INTERVIEW schepen Jaak Brepoels (sp.a)
maandag 18 juni 2007, door david dessers
De coalitie van sp.a en CD&V kwam versterkt uit de gemeenteraadsverkiezingen. Louis Tobback stelde tijdens de campagne dat betaalbaar wonen dé topprioriteit zou moeten worden voor de komende legislatuur. Hoe gaan jullie dat probleem van de hoge woonprijzen aanpakken?
Jaak Brepoels: Voor een groeiende groep van jonge mensen is het inderdaad onmogelijk geworden om een huis te kopen in onze stad. Dat heeft meerdere oorzaken. In Leuven hebben zware investeringen in allerhande infrastructuur de woon- en leefomgeving verfraaid, het uitzicht van de stad aantrekkelijker gemaakt en ook naar de buitenwereld toe het imago van de stad nog verbeterd. Deze metamorfose heeft op huisvestingsvlak een dubbel gevolg. Leuven is een aangename stad om in te wonen. Dat blijkt uit het stijgende aantal inwoners, de hoge vastgoedprijzen en de jaarlijkse realisatie van circa 350 nieuwe wooneenheden. Er is dus een publiek dat daarvoor veel geld op tafel wil leggen. Anderzijds zorgt dat succes voor een onrustbarende stijging van koop- en huurprijzen. Wie in Leuven een woning wil huren, bouwen of kopen, moet steeds dieper in zijn of haar beurs tasten. Velen hebben het moeilijk om zich in onze stad te handhaven of om de woning van hun dromen te vinden. Ze vallen uit de boot, komen terecht in minderwaardige woningen, wachten vruchteloos op een sociale huurwoning of wijken uit naar andere oorden. Zelfs tweeverdieners of jonge gezinnen vinden steeds minder hun gading op de vrije woningmarkt. Ook de steun van thuis uit wordt minder evident. Onze oudere generatie is blijkbaar meer geneigd om hun geld zelf uit te geven. Ons antwoord daarop is de bouw van betaalbare woningen. Wat wil dat zeggen, een betaalbare woning? Wel, dat is een woning waarvan de prijs niet bepaald wordt door de vrije markt. Woningen waarvan we de prijs op voorhand vastleggen en bewust betaalbaar willen houden. Het gaat dus niet enkel om sociale huur- en koopwoningen, gezien slechts een beperkte groep van mensen in aanmerking komt voor een sociale woning. Die inkomensplafonds liggen zo laag, dat een gewoon gezin met werkende ouders er niet voor in aanmerking komt. Nochtans kan zo’n gezin het even moeilijk hebben om een woning te bemachtigen. Daarom bestaat er nog een tweede categorie van wat we de geconventioneerde woningen noemen: woningen waarvoor er vaste prijsafspraken werden gemaakt met de bouwfirma’s. Tussen 2007 en 2012 willen we duizend nieuwe betaalbare woningen neerzetten in Leuven, waaronder minimaal vierhonderd sociale huur- en koopwoningen. Dat gebeurt ten dele op basis van projecten die reeds gestart zijn en ten dele met nieuwe, toekomstige bouwprojecten. Duizend nieuwe betaalbare woningen in een stad als Leuven, is een enorme inspanning. Dat betekent dat we op een ambitieuze manier het probleem willen aanpakken. Is dat voldoende? Wel, in ieder geval zijn we van deze duizend betaalbare woningen zeker. We weten waar we ze gaan zetten, de plannen liggen klaar.
Denk je dat die duizend betaalbare woningen zullen volstaan om een druk te zetten op de prijzen of om de wachtlijsten voor sociale woningen in te korten?
Jaak Brepoels: Dat is een moeilijke vraag. Het is niet uitgesloten dat duizend betaalbare woningen een zekere druk op de andere prijzen in de stad zullen uitoefenen. Maar dat hebben we eigenlijk niet in de hand. Waarom zijn de prijzen vandaag zo hoog? Wel, omdat er blijkbaar mensen zijn die die prijzen kunnen en willen betalen. Jij of ik zouden vele van die huizen niet kunnen kopen. Maar zolang er kopers gevonden worden, zullen die prijzen niet dalen. Wij willen in de eerste plaats duizend betaalbare woningen bouwen om aan een behoefte tegemoet te komen. Op de rest hebben we niet zoveel vat. Wat de wachtlijsten voor sociale woningen betreft, is het antwoord evenmin eenvoudig. Vandaag staan er 2000 gezinnen op de lijst. Maar het is niet duidelijk hoe accuraat die lijst is. Als er een woning wordt toegewezen, stellen we vaak vast dat we in één klap tien tot vijftien plaatsen kunnen opschuiven. Dat betekent dus dat er heel wat mensen op die lijst staan die inmiddels reeds via een andere weg aan een woning zijn geraakt. Het klopt dat in nieuwe bouwprojecten in Leuven het aandeel betaalbare of sociale woningen vaak beperkt is. We willen dat aandeel zeker de hoogte doen ingaan, door goede onderhandelingen en afspraken te maken met de bouwfirma’s. Maar op sociale woningen heerst er nog altijd een groot taboe. Eénmaal je beslist om ergens een heleboel sociale woningen neer te zetten, krijg je garandeerd problemen met de buurt. Iedereen vindt dat er meer betaalbare woningen moeten komen, maar blijkbaar hebben wel heel wat mensen een probleem met sociale woningen en al wat dat aan vooroordelen oproept in hun buurt. Ze vrezen dan overlast of een ontwaarding van hun eigendommen. Zelden zal je dat argument zo expliciet horen, maar dat is toch vaak de ondertoon van de weerstand tegen nieuwe projecten.
Daar doen ook wel andere versies de ronde over. Je hoort dan dat het stadsbestuur de buurtbewoners veel te weinig betrekt bij de totstandkoming van die projecten, wat de ontevredenheid enkel maar voedt. De buurtbewoners vinden dat ze te weinig en niet tijdig genoeg inspraak krijgen. De stad stelt hen een project te nemen of te laten voor...
Jaak Brepoels: Ik wil best toegeven dat we in het verleden wel eens te laat naar de mening van de buurt hebben gepeild. Alleen is het onduidelijk in welke fase van een projectontwerp je naar buiten moeten treden. Vandaag gebeurt dat zeker en vast op regelmatige basis. En die info-avonden zijn zeer variërend. Soms krijg je heel boeiende interventies van buurtbewoners en kan je er echt iets van opsteken. Dat leidt dan heel vaak tot aanpassingen aan de projecten. Soms steek je er veel minder van op. Algemeen gesteld denk ik nochtans niet dat het mogelijk is om naar de buurt te stappen met een wit blad en dan naar onbevangen voorstellen te luisteren. Dat werkt zo niet. Als je ergens met een open ruimte zit en je vraagt aan de buurt welke bestemming er best aan gegeven zou worden, zul je heel vaak te horen krijgen ‘Laat het maar zoals het is’. Je moet net met een uitgewerkt voorstel komen zodat mensen er zich iets bij kunnen voorstellen. Op basis van zo’n voorstel kan je dan praten over zinvolle aanpassingen aan het project. Soms moet je ook durven vooruitkijken op een te verwachten resultaat. Het Martelarenplein is daar een mooi voorbeeldje van. Maar ook in kleinere projecten, zoals bv. de vernieuwing van Penitentienenstraat, toch een beetje het paradepaardje van onze buurtvernieuwing, moet je wat volhouden. Vaak werken info-avonden bijzonder goed en inspirerend. Dat is nu bijvoorbeeld het geval met het project van de Centrale Werkplaatsen. Dat heeft natuurlijk ook met de aard van de site te maken. De meeste mensen staan achter het bouwproject omdat ze het als een stap vooruit voor hun buurt beschouwen. Maar het is er zeer aangenaam werken. Steevast komt er veel volk opdagen op die info-avonden en met de opmerkingen die dat oplevert, kun je echt iets doen. Op die manier zijn er al heel wat aanpassingen doorgevoerd. Een minder goed voorbeeld is dat van het project Vlierbeekveld, aan de Kortrijksestraat in Kessel-Lo. Dat project heeft vertraging opgelopen, omdat we op voorhand met zoveel mogelijk opmerkingen wilden rekening houden. Met procedures voor de Raad van State is in principe niemand gebaat. Je krijgt dan argumenten te horen dat een hoogbouw het uitzicht van de buurt zou ontsieren, terwijl het om gebouwen van drieënhalve etages gaat. Als dat hoogbouw is, wonen wel erg veel mensen in een hoogbouw. Nu, we hebben er in het algemeen wel begrip voor dat de komst van sociale woningen vragen kunnen oproepen. Daarom kiezen we als stad dan ook steevast voor een sociale mix, voor projecten met sociale woningen, geconventioneerde woningen en gewone vrije marktwoningen.
Groen! stelt dat er te weinig inspanningen geleverd worden op het vlak van herbruikbare energie en goede isolatie bij al die nieuwe bouwprojecten. En dat terwijl je met de universiteit heel wat kennis op dat vlak in huis hebt.
Jaak Brepoels: Ik zou nu allerhande dingen kunnen aanhalen om die kritiek trachten te weerleggen. Maar eigenlijk kan ik best leven met die kritiek. Je zou op dat vlak meer kunnen doen, dan wat er vandaag gebeurt. Bovendien wenden we de kennis die hier inderdaad aanwezig is, misschien wel te weinig aan. Die kritiek is dus ten dele terecht. Er gebeuren natuurlijk wel dingen. Het nieuwe stadskantoor zal uigerust zijn met een groendak en zonnepanelen. Eigenlijk ben ik al blij dat we het geld en de plaats hebben gevonden voor de bouw van duizend betaalbare woningen. Dat is een enorme inspanning. Je moet het geld maar vinden om van al die woningen ook nog eens passieve energiewoningen te maken. Dat brengt ons trouwens bij het probleem van de financiële middelen van een stad. We hebben echt te weinig geld. Je kan wel geld krijgen, maar je moet telkens dossiers indienen en een ganse procedure doorlopen. De eigen vrij te besteden middelen van een stad zijn veel te krap. Dat valt ons trouwens altijd op als we bijvoorbeeld bezoeken brengen aan Nederlandse steden. Die hebben in vergelijking met ons enorme budgetten. Als Groen! die kritiek levert, hoop ik dat ze ook dat probleem van de financiële middelen van de steden mee willen helpen oplossen.
Je sprak over het nieuwe stadskantoor. Waarom is dat eigenlijk eigendom van KBC?
Jaak Brepoels: Oh, dat is louter een constructie waarvan ik je de details zal besparen, maar die in ieder geval de beide partijen goed uitkwam. Onze diensten waren toe aan een nieuw onderkomen. Je kan hier zien dat deze kantoren nogal verouderd zijn. Het was zeker niet makkelijk om een goede oplossing te vinden. Zo dachten we er eerst aan om het huidig onderkomen van de stadsdiensten te renoveren en aan de hedendaagse noden inzake dienstverlening aan te passen. Maar geen enkele oplossing was ideaal, gezien we altijd met een verspreiding van de diensten over verschillende gebouwen in het centrum zouden zitten. Bovendien zaten we met de renovatiekost dicht tegen de nieuwbouwkost aan. Toen bleek dat KBC voor een deel van zijn nieuwe gebouwen aan het station eigenlijk nog geen bestemming had. Die ligging is perfect voor een stadskantoor, vlak bij het station, en het bood het voordeel dat we alle diensten samen kunnen onderbrengen in één en hetzelfde gebouw. KBC staat nu in voor de bouw, maar het is de bedoeling dat het autonoom stadsbedrijf het over zal kopen. Het komt dus weldegelijk in onze handen terecht.
Even wat anders. Hoe staat het nu eigenlijk met de ondertunneling van de Parkpoort? Komt die er of komt die er niet?
Jaak Brepoels: Als we geld vinden, kan die er misschien komen. Maar voorlopig blijft dat toekomstmuziek. Onze coalitiepartner heeft dan weer de ondertunneling van de Naamsepoort op de agenda geplaatst. Welnu, als je dan toch gaat ondertunnelen, kan je misschien beter de tunnel doortrekken van aan de Parkpoort tot aan de Naamsepoort. Maar daarvoor hebben we vandaag helemaal de middelen niet. Trouwens, het project dat nu voor ons de hoogste prioriteit heeft, is de ondertunneling van de spoorweg op de Naamsesteenweg in Heverlee. Indien we geld vinden, zullen we dat gelet op de mobiliteitsproblemen in Heverlee het eerst aanpakken.
En hoe gaat het nu eigenlijk met Sportoase? Enerzijds vangen we berichten op over grote financiële problemen, anderzijds zouden er nieuwe investeringen komen.
Jaak Brepoels: Een tijd geleden waren er grote problemen met de uitbating van Sportoase. Er was sprake van wanbeheer. Een belangrijk aandeelhouder heeft toen wijselijk afgehaakt. En nu denk ik dat het er toch beter mee gaat. De prijzen zijn in ieder geval gedaald en beetje bij beetje gaat het vooruit. Maar dat betekent nog niet dat Sportoase dit jaar reeds uit de rode cijfers zou kunnen zijn. Dat hoor je mij niet beweren. Bovendien hebben we er met de degradatie van de basketbalploeg van Leuven een probleem bij, gezien Sportoase er ondermeer is gekomen omwille van de basket. Neen, de problemen zijn daar niet van de baan, maar voor de Leuvenaar is het in ieder geval goedkoper geworden.
Jij maakt nu meer dan twaalf jaar deel uit van het stadsbestuur. Hoe kijk je terug op die jaren?
Jaak Brepoels: Met een heel grote tevredenheid. Als ik terugdenk aan hoe Leuven eruit zag toen we eraan begonnen, dan kan je enkel maar vaststellen dat we van Leuven een andere stad hebben gemaakt. We hebben heel veel kunnen realiseren en uiteraard heeft Louis Tobback daar als burgemeester een belangrijk aandeel in. Door zijn ervaring als nationale politicus en geruggesteund door een jarenlang opgebouwd netwerk en met enthousiaste medewerkers – in de eerste plaats de schepenen - heeft hij tal van vernieuwingsprojecten kunnen realiseren. Maar ook onze coalitiepartner CD&V heeft dat allemaal mee mogelijk gemaakt. We vormen een zeer goede ploeg waarin we elkaar ook laten scoren. De paarse regering lukte daar de laatste jaren niet meer in maar in Leuven blijft het wel werken. Het is ook door dat ‘goede bestuur’ dat de oppositie het in Leuven zo moeilijk heeft. Het moet dan ook niet zo makkelijk zijn om tegen het Leuvense stadsbestuur oppositie te voeren. Ik stel vast dat zowel VLD als Groen! het bij de laatste verkiezingen niet zo goed hebben gedaan.
Het Vlaams Belang steeg wel van twee naar vijf zetels. Dat is meer dan een verdubbeling...
Jaak Brepoels: Dat klopt en we moeten daar zeer alert voor blijven. Heel onze samenleving dualiseert en ook in een stad als Leuven is dat voelbaar. Er zijn hier misschien weinig schrijnende sociale problemen maar het aantal leeflonen ligt wel ver boven het Vlaamse gemiddelde. We moeten luisteren naar de problemen van de mensen. In Leuven heeft onze partij gelukkig nog een volkse basis die ons die problemen kan signaleren. Wel, we moeten die opmerkingen ernstig nemen, ook al passen ze op het eerste gezicht niet in onze kraam. Zo hoorden we recent van mensen die al heel hun leven socialistisch stemmen, dat migrantenjongeren wel eens voor wat overlast zorgen in de buurt van Sint Maartensdal. Wel, als die overlast er is, moeten we er een oplossing voor zoeken, zoniet moedig je het racisme net aan. Maar wij moeten er wel een sociale oplossing aan geven. Het VB scoort in ieder geval in Leuven nog steeds een stuk lager dan in de andere Vlaamse steden en dat heeft ook met ons beleid te maken. Louis Tobback slaagt er heel goed in om ook nog steeds die volkse achterban aan te spreken. Bovendien hebben we een beleid ontwikkeld waarbij de stad heel erg aanwezig is in de wijken. Daardoor merken we de problemen doorgaans snel op en kunnen we er goed op inspelen. Ik denk dat beleid zijn vruchten afwerpt. Maar we moeten wel alert blijven.