Buurt in de kijker:
donderdag 17 januari 2008, door Hedwig Verrycken, Sarah Kaerts
Onze eerste belkeuze blijkt verkeerd te zijn: “Seg, gaat da op een ander eens doen”, antwoordt een schrale stem. Even later arriveert een ouder koppel. We spreken hen aan, maar ze zijn absoluut niet voor een interview te vinden. We rapen dan maar al onze moed bijeen en proberen nog een bel. Eindelijk! Een vrolijke dame aan de parlofoon. Mieke nodigt ons uit op haar appartement. Daar mogen we haar, genesteld in een comfortabele zetel, enkele vraagjes stellen over het leven in de buurt.
Mieke is een nieuwkomer in de stad. Begin mei 2006 verhuisde ze omwille van haar werk naar Leuven. Ze deelt haar appartement met haar huisgenote. Leuven is immers té duur geworden… “De kosten delen door twee, dat scheelt toch al een pak en het is veel gezelliger ook. De huisbaas is trouwens een toffe man. Bovendien is hij loodgieter van beroep. Hij zorgt ervoor dat alles hier in orde is.”
In het appartementsgebouw wonen zowel jonge als oude mensen. Gezinnen met kinderen zijn er echter niet. Het grote leeftijdsverschil zorgt niet echt voor problemen. De bewoners kennen elkaar. Al is het soms maar ‘van ziens’. Hier en daar wordt er wel eens praatje gemaakt in gang. Soms ziet Mieke de buurvrouw vanuit haar living. Dan wuiven ze naar elkaar.
We kijken even door het raam naar buiten. De buurvrouw krijgen we niet te zien, maar wél een prachtig uitzicht over het Martelarenplein. Om te kunnen genieten van dat mooie uitzicht, laat ze de jaloezieën altijd open. Spijtig genoeg blijkt niet iedereen daar gelukkig mee. Na een bewonersvergadering werd hen via een briefje op de deur gevraagd om de ‘witte gordijntjes’ steeds gesloten te houden. Het gebouw moet er immers ‘uniform’ uitzien. Zonde, met zo’n mooi zicht op het plein. Onze respondente vreest dat dit soort kleine ‘irritaties’ tot verzuring kunnen leiden. Dat zou spijtig zijn.
Mieke vertelt ons met enige trots over haar buurt. “Het plein is nog niet zolang geleden opnieuw aangelegd. Het doorgaande verkeer passeert onder de grond. De bussen zijn verhuisd en er is een ondergrondse parking. Dat maakt het plein veel rustiger dan vroeger. Het is er zelfs rustiger dan op het platteland waar ik vandaan kom, aangezien daar veel vliegtuigen overvlogen. Ook over nachtlawaai heb ik hier niet te klagen. De achterkant van het gebouw geeft uit op verschillende tuintjes dus is het langs die kant ook kalm. Natuurlijk hoor je wel mensen op straat en hoor je het verkeer van de Bondgenotenlaan. Maar Leuven is dan ook een stad. Als je daar niet tegen kan, moet je hier niet komen wonen.”
We vragen ook even naar de bouw naar de nieuwe blokken (KBC, stadsdiensten,…) naast het station. “Ja, ik heb er geen last van, maar ik vind het niet echt mooi. Ach, het zal wel wennen. Dat gebouw van de lijn vond men ook eerst aartslelijk, maar ondertussen is iedereen het gewoon.
Dankzij al die vernieuwingen werd het Martelarenplein een populaire en eigenlijk ook een hippe buurt. Mieke is wel te vinden voor een etentje in de Klimop, een drankje in de Kosmopol of voor een concertje in het Depot.
De buurt is trouwens niet alleen hip en rustig, maar heeft nog andere troeven. Een groot voordeel is de nabijheid van het centrum. Daarnaast zijn ook het station en de autosnelweg superdichtbij. Dat maakt van het appartement een goede uitvalsbasis. Een goed appartement, rustig én centraal gelegen, wat wil je nog meer? Hoewel…misschien toch één minpuntje. De parking onder het gebouw is niet zo goed bereikbaar. De ingang ligt immers midden op het plein. Als de mensen in de zomer op een terrasje zitten, kijken ze raar op als je met de auto langs hen heen rijdt. Telkens weer moet Mieke uitleggen dat ze op het plein woont en dat er geen andere weg naar haar garagepoort is. Door het éénrichtingsverkeer moet ze trouwens veel omrijden. Maar bon, ze heeft het er graag voor over. Hoe lang ze nog op het Martelarenplein zal blijven wonen, weet ze niet. Mieke is alleszins zeer tevreden over haar stekje en over de ligging ervan.