http://www.leuvencentraal.org
Verstuur dit artikel via mail title= Verstuur dit artikel via mail

INTERVIEW Hans Bracquené (Open Vld)

“Leuvense schuldenberg meer dan verdubbeld op tien jaar tijd”

donderdag 4 oktober 2007, door david dessers

“Tussen 1995 en 2005 verdubbelde de Leuvense stadsschuld van 100 miljoen euro naar meer dan 200 miljoen euro. De ploeg van Louis Tobback sprong erg kwistig om met middelen en projecten en moest dus wel de belastingen verhogen om de rekeningen rond te krijgen. De Leuvenaar draait op voor die factuur.” Dat is in een notendop de boodschap van Hans Bracquené, fractieleider van Open Vld in de Leuvense gemeenteraad. “Persoonlijk heb ik geen probleem met de stijl van de burgemeester”, zegt hij, “integendeel, ik roep gewoon terug!”

De VLD trok naar de gemeenteraadsverkiezingen met de boodschap dat de stad Leuven meer centen uitgeeft dan ze er binnen krijgt. Hoe staan de stadsfinanciën er eigenlijk voor?

Bracquené: Het is niet zo dat de stad meer uitgeeft dan ze ontvangt. Dat mag een stad ook niet meer. Ze moet een begroting in evenwicht hebben. Maar een stad kan wel schulden aangaan. En dat is het punt waar wij nu al jarenlang op hameren. De stad Leuven pakt ieder jaar uit met goede resultaten van dat jaar en met een spaarboek die onaangetast is. Maar ze vertelt er niet bij hoe de schulden gestegen zijn. Die schulden moet je niet alleen terugbetalen, je betaalt er ook intresten op. En dat vormt nu net de grootste groeipost van de stadsfinanciën, de post ‘schulden’. Dat gaat dus om de aflossingen en de intrestbetalingen. Vermits de stad positief moet blijven, heeft men ervoor gekozen om de groeiende uitgaven aan schuldaflossingen te compenseren door een verhoging van de belastingen, van de inkomsten dus. Men haalt dan andere redenen aan voor die verhoging van de belastingen, zoals een vermindering van de dividenden uit intercommunales of een aantal maatregelen van de federale regering. Maar de impact daarvan is veel kleiner dan de impact van de eigen beslissingen, namelijk het laten verdubbelen van de schuld. Daar is het stadbestuur zelf verantwoordelijk voor en daar betalen wij nu allemaal voor. Het heeft dus niet zoveel te maken met die andere redenen, die eigenlijk gewoon gezochte excuses zijn.

Een stad die geen schulden aangaat, is misschien wel een stad zonder ambitie. Elk jong gezin dat een huis koopt, steekt zich daarvoor in de schulden, maar doet op de lange termijn allicht een goede zaak... Een stad moet toch projecten kunnen doen?

Bracquené: Natuurlijk. Maar dan stelt zich wel de vraag of die projecten allemaal zinvol zijn en of het niet te vaak om prestigeprojecten gaat. Wij vinden dat er in Leuven te veel geld naar prestigeprojecten gaat. Het bestuur springt nogal kwistig om met de middelen en de projecten. Op zich kunnen die projecten, eens ze er zijn, wel meevallen. Zijn wij ertegen dat de stationsbuurt werd vernieuwd? Neen, maar moest daar zo nodig een ondertunneling bijhoren? De heraanleg van de Bondgenotenlaan is best mooi, maar het kon ook wel met wat minder. Zijn we tegen de Sportoase? Ja, daar zijn we tegen. Het concept zat al van in het begin fout. Men doet uitgaven voor de aankoop van de tuinbouwveiling aan de Tervuursepoort en twaalf jaar later stel je vast dat er nog altijd geen bestemming voor gevonden is. Je kan natuurlijk al die investeringen blijven doen. Maar dan verwacht ik op zijn minst de eerlijkheid van het stadsbestuur om toe te geven dat het daarom is dat de belastingen in Leuven de hoogte ingaan. Ze moeten niet afkomen met flauwe excuses...

Wat zijn volgens jou de gevolgen van die gestegen schuld?

Bracquené: Het belangrijkste gevolg is dat de Leuvenaar daardoor een derde meer belastingen betaalt. Sinds het aantreden van deze coalitie zijn de belastingen met een derde gestegen, dat kan niet ontkend worden.

Zou je durven stellen dat de stad zich in moeilijke financiele papieren aan het werken is?

Bracquené: Neen. Als men zegt dat de financiële situatie van de stad gezond is, kan ik dat enkel beamen. Die situatie is gezond. De schulden worden immers netjes afbetaald. Maar men doet dat middels de verhoging van de lasten. Vooral de CD&V heeft moeite om daar klare taal over te spreken. Twee maal is die partij naar de verkiezingen getrokken met de boodschap dat de lasten niet zouden verhoogd worden. En dat terwijl het zonneklaar was dat ze dat wel zouden moéten doen.

Sinds het aantreden van de huidige coalitie twaalf jaar geleden, is Leuven ingrijpend veranderd. Heel wat Leuvenaars vinden dat blijkbaar wel goed.

Bracquené: Het kan ook niet ontkend worden dat Leuven erop vooruit gegaan is. Maar het had voor ons allemaal wat minder gemogen. Ik vrees ook dat heel wat Leuvenaars niet beseffen dat ze er nu de rekening voor betalen. Het zijn de opcentiemen op de inkomstenbelasting en de opcentiemen op de onroerende voorheffing die men heeft opgetrokken. Die lasten betaal je samen met je andere belastingen aan de federale overheid. Het aandeel voor de stad wordt daardoor wat verdoezeld. Allicht beseffen daarom heel wat Leuvenaars niet wat de precieze verantwoordelijkheid van het stadsbestuur daarin is.

Ofwel vinden die Leuvenaars dat beleid misschien toch niet zo slecht. De coalitie werd tijdens de laatste verkiezingen helemaal niet afgestraft, terwijl de VLD fors verlies liet optekenen.

Bracquené: Het staat buiten kijf dat we in Leuven een zeer zware nederlaag hebben geleden. Ik zie daar drie redenen voor. Ten eerste waren we intern zeer zwak. De overstap van Rik Daems naar Leuven is na de overwinning van 2000 toch geen succes gebleven.. Het heeft onze werking voor een stuk diffuus gemaakt. Pas op acht maanden voor de verkiezingen hebben wij onze lijsttrekker aangeduid. Dat werd ons ook zwaar aangerekend. De strijd tussen de twee boegbeelden heeft veel te lang aangesleept. Het meest dodelijke in de politiek is om in verdeelde slagorde naar de kiezer trekken. Daarnaast is er de figuur van Louis Tobback, die er toch een beetje boven blijft zweven. Het is niet zo simpel om tegen hem en zijn machine nog aan de bak komen. Tot slot heeft men het spel ook niet eerlijk gespeeld. De coalitie heeft gelogen. Zowel in 2000 als in 2006 beweerde men dat het bestuur de belastingen niet zou verhogen. Welnu, ook dit jaar werden ze reeds opnieuw verhoogd! Men heeft bewust gelogen. Alleen is het moeilijk om dat aan de kaak te stellen, want je komt dan naar buiten met een negatieve boodschap.

Stel dat jullie deel zouden uitmaken van een paarse coalitie zoals in Gent. Waarin zouden jullie dan het verschil maken?

Bracquené: Ten eerste zouden we het financieel beleid helemaal anders aanpakken. Ik heb dat eigenlijk al uitgelegd. Die schuldexplosie zou er onder de VLD nooit zijn gekomen. Dat is ondenkbaar. Maar daarbuiten storen we ons vooral aan de geslotenheid van het beleid. Kijk, ieder heeft zijn stijl, ook onze burgemeester. Ik heb zelf niet zo’n probleem met die stijl, integendeel, ik ben vaak de enige die terugroept. Maar ten gronde is het probleem dat men inspraak eigenlijk gelijkstelt aan propaganda. Men maakt zeer knappe folders over werken die reeds uitgevoerd zijn. Zo ziet het stadsbestuur blijkbaar inspraak in Leuven. Wat je Tobback moet nageven is dat hij zijn uitgebreide relaties aanwendt ten gunste van de stad en dat hij op die manier zijn dossiers wel rond krijgt. Ik ben trouwens zelf één van die relaties geweest, toen ik kabinetschef was bij Ruimtelijke Ordening. Zelf zorgde ik er toen mee voor dat de dossiers van Leuven er allemaal vlot doorgingen. Waarom ook niet? Maar in de praktijk heeft het wel geleid tot een zeer grote concentratie aan macht bij de burgemeester. En dat is er de laatste jaren enkel maar op verergerd. In de commissies zijn het de schepenen die hun dossiers moeten verdedigen, maar in de gemeenteraad doen die hun mond niet open. Daar neemt Louis Tobback dat allemaal voor zijn rekening, maar vaak met een totaal andere argumentatie dan die van de schepenen. De visie van de schepenen is blijkbaar irrelevant geworden.

Sportoase kwam al even ter sprake. De jongste tijd horen we nogal wat tegenstrijdige berichten over de toestand van dat sportcomplex. Er zouden nieuwe investeringen komen. Anderzijds waren er de verhalen over een desastreuze audit... Hoe zit dat nu precies?

Bracquené: Ik zou het niet weten. Als gemeenteraadslid krijg je daar zeer weinig informatie over. Ik kan je dus onmogelijk zeggen hoe Sportoase er vandaag precies voor staat. Het verhaal over de nieuwe investeringen is in ieder geval nogal bij de haren getrokken. Voor de verkiezingen ben ik een weddenschap aangegaan. Ik was er immers zeker van dat men na de verkiezingen de voorwaarden zou herzien van de samenwerking tussen de stad en de exploitant. Dat was zo duidelijk. Inmiddels werden die voorwaarden ook al aangepast. Wat heeft men precies herzien? De verplichting om binnen de NV die exploiteert een reserve op te bouwen die op het einde van de samenwerking zou overgedragen worden aan de stad. Die verplichting is weggevallen! Dat reduceert de garanties voor de stad, maar creëert wel heel wat zuurstof voor de exploitant. Van de middelen die de exploitant daarmee wint, investeert hij nu een klein deeltje voor het plaatsen van een Turks stoombad. Dat is dus het verhaal van de investering in Sportoase. Eerst schroef je een serieuze financiële verplichting voor de exploitant terug, waarop die dan een deeltje daarvan terug investeert. Nu, de voorwaarden moesten wel herzien worden, zoniet was heel het boeltje failliet. Ook de schepen moet dan erkennen.

Wa zou er gebeuren als Sportoase falliet zou gaan?

Bracquené: Als Sportoase op de fles gaat, blijft de stad zitten met het deficiet. Het stadsbestuur antwoordt dan dat in dat geval het complex naar de stad gaat. Dat klopt, dat hebben ze trouwens nog aan mij te danken, want er was geen enkele garantie daartoe opgenomen in de oorspronkelijke overeenkomst. Maar dan blijft de stad zitten met een complex dat net over kop is gegaan en dat ze dan zelf zal moeten uitbaten. Een nieuwe privé-uitbater vinden na zo’n debacle zou immers niet simpel zijn. Dat risico is dus enorm groot voor de stad. Precies dat leidt ertoe dat de exploitant, wanneer het niet erg goed gaat, het makkelijk heeft om de stad het mes op de keel te zetten om de voorwaarden te herzien. Het complex zelf uitbaten zou immers nog veel erger zijn. Waarom is dat zo? In het project van de Sportoase zitten er een belangrijk aantal activiteiten die eigenlijk niets te maken hebben met de stad Leuven. De stad wilde een nieuw zwembad en ook wel een nieuwe baskethall. Maar je vindt pas een externe, private exploitant als je er ook een aantal andere, meer commerciële activiteiten in onder brengt. Als je dat doet als stadsbestuur voorfinancier je dus ook dat commerciële luik en draag je er ook het risico van. En dat is totaal verkeerd. Het gaat dan over de fitness, de stoombaden, de horeca. Carl Devlies is momenteel de grootste cafébaas van Leuven! De stad is daar heel bewust in een avontuur gestapt, waarvan het risico vanaf de start veel te groot was. Daarom deugde het concept van Sportoase niet. Wist je trouwens dat men een contract van dertig jaar is aangegaan met Axima Services voor alles wat dienstverlening betreft? Dertig jaar lang zitten die daar gebeiteld! Niet toevalig is Axima Services ook één van de aandeelhouders. Dat is nooit op de Raad van Bestuur geweest. Dat is een schande! Men doet maar op. En dan nog geeft Leuven nog lessen in ‘goed bestuur’. Wij zijn niet principieel tegen elke vorm van Publiek-Private Samenwerking. Maar we vinden dat er een duidelijk onderscheid gemaakt moet worden tussen de taken van de overheid en die van de privé. En daarbij moet ook heel duidelijk worden afgesproken wie welk risico draagt. Dat ontbreekt volledig bij Sportoase.

Patricia Ceyssens beweerde tijdens de lokale kiescampagne dat Leuven bestuurd wordt door een “bende autohaters”. Is het niet net aangenaam dat de auto wat meer gebannen wordt uit delen van het centrum? Jullie maakten een speerpunt van een tweede bewonerskaart...

Bracquené: Je moet mij toch eens uitleggen op welke manier een tweede bewonerskaart voor meer auto’s in de stad zou zorgen. Dan ga je ervan uit dat die auto’s er vandaag niet zijn... Dat klopt niet. Wij vinden dat mensen recht hebben op comfort. Sommige mensen kiezen ervoor om zonder auto te leven. Geen probleem. Maar als andere mensen graag twee auto’s hebben, is dat net zo goed hun recht. Als je graag wil dat er gezinnen komen wonen in de binnenstad, ga je die mensen met twee auto’s toch niet uitsluiten. Ik heb een kantoor in de Bondgenotenlaan en ik beschik daar over een parkeergarage. De overheid hoeft voor mij geen parkeerplaats te voorzien, maar ze mag het me dan ook niet onmogelijk maken om met de auto tot aan mijn kantoor te geraken. Als ze dat doet, ben ik hier weg en staat het kantoor leeg. De auto maakt deel uit van een modern gezin en je gaat die auto dus niet wegkrijgen. Waarom dan geen tweede bewonerskaart?

De campagne rond de vorige gemeenteraadsverkiezingen stond nogal in het teken van de hoge woonprijzen in onze stad. Zie jij mogelijkheden voor een stad om daar iets aan te doen?

Bracquené: Tijdens de laatste zes jaar hebben we op dat vlak een echte ommekeer in het beleid opgemerkt. Men heeft gedacht om de markt te kunnen sturen. “Wij gaan ervoor zorgen dat er goedkope en degelijke huisvesting komt als stad”. Dat idee. Welke mogelijkheden heb je dan als stad? Je kan natuurlijk investeren in sociale huisvesting, maar de impact daarvan op de markt is vrij beperkt. Je kan ook proberen om het te regelen via je bouwvergunningen. Op dat vlak heeft men steevast een zeer restrictief beleid gevoerd en heeft men heel wat bouwprojecten vooral voor kamers en studio’s afgewezen. Jarenlang heeft men een beleid gevoerd dat uitgesproken tegen de komst van nieuwe studio’s in de stad was. Dat was een verkeerd beleid. Tijdens het laatste jaar is het bestuur daarop teruggekomen. De schepen heeft moeten toegeven dat er inderdaad een ommekeer was op dat vlak. We geloven niet dat je de markt te zeer moet sturen. Voor een stuk werkt die markt zelfregulerend. Dat betekent natuurlijk niet dat je alles zomaar op zijn beloop moet laten. Maar in het geval van Leuven had men net méér aanbod moeten toelaten in plaats van daar zo streng in te zijn.

Zegt u nu dat de stad gesnoeid heeft aan de aanbodszijde en dat er daardoor een schaarste is ontstaan?

Bracquené: Dat tweede is een stapje te ver. Vast staat dat men allerhande nieuwe bouwprojecten heeft tegengehouden en dat heeft op zijn minst het probleem niet helpen oplossen.

Over de oppositie in de Leuvense gemeenteraad doen er twee verhalen de ronde. Het ene stelt dat Louis Tobback en zijn ploeg er met kop en schouders boven uitsteken en dat de oppositie daar niet tegen op kan. De andere versie luidt dat Tobback en co enkel maar misprijzen tonen voor de gemeenteraad en liefst elk debat in de kiem willen smoren. Wat is uw ervaring op dat vlak?

Bracquené: Ik zou daar dan graag een derde versie aan toevoegen. Ook de pers hangt vaak verhalen op over de gemeenteraad zonder er aanwezig te zijn. Ik stel vast dat de coalitie zeer vaak plannen en voorstellen moet intrekken op basis van kritieken vanuit de oppositie, vanuit mijn partij en niet zelden ben ik het die met die kritieken voor de dag komt. Het bestuur ziet zich zeer vaak verplicht om onze amendementen op te nemen. Maar mijn grote frustratie is dat daar nooit eens iets over geschreven wordt. Het frustrerende aan politiek bedrijven in Leuven is dat geen enkele journalist het tijdens twaalf Tobback ooit aangedurfd heeft om eens een serieuze kritiek te schrijven op dat beleid. Niemand! Over zo’n dossier als Sportoase verschijnt er zelden een kritisch artikel en wordt de goed-nieuwsshow zonder kritiek overgenomen. Inmiddels antwoordt Tobback tijdens de gemeenteraad op vragen in de plaats van de schepenen. Is dat een kwalitatief bestuur?

Beginpagina

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.