INTERVIEW met Fatiha Dahmani (Gemeenteraadslid Groen!)
zondag 20 april 2008, door david dessers
Stijn Bex vertelde eerder al op Leuven Centraal dat het de doelstelling van spirit is om van Leuven een “interculturele modelstad” te maken. Neemt het Leuvense stadsbestuur daar de goede stappen voor?
Fatiha Dahmani: “Leuven is steeds een speciale stad geweest op het vlak van diversiteit. De stad is enorm divers met een aanwezigheid van heel veel verschillende culturen. Eigenlijk leven die allemaal op een positieve manier samen. De grootste groep buitenlanders wordt gevormd door de Nederlanders, gevolgd door de Marokkanen. Voor die laatse groep maakt het wel een verschil of je de Belgische Marokkanen meetelt of niet. Als je ze meetelt zijn ze de grootste groep. Tel je ze niet mee, gaat het om een eerder kleine groep. Maar je zit dus met een hele brede waaier van allerhande nationaliteiten en culturen, een heleboel kleine minderheden. Mensen uit Birma, Bhutan, Nepal, Geörgië, China... Je kan Leuven dus niet vergelijken met Mechelen en al helemaal niet met steden als Antwerpen of Brussel. Leuven is anders. Hier leven al die culturen op een vrij aangename manier samen. Af en toe zijn er wel eens conflicten, maar niet op dezelfde manier als in die andere steden. Vandaar allicht dat het rechts-extremisme ook minder vat heeft gekregen op deze stad. Op een bepaalde manier zijn we dus al een beetje een interculturele modelstad. De vraag is vooral waar deze stad in moet investeren om diversiteit nog een mooiere plaats te geven. En dan vind ik dat het in Leuven echt ontbreekt aan lokaties waarop mensen uit verschillende culturen elkaar kunnen ontmoeten, een ontmoetingscentrum zeg maar. Geen formeel integratiecentrum, want dat heeft een andere functie. Er is nood aan een interculturele ontmoetingsplaats, waar er een spontane en ongedwongen uitwisseling kan plaatsvinden tussen al die verschillende culturen, waar ze elkaar leren kennen en samen initiatieven kunnen ontplooien. Heel veel allochtonen zitten met vragen over hoe de Belgische samenleving precies functioneert. Ze vinden niet altijd goed hun weg. Uiteraard kunnen ze zich dan wenden tot de integratiedienst, maar daar is er toch nog steeds een behoorlijke drempel. Het zou dus veel beter zijn mochten die mensen gewoon kunnen binnenspringen in zo’n intercultureel centrum om daar met andere Leuvenaars van welke origine dan ook een babbel te slaan over die vragen en problemen die hen bezighouden. Een plek waar ze eventueel ook terecht zouden kunnen voor begeleiding. Ik denk dan aan een centrum met een soort bar of ontmoetingsruimte, vergaderlokalen, een zaaltje... Een plaats die het mogelijk moet maken om allerhande activiteiten op poten te zetten. Wist je dat er in Leuven meer dan dertig allochtone verenigingen actief zijn? Ook al die verenigingen zouden er zich thuis moeten voelen en praktische ondersteuning krijgen voor hun activiteiten. Bovendien zou zo’n centrum er voor kunnen zorgen dat al die groepen niet langs elkaar door werken, maar dat ze elkaar net leren kennen en ook samen initiatieven kunnen nemen. Ik denk dat Leuven nood heeft aan een dergelijk initiatief.
Jij zetelt al in de gemeenteraad voor Agalev/Groen! sinds 1995. Heb je het gevoel dat er in die tijd iets ten goede is veranderd in Leuven op het vlak van diversiteit? Sinds de laatste verkiezingen zetelen er alvast meer allochtonen in de gemeenteraad dan voorheen.
Fatiha Dahmani: Dat laatste is zeker waar. Bovendien is Mohamed Ridouani schepen geworden en dat is ook niet onbelangrijk. Je merkt natuurlijk dat de situatie van jonge allochtonen helemaal anders is dan die van hun ouders of grootouders. Vandaag gaat het vaak over derde generatiemigranten, die hier geboren en getogen zijn. Dat zijn Leuvenaars, met een andere culturele achtergrond. We moeten dat hokjesdenken ook echt proberen te overstijgen. Ook Mohamed Ridouani is voor mij in eerste instantie een Leuvenaar. Maar het is wel goed dat er iemand met een Marokkaanse naam en achtergrond schepen is geworden in deze stad. Hij heeft een voorbeeldfunctie. Bovendien valt op dat Leuven niet zo best scoort inzake het aandeel van allochtonen bij het stadspersoneel. Toen we hier stemden over het hoofddoekenverbod, was misschien wel de belangrijkste vaststelling die je kon maken dat er dus bij heel het stadspersoneel geen enkele vrouw met een hoofddoek te bespeuren valt. Dat zegt toch iets over de diversiteit bij je personeel. Het springt nog meer in het oog als we naar het politiecorps kijken. Ook daar weer geen Leuvenaars met een andere culturele achtergrond. Dat is wel een probleem. Je kan dus vaststellen dat de situatie in Leuven een stuk beter is dan in andere Vlaamse steden met een aanzienlijke aanwezigheid van migranten, maar het neemt niet weg dat er toch nog een hele weg af te leggen valt. Dat het vooruit is gegaan ten opzichte van 1995 staat echter buiten kijf. Toen was er quasi geen beleid rond diversiteit. De ploeg onder Louis Tobback heeft dus ook een aantal goede dingen verwezenlijkt. En wij zijn natuurlijk wel tevreden dat een partij als spirit aandacht besteedt aan het thema diversiteit en daar ook initiatieven rond wil nemen. De projecten van Ridouani rond onderwijsbegeleiding juichen wij dan ook zeker toe. Wat goed is, willen we graag steunen. Maar dat neemt niet weg dat Leuven ook een aantal kansen en mogelijkheden onbenut laat.
Uit studies blijkt dat allochtone kinderen vaak een stuk minder makkelijk doorstromen naar het hoger onderwijs. Door die onderwijsachterstand beginnen ze vaak ook met heel wat minder kansen op de arbeidsmarkt. Uit andere steden kennen we ook het probleem van concentratiescholen of -richtingen. Hoe zit dat in Leuven?
Fatiha Dahmani: Dat fenomeen kan je toch ook wel sterk waarnemen in Leuven. Naar welke scholen gaan de meeste allochtone jongeren? De Miniemen of het Redingenhof. Scholen die technische en beroepsrichtingen aanbieden. Vaak is het gewoon een soort van automatisme, de jongeren volgen gewoon de richtingen waar de meeste van hun vrienden of vriendinnen naartoe gaan. Er is op dat vlak nog een enorme opdracht in de richting van de ouders en vooral naar de moeders toe. We moeten die vrouwen kunnen overtuigen van het nut van secundair onderwijs of een hogere studie. Vaak begrijpen die ouders helemaal niet waarom het nuttig kan zijn voor hun kinderen om bijvoorbeeld Latijn te studeren. Versta me niet verkeerd. Er is niets mis met een opleiding schrijnwerkerij of loodgieterij. De jongeren die voor die vakken in de wieg zijn gelegd, zullen er een mooi beroep van kunnen maken. Ik weet best wel hoeveel je moet betalen voor een goede loodgieter. Alleen is het niet logisch dat allochtone jongeren massaal in die richtingen terecht komen, gewoon omwille van hun achtergrond. Ik ben ervan overtuigd dat we al een hele stap vooruit zouden zetten als we de moeders kunnen informeren over het belang van een goede opleiding. Heel wat allochtone ouders zijn veel te weinig vertrouwd met het Belgisch onderwijssysteem. Ze weten niet dat het heel nuttig kan zijn om eens naar een oudercontact te gaan op school. Die vragen worden me trouwens ook vaak gesteld door Vlaamse families: Hoe kunnen we die allochtone moeders meer betrekken bij de werking van de school? Of hoe krijg je allochtone kinderen naar een verjaardagfeestje? We kunnen enkel maar vaststellen dat er op dat vlak nog heel wat werk te verrichten valt.
Hoe ben jij zelf eigenlijk in de politiek terecht gekomen? En valt het mee om nu al meer dan tien jaar deel uit te maken van de oppositie onder het bestuur van Tobback?
Fatiha Dahmani: Ik ben opgegroeid in een Marokkaanse familie in Kessel-Lo. Al van jongs af aan was ik actief in verenigingen. Weinige mensen weten dat, maar als jong meisje was ik actief in de KAJ. Toen was dat engagement al heel belangrijk voor mij. Later, na mijn studie, ben ik als verpleegster gaan werken en engageerde ik me ook in de vakbond. Het is op mijn werk dat ik via een collega in contact kwam met Agalev. Zij stelde me voor om kandidaat te zijn bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 op de groene lijst. Uiteraard heb ik toen eerst en vooral het programma van Agalev eens goed bestudeerd. Het milieu had ik altijd wel belangrijk gevonden, maar ik was toch heel tevreden dat de partij ook over een uitgebreid sociaal programma beschikte. Na wat aarzelen besloot ik de stap te zetten. Ik stond toen vijfde op de lijst en het was eigenlijk niet de bedoeling om meteen verkozen te geraken. Maar mijn kandidatuur bleek een succes en ik belandde in de gemeenteraad. Natuurlijk is het niet altijd makkelijk om aan politiek te doen als je merkt dat het college ideeën vanuit de oppositie meestal onmiddellijk afbrandt. Maar na een tijdje begin je te merken dat sommige van je ideeën achteraf gewoon overgenomen worden door de meerderheid. Dat is goed maar tegelijkertijd ook een beetje frustrerend. We hebben dat echt al vaak meegemaakt. Tijdens een debat formuleer je een voorstel, dat vervolgens helemaal afgekraakt wordt door het bestuur. Maar drie maanden later duikt jouw voorstel wel terug op maar dan ingediend door de meerderheid zelf. We hebben dat altijd anders proberen aan te pakken. In de regel doen we op een constructieve manier aan politiek. Het feit dat we in de oppositie zitten, verhindert ons niet om goede voorstellen vanuit de meerderheid mee goed te keuren.
De angel van het thema diversiteit, wordt allicht gevormd door de mensen zonder papieren. Heel wat partijen hebben de mond vol over interculturaliteit, maar toch vinden mensen zonder papieren maar heel weinig politieke steun. In Leuven hebben we ook kerkbezettingen en zelfs hongerstakingen van mensen zonder papieren gekend. Maar het Leuvense stadsbestuur leek er zich heel ver van te houden...
Fatiha Dahmani: Om te beginnen is het natuurlijk niet het Leuvense stadsbestuur dat kan beslissen over de toekomst van die mensen. Daarvoor moeten er initiatieven worden genomen op federaal niveau. Maar dat neemt niet weg dat een stadsbestuur wel als bemiddelaar of iets dergelijks kan optreden als er zo’n kerkbezetting of een hongerstaking plaatsvindt. Dat dit in Leuven helemaal niet gebeurt, heeft veel met Louis Tobback te maken. Hij is niet geïnteresseerd om zich met dat soort van zaken in te laten. Groen! maar ook spirit zijn wel telkens aanwezig geweest op dergelijke acties. Voor mij bestaan er geen illegale mensen. Het is niet omdat een mens niet over de nodige verblijfspapieren beschikt, dat hij ook illegaal zou zijn. In Leuven valt het bijvoorbeeld op dat heel wat van die mensen een rol spelen in de lokale economie. En dat terwijl ze eigenlijk niet mogen werken. Het zou dus best zijn om een regeling te maken voor die mensen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door een nieuwe regularisatiecampagne. Toen Groen! in de regering zat, hebben we dat er toch door gekregen. Vandaag is het eigenlijk tijd voor een nieuwe regularisatiecampagne. België kan een voorbeeld nemen aan Spanje, dat regelmatig mensen zonder geldige papieren massaal regulariseert.
Het Wereldfeest heeft dit jaar als thema “Solidariteit met kleur”. Er wordt opnieuw een ideeënwedstrijd georganiseerd. Stel dat jij één idee rond diversiteit zou indienen, voor welk idee kies je dan?
Fatiha Dahmani: Dan kom ik terug op mijn voorstel voor een intercultureel onmoetingscentrum in Leuven. Ik denk dat er daar echt een behoefte aan bestaat. Helaas lijkt het stadsbestuur er niet echt oren naar te hebben. Het is nochtans het moment bij uitstek om er werk van te maken. Op dit moment staat zowat de helft van de gebouwen van de stad Leuven te koop. Het argument dat er geen ruimtes vrij zouden zijn, gaat vandaag dus niet op. Ik denk wel eens aan de kerk op het Sint Jacobsplein. Die wordt al een hele tijd niet meer gebruikt. Het zou een unieke lokatie zijn om een intercultureel centrum in te huisvesten. Maar er zijn nog andere mogelijkheden. Zo zal het jongerencentrum vleugel F verhuizen naar de NMBS-site in Kessel-Lo. De huidige lokatie zal dan ingepalmd worden door 30CC waardoor De Minnepoort niet langer gebruikt zal worden. Ook dat zou een perfecte lokatie zijn voor zo’n intercultureel centrum. De stad maakt vandaag wel middelen vrij voor een nieuwe moskee aan de Vaart. Uiteraard heb ik daar op zich geen problemen mee, maar ik vind het jammer dat die middelen alweer naar één groep gaan. Het wordt hoog tijd dat de stad investeert in een centrum waar alle culturele minderheden van Leuven zich thuis kunnen voelen.