Het thema van het Wereldfeest was interculturaliteit in Leuven, en dat toonde zich al aardig in de affiche waarop het vaste logo van het Wereldfeest werd uitgespeeld. De ideeënwedstrijd rond het thema en het daarover gewenste debat, ontsnappen dan wel aan de aandacht van grote delen van het publiek, het siert de organisatie dat ze hier een grote inspanning voor doet. Het resultaat valt daarentegen wat mager uit.
De ene manier om het thema onder de mensen te brengen is de ideeënwedstrijd. Voor het tweede jaar op rij konden alle inwoners en verenigingen hun voorstellen doen. Daartegenover staat een uitvoeringsbelofte van het winnende voorstel door de bevoegde schepen, dit jaar schepen van gelijke kansen en cultuur Denise Vandevoort. Dat die belofte met een korrel zout moet genomen, bewees al het resultaat van de wedstrijd van 2007. Het enige idee dat daarvan al grond raakte, zat sowieso al in de planning van de stad (het aantal fietsenstalling in het centrum uitbreiden).
Dit jaar werden er vijftien ideeën ingestuurd. De jury maakte er haar werk van en koos daaruit het voorstel voor een project intercultureel leren in de Leuvense scholen. Dat voorstel bevat de mogelijkheid om ook de twee andere winnaars te integreren. Dat is ten eerste het voorstel van schepen Ridouani om uit verschillende culturen verhalen te halen rond één en hetzelfde onderwerp. En ten tweede, het voorstel voor een solidariteitsmuur in het museum M, een idee van Jan Van Craesbeeck. Best goede ideeën, niemand kan daar tegen zijn, ze dragen een positieve visie in zich mee. Doen!
Het pijnpunt is dat hét voorstel vanuit de interculturele verenigingen al op de dag van het feest zelf van de kaart werd geveegd, door de betrokken schepenen Vandevoort en Ridouani.
Het gaat dan over het voorstel voor een intercultureel ontmoetingscentrum in Leuven, naar voor gebracht op het debat naar aanleiding van dit Wereldfeest thema. Een idee waar de verenigingen, verzameld in de Integratieraad, al enkele jaren mee rondlopen. Ze willen daarbij een vaste vloer, een ijkpunt, voor de interculturele ontmoeting. Ze zien een grote behoefte daartoe, te meer daar de plekken waar ze tot vandaag hun feesten en activiteiten lieten doorgaan, verdwenen of zullen verdwijnen. Daarmee bedoelen ze ten eerste zaal t‘Bad, ondertussen afgebroken, die door zijn ligging en prijs aardig in trek was bij de lidorganisaties van de Integratieraad. Daarnaast opperen ze dat de verhuis van het Integratiecentrum een gat zal slagen in de interculturele ontmoetingsdynamiek. Ondertussen schaarde Groen zich achter hun voorstel.
Ridouani en Vandevoort vegen het op een laconieke manier van tafel. In het Laatste Nieuws lieten ze het volgende noteren: “interculturaliteit laten samengaan met een gebouw is een hele enge interpretatie. Elke ontmoeting zou intercultureel moeten zijn. Het Wereldfeest, Colora en de vier zaterdagen wereldmuziek in juli en augustus en enkele wereldcafé’s werken al op die manier. Tevens wordt er gebouwd aan een nieuw, groter integratiecentrum in Kessel-Lo, dat eind volgend jaar moet af zijn”.
Het is een redenering die een vorm van recuperatie verraadt. Aan welk café heeft de stad dan enige verdienste bijvoorbeeld?
Maar het is ook een redenering waar meer dan één argument tegen in te brengen valt.
Je kunt met evenveel gemak stellen dat elke ontmoeting en elk evenement cultureel moet zijn, en dat een aparte locatie wel een enge interpretatie is. In dat geval zien we de behoefte aan een groots museum, de M, niet meer. En moet voetbal niet op alle pleinen en grasveldjes gespeeld worden? Waarom dan geld steken in voetbalterreinen?
En dan nog. Als het de bedoeling is dat de Leuvense straten en pleinen de (inter)culturele ontmoeting stimuleren, dan mogen daar ook enkele maatregelen voor genomen worden. Maatregelen op het vlak van stedenbouw en ruimtelijke structuren die ‘het kleine ontmoeten’ stimuleren. Als dat het geval was, hadden ze een punt. Maar zoals Eric Corijn (in de publicatie ‘Leuven. Cultuurstad.Opinies en bedenkingen’) al opmerkte, net daar ontbreekt het de stad aan ook maar enige visie.
De politiek van het Leuvense bestuur is heel sterk opgehangen aan het inplanten van nieuwe gebouwen, de werven zijn niet meer te tellen. Zijn de verenigingen van de integratieraad niet net geïntegreerd als ze, in deze context, ook voor hun eigen plaats pleiten?
Verder is het geplande nieuwe integratiecentrum, o toeval, opgevat om meer ruimte te bieden aan de eigen integratiediensten en zal er minder ruimte zijn voor de verenigingen om te vergaderen of activiteiten te houden. Het zijn trouwens niet de verenigingen die deze kritische opmerkingen maken (zij kregen de plannen nog niet te zien, of wat dacht je), maar in de eerste plaats het eigen personeel van de dienst. Ook zij werden van geen kanten betrokken bij het uitwerken van het ‘concept’ voor het nieuwe gebouw, en ze zijn daar allesbehalve happy mee.
Op het debat naar aanleiding van het Wereldfeest, bracht de voorzitter van de Integratieraad, Mohamadi Boushah, op een voorzichtige manier een kritiek die op onbewaakte momenten feller te horen is. Namelijk dat de stad wel heel vlug een locatie had gevonden voor de nieuwe moskee, nu gehuisvest aan de Vaart. Binnen de Integratieraad erkennen ze de behoefte aan een gebedsruimte, maar zien ze een verscheidenheid aan religies onder hun leden. Een multifunctionele gebedsruimte had daarom een veel grote publiek kunnen bedienen. In hun ogen had zo een ruimte een onderdeel moeten zijn van het gevraagde ontmoetingscentrum. Zo konden de ontmoetingen niet alleen van religieuze aard zijn, maar ook van culturele, sociale en politieke.
Des te jammer dus dat dit voorstel en debat nu al in de kiem gesmoord lijkt. Alweer een kans verkeken om als stad rekening te houden met de behoeftes van je bevolking en –in dit geval- adviesraad.
Trouwens, ook de Jeugdraad en de Seniorenraad klopten met dezelfde vraag al aan bij de stad. De drie raden werden nog een tijdje bezig gehouden met de vraag om hun afzonderlijke voorstellen op elkaar af te stemmen en te proberen integreren in één voorstel. Daar lijkt weinig van in huis gekomen. Bizarre opdracht ook. Samen worden ze binnenkort wellicht verwezen naar het nog te bouwen ontmoetingscentrum op de Centrale Werkplaatsen. Voor de jeugd zou daar nog een apart jeugdcentrum komen (enge interpretatie?). Benieuwd hoeveel concerten en fuiven daar zullen toegelaten zijn, te midden de opeengestapelde woningen.
Tot slot, in het Cultuurbeleidsplan voor de jaren 2008-2013 telt het (verplichte) onderdeel Interculturaliteit precies twee bladzijden. Het bevat een opsomming van wat de stad vandaag al doet op dit vlak, een nieuw project valt niet te bespeuren. Welke ambitie toont dat eigenlijk?