel-boekhuis.

Ik lees verder in het beleidsplan. Ja, zeg, bezige mensen zijn het, die bijna 100.000 Leuvenaars in hun vrije tijd op vlak van cultuur, zowel actief als passief. En dan gaat dit plan nog in grote mate voorbij aan het goede en zinnige dat zich in de commerciële kunst- en cultuursector afspeelt. Enorm aanbod, uit alle uithoeken van het land (of moeten we het lelijke ‘regio’ bezigen), uit Europa en de wereld.

Wat kan je nog aan bedenkingen over het cultuurbeleidsplan nog toevoegen buiten wat de bijdragen die voorafgaan al aanbrachten? Wat obligate mijmeringen als ‘er mag wat meer aandacht voor poëzie zijn’? Wie weet dat we hier mogen bogen op een van belangrijkste dichters uit de lage landen en een fijne poëzie-uitgeverij die naarstig aan de weg timmert naast de vele andere – culturele - uitgeverijen die we rijk zijn . (4) Er mag ook wat meer gebeuren rond kunst in de openbare ruimte, wat gedurfder in aanpak. Het ontbreekt de stad binnen de ring ook aan publieke groene ruimten…. toch ook een voedingsbodem voor cultuur. En zo kunnen we nog doorgaan met randbemerkingen. Maar een stad hoeft niet voor alles voorwaarden te scheppen, alles te hebben. Ze is daar beter selectief in, zoniet fnuik je de creativiteit te veel. Die druk om in alles goed te zijn, altijd maar te moeten excelleren is er heus wel, kijk maar naar het bedrijfsleven, het onderwijs, overal zowat. Excelleren kan je misschien even in een bepaald gebied en op een bepaald ogenblik, dat geldt voor universitaire departementen evengoed als voor steden.

Er zijn nog te weinig scherpe keuzes gemaakt, maar dat ligt misschien ook aan de hogere overheid die het stedelijk cultuurbeleid opzadelt met wel héél veel verwachtingen. Je hoort nogal wat commentaar over de plan- en regellast: wordt onze culturele sector niet teveel geregeerd en overgereglementeerd door een zelfgenoegzaam gezelschap? Hier hoort misschien de titel van een goed boek: A Confederacy of Dunces van John Kennedy Toole. Gelukkig en hopelijk lijkt er een fase aangebroken die de subsidiariteit hoog in het vaandel draagt. Visionaire stadsbesturen kunnen dat aan.

Weinig, bijna geen woord over wat er zich bezuiden de taalgrens afspeelt. Of all places zou Leuven toch die voortrekkersrol moeten spelen. Het is alweer of we geen Zuiderburen hebben hier in Leuven! Een kwartier fietsen en plots spreekt iedereen een andere – en wat voor een - taal! Het blijft een tegenspraak waar deze regio en ook deze stad aan lijden: weinig uitstaans met de dichtstbijzijnde cultuur. Donders spijtig toch. Zijn we ziende een beetje bijziend? Waarom geen festival van de Waalse cultuur in Leuven? Het moet niet altijd Finland, Palestina of Patagonië zijn, niet?

En: wat zijn we toch vriendelijk voor elkaar en de stad…

Interessant is ook dat de niet-Leuvenaars onder de bijdragen allen resoluut naar Brussel verwijzen, en bijna al de andere – Leuvenaars – dat helemaal niet doen, terwijl we toch in de schaduw van ‘s lands enige grote metropool leven, bovendien onze hoofdstad en die van Europa, waar we ons aan de wereld tonen en de wereld zich aan ons …. zouden we dan toch een beetje teveel navelstaren? Voor niet-ingewijden beperkt de relatie Leuven-Brussel zich tot het grappige Meyboom-incident, een van de betere folklore-evenementen, of tot de betutteling van de hogere overheid, een stokpaardje van onze burgemeester. Een interessant debat kondigt zich aan. Nu nog reflectie daarover.

De lof van Leuven…’goe bezig’, maar

De lof van Leuven wordt veel bezongen in de bijdragen. Nu ja, iedere zot prijst zijn eigen kot, zegt het spreekwoord. Vooruit dan maar, ik doe ook mijn duit in het lofzakje:

meer dan 400 socio-culturele organisaties op nog geen 100.000 inwoners bestaan*** een stad met een fascinerende geschiedenis en indrukwekkend patrimonium (De Standaard) *** een cultuurcentrum dat op zijn eentje 200.000 bezoekers telt *** een erg goed draaiende bib, prachtig behuisd *** Het Depot dat potten breekt *** meer dan 50 koren, van alle maten, gewichten, gezindtes *** een weelde aan grote en kleine uitgeverijen *** de langste toog ter wereld *** een stadje waar ik op één jaar tijd de integrale cellosuites van Bach live kon beluisteren, zowel door Anner Bylsma als door Pieter Wispelwey, beiden top of the top - wie doet beter? *** een stad van waaruit vele creatievelingen en programmatoren nu de dienst uitmaken elders in Vlaanderen en daarbuiten *** steeds meer participatieve projecten en interessante projecten die kunst en erfgoed met maatschappelijke verantwoording combineren; een voorbeeld: zie wat de vzw De Hulster en de vzw Walden (wat een heerlijke naam toch voor een vzw) in de Sint Jacobskerk die al veertig jaar dicht is konden doen met hun bewoners, samen met cie Tartaren, met de Mater Dei-school, de scouts, de Leuvense stadsgidsen en kunstenaars *** een oeverloos aanbod aan vorming(sinstellingen), meer dan 50 typisch vormingsgerichte instellingen, naast het hele reguliere aanbod van onze onderwijsinstellingen **** vele initiatieven die uitgegroeid zijn tot klassiekers: Licht Gekanteld, Rode Hond, het Kortfilmfestival, Kulturama, Improvisatiefestival, Africafilmfestival, Transit, et j’en passe *** een ruim vakantie- en winteraanbod ook voor jongeren *** een stad met heerlijke verborgen hoekjes *** immer stijgend aantal enthousiaste cultuurtoeristen *** een betrokken Sint-Michielskerk waar ’s avonds regelmatig gratis concerten en optredens die er toe doen gehouden worden *** een stad die jaarlijks 200 leerlingen een week naar Weimar en Buchenwald stuurt om er een cultuurdemocratisch bad te krijgen *** afgestudeerden die heel de wereld bevolken ***

Maar, ook een stad ….

waar de grootste biergigant ter wereld huist, maar niet echt cultureel betrokken is of weegt op de stad, dat geldt trouwens voor zeer veel van de bedrijven *** waar de studentenvertegenwoordigers enerzijds doen alsof ze al in het parlement zitten, en anderzijds beslissen geen politieke standpunten in te nemen, faut le faire *** waar de universiteit en de studenten dikwijls slechts melkkoe voor de commerce zijn, en er vlotjes in trappen *** waar er een rel ontstaat in de lokale media over studenten en broodjeszaken, u leest het goed, broodjeszaken *** een intellectueel centrum met al bij al nog niet zo veel goede boekhandels, waar je bovendien bijna nergens goed zit *** een stad die debat wenst, maar waar zitten de mensen die zich er mee willen moeien? *** een stad zonder noemenswaardig kritisch medium (ah, het verdronken Dijlepaard…) *** waar het cultuurbeleidsplan niet spreekt over andere steden in Vlaams-Brabant, of, laat staan, Waals-Brabant *** die ook zowat de duurste stad van België is *** waar Charter 2020 misschien wat meer op de markt thuis mag horen - in plaats van in cenakels - misschien ook een hoger Charta 93-gehalte mag krijgen? *** een stad zonder grote concert- en podiumzaal die naam waardig, maar dat geldt ook voor Mechelen, trouwens ook voor Brussel; misschien samen een zaal browen in Haacht? *** waar niet al te veel confronterends aan de hand is *** waar een mens al schrik heeft voor een hoge boete als de snelbinder van zijn/haar fiets wat versleten is *** waar de culturele plekken evenveel bezocht worden tijdens de periode zonder studenten *** waar vooral over feestcultuur gesproken wordt als het over de studenten gaat *** waar de rector bij aantreden veel interviews weggaf over hoe het zou veranderen, hoe de universiteit zich meer zou engageren in de samenleving, met name stelling nemen tegen de kanker van de uitsluiting die in onze samenleving om zich heen grijpt… maar mag toch wat meer zijn dat een fonds voor mijn dierbare dorpsgenote uit mijn jeugd Jeanne Devos in India en het debat over de k in de kul? ….*** waar de culturele publieken niet echt gemengd geraken ***

U merkt het, mijn bedenkingen zijn vooral van zeer brede maatschappelijk-culturele aard.

(Té) goed, en dus: niet goed genoeg? Van een plakje naar een ons.

Het gaat té goed in Leuven, hoor en lees je. Waardoor kritische zin wat verdwijnt? Kritische zin ten opzichte van onze samenleving met steeds meer arme mensen, met haar perceptie en trends, haar sloganeske ‘merknaam’-feelgoodgeneratie, haar goedkope en vlugge happen, ook op het vlak van cultuur. Ten opzichte van onze door populisme gedreven wereld waar wat complex is automatisch verdacht is, waar alles liefst simpel moet voorgesteld worden, hoewel het steeds complexer wordt; waar van alles teveel en teveel van hetzelfde is; waar we door overdaad stikken en velen op het ziekelijke af naar pseudo-ervaringen zoeken; waar kranten, magazines en audiovisuele media meer door concurrentie dan door inhoud gedreven worden, waar informatie wordt verward met ontspanning, waar journalistiek door tijd- en gelddruk steeds kritieklozer wordt, waar cultuur in het onderwijs quasi verdwenen is, historisch inzicht en lessen geschiedenis en esthetica met het badwater weggespoeld worden, waar we liefst het vlugst met onze smetloze polluerende 4x4 de kindjes naar honderd-één activiteiten brengen…

Het stadsbeleid ter zake, zowel rechtstreeks als onrechtstreeks, lijkt een mooi tegengewicht te vormen voor die immer oprukkende mediagestuurde commerce in cultuurland, waar cultuurcommunicatie steeds meer dreigt af te vloeien naar commerciële en vrijetijdscommunicatie, te veel marketing- en glijmiddel wordt, en steeds minder inhoudelijk, entertainmentcommunicatie wordt eigenlijk. En toch, cultuur = communicatie, zo leerde ik dat hier aan mijn alma mater en dat beweerde ook mijn mentor Claude Lévi-Strauss. Leuven mag dan al met zijn cultuurwerking stevig de wereld binnen trekken in de stad, maar, zoals Sigiswald Kuijken het stelt, moet ook reflecteren over de alomtegenwoordige vervlakking. Is een stad als deze waar kennis, kunst, cultuur en innovatie op een unieke wijze samenkomen het niet aan zichzelf verplicht om tegen de al makke(lijke) (cultuurcommunicatie)stroom in te roeien, of die althans te begeleiden?

Als we via kunst en cultuur onze weg beter vinden in het trachten te begrijpen van de complexe en soms geordende chaos die onze samenleving is, en als we , ondanks de populistische media en de ratrace waarin velen onder ons verzeild raken, wat meer verlichting en verluchting, schoonheid vooral en (toch wel) ook troost kunnen bieden, is het al veel. En als daar (wat meer) maatschappelijk engagement bij kan, wat meer nuance ten opzichte van de pensée unique, dan zijn we in Leuven goed op weg. Misschien kan die ook komen van de meer dan 150 (174 las ik laatst) verschillende nationaliteiten in onze stad, waarvan ruim 65% van buiten de EU komt? En dat zijn niet alleen asielzoekende vluchtelingen. Leuven mag vooral op dat vlak wat meer ambitie koesteren. De discussie over architectuur en urbanisme is daar een voorbeeld van, b.v. over de (reddings)boeiende veranderingen aan de Vaart (Kom naar de Vaartkom!).

Oh ja, d’unif

Om die discussie en dat debat aan te wakkeren en mee te voeren heeft de stad de meest evidente partner binnen haar grenzen. Wat een weelde. In tegenstelling tot wat ik verwachtte is de rol van de universiteit niet écht een item in vele beschouwingen in deze publicatie. Zou het dan toch zo zijn dat de relatie stad-universiteit op het vak van cultuur een non-issue is? Kan dat? Hier en daar wordt gehoopt op verjonging van ideeëngoed, dat vanuit de studenten zou moeten komen? Euh, werkt dat zo? Is het niet vooral de universiteit zelf, en niet zozeer haar studenten, die een venster op de wereld is voor de stad? Laat me het zo stellen: Leuven trekt op vele manieren de wereld binnen, maar dé manier om Leuven de wereld in te trekken is toch de universiteit, of zou dat toch moeten zijn? Aan die kruisbestuiving mag meer gewerkt worden. Studenten mogen dan tijdelijke allochtonen zijn in de stad, de universiteit is hier al eeuwen. En toch kan/mag de verbondenheid met de stad en vooral met haar bewoners beter. Ze bestaat al in bepaalde ‘pockets’, hier en daar, maar het mag dus wat meer zijn, misschien wat strategischer ook, toch op het vlak van cultuur.

De onlangs toegekende eredoctoraten aan Roberto Benigni (kunst als onthulling van de waarheid), Rem Koolhaas (plaats van architectuur in de samenleving), Sigiswald Kuijken (op zoek naar de bron, ontdoen van overtolligheid en toevoegingen) en David Grossmann (verzet tegen denken in categorieën), in het kader van het nieuwe Instituut voor Onderzoek in de Kunsten, was een mooi initiatief en belangrijk statement. Daar hadden de stad en de culturele spelers meer kunnen op inpikken en hun schouders onder kunnen zetten. Dat zijn belangrijke momenten. Er kondigt zich nog zo’n moment aan: eind April 2009 komen 46 Europese landen samen in Leuven en Louvain-la-Neuve om 10 jaar Bologna-hervorming van het hoger onderwijs te bespreken. Laat de kunst- en cultuursector in Leuven dan eens uit z’n kot komen.

De M van Molens

Ik kom wel eens in de Molens van Orshoven. Kijk, dat is nu eens een plek in onze stad die interessant is. Nu al een broeinest van kunst, cultuur, educatie en participatie. Daar gaat men zijn eigen weg. En de stad honoreert dat ook. Dat is de juiste relatie. Nu blijkt een vastgoedontwikkelaar tot een overeenkomst gekomen te zijn met de eigenaars van die beschermde site. En de optie om er een levend cultuur- en kunstencentrum van te (blijven) maken, lijkt verankerd. Dat zijn de dingen om op in te zetten!

M van Museum Leuven, M van de Molens en dan het STUK: het wordt drummen om subsidies en financiering op de kunstsien.

Een groot project?

Her en der in Leuven en in deze publicatie wordt gepleit voor een groot project à la Europese of Vlaamse Cultuurstad en dies meer. Als evidente cultuurstad is Leuven dat aan zichzelf verplicht, zo luidt de redenering.

Ondertussen weet elke cultuurwatcher maar al te goed dat in dit tijdsgewricht de belangrijkste fase van de hele zwik (en soms zwendel) een gedegen participatieve voorbereiding is, die bovendien veel interessanter is dan het jaar zelf. Zo’n jaar verwordt in de meeste gevallen tot een inhoudelijk mager citymarketing- en toeristisch event, zoals dertien in een dozijn. De stad wordt wakker met een kater, een jaar later. De bewoners, en zeker de minder begoeden hebben er weinig of niets aan. De pralines en het bier gaan wel vlot over tong en toog, en het obligate internationale kunstencircus komt langs. En dan? Zo gaat dat ook met festivals. Het zijn niet de grote festivals, wel de kleine die er toe doen, en zo heeft Leuven er nogal wat… Het wordt me zwaar te moede als ik lees dat de grote Europese festivals ‘uitstekend geplaatst zijn om te communiceren over maatschappelijke betrokkenheid en verantwoordelijkheid’, tegen xenofobie etc. in het kader van het Europees jaar van de culturele dialoog (da’s dit jaar). Tjonge toch, 99 Luftbalonen… Ik heb zo zachtjesaan mijn bekomst van die Europese cenakels en bijeenkomsten in Brussel en elders waar ik wel eens als expert/chinese vrijwilliger en doekje voor het bloeden opdraaf (weet u wel, de participatie van de ‘civil society’). Ze zijn er vooral om het ego en de ecologische voetafdruk van de officiëlen te vergroten, als gewetensussertjes.

Laten we het hier bescheiden houden en tegelijk niet al té bescheiden, door ons daar niets van aan te trekken. Vergeten we even die cultuurjaren en grootse festivals en laten we misschien terug keren naar de verwijzingen naar Brussel in deze bundel. Daar kondigen zich interessante pistes aan. Misschien daarover toch maar eens een taskforce bijeenroepen, een straten-generaal en infiltreren in Brussel, een hedendaagse meyboomactie op lange termijn?

En als het dan toch moet om in het circus mee te stappen, dan stel ik voor een gezamenlijke kandidatuur in te dienen met Louvain-la-Neuve voor de titel van Europese Culturele Hoofdstad in 2015, wanneer België aan de beurt is.

Zo zetten we Mons en Mechelen een vriendelijke neus. M² vs L²

Et tout le reste est littérature

Ik heb dit stukje vanuit de klassieke positie van de participerende observator geschreven. Geen intellectualistisch gezwam. Participatie staat hoog in het vaandel dezer dagen, en observator, daar hebben we voor ‘gestudeerd’ in deze, mijn geboortestad - en dat was de opdracht. Ik heb even getwijfeld om vanuit het perspectief van mijn vader te schrijven, een Leuvenaar die er zijn jeugd doorbracht in de jaren 30 en begin jaren 40, er later straffe verhalen over vertelde en er graag terugkwam. Hij zou nu 86 geworden zijn. Cultuur, dat was toen voor hem en zijn vrienden vooral leute naast zijn studies, een kaartje leggen op café en fratsen uithalen aan de Dijle, en lezen, lezen, heel veel lezen. Zijn jeugd eindigde in Breendon©k en Buchenwald. Ik had me ook naar het eind van de vanuit het standpunt van een Tsjetsjeense schrijver/politieke vluchteling die in onze stad wordt opgevangen, of van … Het stemt je tot nadenken. Vanuit die perspectieven is het natuurlijk ondraaglijk licht om over Leuven en cultuur te schrijven, over zoveel luxe en plezier.

Maatschappelijke betrokkenheid, het goeie ouwe ‘engagement’, daar lijkt het om te cirkelen. Laten we wat alerter zijn op dat vlak, onze ogen wat meer openen voor uitsluiting. Er is voor de enen steeds meer welvaart en spektakel, voor de anderen steeds minder, dixit Jozef Deleu. Het mag dus met wat spektakel, why not, als er maar wat meer nuance komt. Niet in de wat makkelijke trend van eind jaren 60, begin jaren 70 (5) maar betrokken, in dialoog, open. Voor ons, voor onze stad, en bij uitbreiding, de wereld.

Voer voor debat hopelijk, deze publicatie en dit soms sikkeneurig stukje.

Afspraak in 2014, bij de voorstelling van het volgende beleidsplan.

Of in 2015?

Rik Vanmolkot is freelance cultuurconsultant en redacteur. Hij studeerde antropologie en communicatiewetenschappen aan de KULeuven en werkte lang in Africa en China, zowel voor de UN als voor ‘de privé’. Vanaf 1997, toen hij betrokken werd bij de inhoudelijke voorbereidingen van Brussel 2000, werkt hij voor allerhande instellingen, overheden en organisaties. Hij focust vooral op al wat met kunst, cultuur en uitsluiting te maken heeft. En op de hedendaagse relevantie van het concentrationair gegeven. In de donkerte der tijden heeft hij o.a. nog mee de kakkerlakken uit de voormalige Cercle (des étudiants étrangers) gehaald, die toen door een clubje vrijwilligers omgevormd werd tot ’t Stuc, met Guido Minne als gids.

1. Peeters, 2006

2. Editions Galilée, 2000

3. Die jeugd vind dat Leuven in vergelijking met andere steden wat te veel de regeltante speelt, dat spontane ideeën al te vlug binnen het gareel eindigen. Het mag wat losser, durf wat meer, gooi open ,geef ruimte ...

4. ik heb het over Charles Ducal en over uitgeverij P., beiden gewassen in inkt

5. voor de nostalgici onder ons: zie graffitti op een muur aan de Pereboomstraat toen ’Anne, tu es belle comme une brique, dans la guelle d’un flic’

Beginpagina

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.