Interview met Denise Vandevoort en Rik Vanmolkot
woensdag 2 juli 2008, door wim merckx
Naast de schepen komt ook Rik Vanmolkot aan het woord, een culturele duizendpoot, ondermeer consultant en redacteur. In opdracht van Leuven stelde hij de reeks opinies en bedenkingen bij het Leuvense cultuurplan te boek.
De Dry Coppen in de Schrijnmakersstraat is beider favoriete café. geen betere plek te vinden dus om hen op de koffie te vragen. Onze bescheiden vragen genereerden een bij momenten enthousiast betoog over kunst- en cultuur in Leuven.
Het Leuvense cultuurplan voor 2008-2013 telt 116 bladzijden, waar liggen de ambities en klemtonen?
Vandevoort: de twee belangrijkste lijnen in ons plan zijn de innoverende aanpak en de participatie aan het cultuurleven. We proberen bij dat streven zoveel mogelijk de kennis en vernieuwing die er in Leuven te vinden is te gebruiken.
Ik kan dat het best met enkele voorbeelden proberen te verduidelijken. Naar aanleiding van de tentoonstelling De Passie van de Meester, van Rogier van der Weyden, werken we met opdrachten aan Leuvense gezelschappen en organisaties. Bijvoorbeeld werd de vraag gesteld aan het Depot om, in aanloop naar de opening bv. de week voordien, een programma te maken waarin ‘passie’ de rode draad is. We geven ook opdrachten aan gezelschappen om iets nieuws te maken: we vroegen ondermeer het Huelgas ensemble om met muziek uit de tijd van van der Weyden aan de slag te gaan. Daarnaast nog hopen we dat de KUL een onderzoek kan beginnen … Om die vernieuwing mogelijk te maken is er een fonds opgericht dat organisaties waarmee we samenwerken kan vergoeden.
Het tweede streven, de participatie, gaat over de deelname van gebruikersgroepen aan het Leuvense cultuuraanbod. Met de publieksaandacht en kaartenverkoop loopt het in ieder geval vlot in Leuven. Maar bereiken we daarvoor ook alle groepen? Niet dus. De Leuvense middenklasse vindt doorgaans wel de weg, maar er zijn drempels voor allochtonen, mensen die lager opgeleid of arm zijn, jongeren en kinderen …. We proberen daar een mouw aan te passen. En we doen dat samen met mensen uit die doelgroepen. We hebben bijvoorbeeld enkele mensen uit allochtone middens de kans gegeven een opleiding te volgen die hen toelaat om goed te functioneren in de raden van bestuur van onze cultuurorganisaties. Zij kunnen nadien beter dan wie ook de noden van hun cultuurgroepen vertolken. Enkele deelraden van de cultuurraad, erfgoed en kunsten, hebben we gevraagd om te zoeken naar manieren waarop om mensen goesting te doen krijgen in diversiteit. Daaruit rolde ondermeer een project dat we samen met de provincie doen, waarbij de bedoeling is om te experimenteren rond educatie, interculturele en andere. Daar wordt door veel partners aan meegewerkt, de stad is er ééntje van. Het is onze bedoeling dus om in met doelgroepen samen te werken, en uiteindelijk ons publiek te verbreden.
Er is wat discussie over de vraag of Leuven zich kandidaat moet stellen als Europese Culturele Hoofdstad in 2015. Jullie mening?
Vandevoort: dat moeten we niet doen. Het is wellicht interessant voor de citymarketing, maar wat hebben de inwoners eraan? Dikwijls wordt dat toch elitair ingevuld en zitten steden met een kater achteraf. Iets anders is de idee om ons als Culturele Jongerenhoofdstad voor te stellen. Rotterdam nam het initiatief voor deze nieuwe titel, en hoopt dat het Europees wordt opgepikt. Misschien hebben we genoeg troeven om hierin te passen, hier wonen veel jongeren en er zijn veel organisaties.
Vanmolkot: ik ben het met haar eens. En als we zoiets overwegen opper ik een samenwerking met een Waalse stad. Trouwens, er blijft niet altijd alleen maar een kater achter, er worden ook wel eens nieuwe verbanden en samenwerkingen bereikt. Maar voor je dit serieus wil overwegen, moet Leuven om te beginnen een evenementenbeleid hebben. Eéntje waarbij de cultuursector mee aan het stuur zit, nu is dat vooral de dienst toerisme. Een evenement dat verbonden is aan een lange termijnstrategie is zoveel interessanter. Dan is een evenement een toonmoment van iets dat veel diepere wortels heeft. De Zinnekeparade in Brussel is daarvan een mooi voorbeeld, een initiatief van toen Brussel culturele hoofdstad was in 2000.
Vandevoort: we zijn daar al mee begonnen hoor. Nog ivm het jaar van de Passie, werken we met nu met drie buurten die eraan meedoen. Ondermeer in de Frederik Lintstraat gaan de bewoners voor het eerst aan iets samenwerken. Ze krijgen onze steun om in het programma rond de tentoonstelling iets te ontwikkelen.
Iets anders dan, ook cultuur maar dan van het dagelijkse leven. Een commentaar is dat het cultuurplan daar geen aandacht voor heeft. Het Martelarenplein is wat ons betreft een voorbeeld van een plein waar het wat scheef zit. De banken lijken me ongelukkig ingeplant naast de terrassen, aan de overkant staat één bank en zitten de mensen op de trappen achter de taxi rij … al wie er niet voor de horeca komt lijkt er wat verloren bij te lopen. Worden daar lessen uit getrokken.
Vandevoort: we hebben daarom het reglement voor Kom op voor je Wijk aangepast. Er is daar nu ook een kans om iets cultureel te doen met ondersteuning. Vroeger was louter de groendienst betrokken en ging het over bomen en banken: een voorstel van de buurt werd al of niet uitgevoerd. De Technische dienst en die van Ruimtelijke Ordening gaan nu meewerken en mét de mensen nadenken. Het gebeurde dat buurt en diensten los van elkaar voor dezelfde straat plannen maakten.
Dat kan gelden voor buurtprojecten, maar de grote werven zijn andere koek?
Vanmolkot: die aandacht voor wat ruimtelijke ordening op de dynamieken op straat en plein teweeg kan brengen, zit niet in het plan, in zijn commentaar heeft Eric Corijn dat mooi uitgelegd. Welke impact heeft de verhuis van de stadsdiensten bijvoorbeeld voor het centrum en omgeving station? Dat gemis moet in de uitvoering van het plan rechtgetrokken worden. Neem ook de buurt van de Vaartkom. Je hebt daar om te beginnen een dreigende verdringen van armere mensen. De toekomst van de site Molens van Orshoven als cultuurplek is bepaald onzeker ook.
Vandevoort: de snelheid van de projectontwikkelaar (nvdr: ertzberg) voor de Vaart, heeft ons verrast, ook dat hij ineens de Molens bezat. We vroegen hem wel al naar de plannen, naar een timing, naar het gevolg voor de verenigingen. De organisaties die in de Molen huizen helpen we door naar oplossingen zoeken: voor een tijdelijke verhuis, voor een blijvende oplossing, … We kochten enkele eigendommen, brandweer en douane depot, om er een voet in huis te zetten. We zijn geen vragende partij voor een gated community daar.
Om het verdringen van armere bewoners te vermijden zal er meer moeten gebeuren?
Vandevoort: Zeker. We namen ook het groen van de Keizersberg in erfpacht om te vermijden dat de Vaart zich kan isoleren en zorgen ervoor dat er een verbinding komt tussen twee stadsdelen, Wilsele en de Vaartkom.
Leuven heeft nu een kok als cultureel ambassadeur. Waarom een kok en wanneer gaat hij uit zijn keuken komen?
Vandevoort: Het was onze vorige stads DJ die het voorstelde en de man paste wel in het profiel dat we hadden opgesteld. Hij is nog niet echt zichtbaar geweest denk ik ook maar is aan vanalles bezig. De troef is dat hij bezig is met iets alledaags, onze voeding, en kan linken naar ons erfgoed met streekproducten.
Vanmolkot: dat ‘niet zichbaar zijn ‘is toch een probleem. Over Leuven heerst de perceptie dat het cultureel mainstream is en bourgeois, gewoon omdat de andere dingen niet gekend zijn. Nochtans is er voor de omvang van de stad heel veel te beleven en komt daar veel volk voor buiten. De communicatie daarover schiet tekort. Mensen vinden de weg niet naar al dat moois dat zich meer in de marge afspeelt. Hoe gaat de stad daaraan werken?
Vandevoort: ik had ook die klacht. Met het magazine ‘Uit in Leuven’ willen we daarop antwoorden. De distributie van dat boekje is nog niet super. Het zomernummer dat binnenkort uitkomt, gaan we voor het eerst wel huis-aan-huis verspreiden. We werken eraan.
Rik, in je commentaar op het plan besluit je dat een belangrijke sleutel tot het culturele leven, het ‘oude’ engagement is. Wat bedoel je dan?
Vanmolkot: Dat is een vaststelling die niet alleen voor Leuven geldt. Ik roep op om alerter in het leven te staan. Een Vlaming is door de band geïnteresseerd in zijn huis, zijn kinderen, zijn werk en Plopsaland. De organisatoren van culturele manifestaties weten dat ook: de middle of the road projecten trekken het volk. Dat is het gemakkelijkste en vraagt geen betrokkenheid. Jammer toch.
Maar ik heb het ook over sommige spelers die best wat engagement mogen tonen. De gehele Leuvense privéwereld is afwezig en treedt hoogstens als sponsor op voor kunst en cultuur…
Vandevoort: zelf als sponsor stellen ze niet veel voor
Vanmolkot: … kan de stad bedrijven engageren, betrekken in de culturele werking? En kunnen ze dat ook met de KUL? De universiteit heeft wel wat aan kunst en cultuur te bieden, maar er zit geen strategie achter en het is ook maar fragmentarisch terug te vinden. Een samenwerking tussen stad, Kul en de bedrijven zou een dimensie toevoegen. Het kan de kracht hebben om Leuven op de cultuurkaart een scherper profiel te geven. Waarom profileert de Kul zich alleen op technologische en economische domeinen (buiten onderwijs en onderzoek)?
Vandevoort: kunnen we het engagement in kaart brengen? Ik heb genoten van de bijdrage van Corijn aan onze publicatie. Hij stelt zich vragen over de identiteit van de Leuvenaar. Ik denk dat we rijk zijn aan engagement en dat er veel activiteiten zijn die dat die dat tonen. Akkoord dat er te weinig netwerken zijn met KUL en bedrijven. We hopen hen via het nieuwe museum wel een platform te bieden waarop ze zichzelf kunnen tonen. Dat is een manier om de bal te laten rollen.
Inbev is het grote voorbeeld: het grootste bedrijf maar we hebben daar geen aanknopingspunt of gesprekspartner. Integendeel, samenwerken met hen wordt alsmaar moeilijker. Wie van de Inbev bazen heeft er nog affiniteit met Leuven?
Vanmolkot: daar zit je in een andere wereld. Er zijn enkele superrijke families die eigenlijk buiten de samenleving staan. Of zich anders toch op een onzichtbare manier bemoeien.
Bedoel je vastgoedfirma Ertzberg die de buurt rond de vaart opkocht? Via hun website kom je alleszins niet te weten wie erachter zit.
Vandevoort: de groep Ertzberg is zeer dynamisch en actief in Leuven op verschillende plaatsen. Ze hebben grote delen aan de Vaart kunnen verwerven, onder andere van Inbev. Ze hebben daar een ambitieus plan voor klaar waar ook de Molens van Orshoven deel van uitmaken. Als stad pleiten we ervoor dat dit een culturele plaats is en blijft, wat nu al wordt waargemaakt door de culturele bewoners nu.
To the point dan maar: wat missen jullie in de cultuurplannen?
Vanmolkot: ik mis drie dingen. Ten eerste kom ik dan terug op de culturele impact die de ruimtelijke ordening heeft. De bouwwerven en verhuizen zijn overal, maar we hebben geen greep op de culturele gevolgen, gaan niet in op de opportuniteiten? Ten tweede moet er een evenementenbeleid zijn, culturele hoofdstad of niet. Je bént een cultuurstad, je wordt dat niet voor één jaar. De cultuurspeler in Leuven, de KUL, moet daarbij betrokken zijn. Het Tafelrond staat nu schandalig leeg …
Vandevoort: en het kan als monument niet eens belast worden, die opmerking krijgen we dikwijls
Vanmolkot: … waarom niet daarvan het tastbare centrum maken van de samenwerking tussen stad, privé en universiteit.
Maar ten derde: ik ben voor een samenwerking met Brussel. Ik ben ook fan van de dynamieken in Brussel en we moeten het zeggen: Leuven is een voorstad van Brussel als het gaat over cultuur. Dat is 30 kilometer van hier en als je wil innoveren liggen daar veel kansen op samenwerking.
Vandevoort: wat ik mis … het plan wil ik zien als een startpunt voor debat. Daarom hebben we het ook in boekvorm uitgegeven met een tweede deel met opinies en meningen. Dat boek is voor iedereen gratis te krijgen. We moeten door debat werken aan de identiteit van de Leuvenaar en daar dragen de passanten, soms migranten, studenten, bezoekers, ook aan bij.
De opmerking van Rik over de samenwerking met de universiteit klopt. Ik zie het nog iets ruimer: we moeten samenwerken met universiteit én hogescholen. En daarbij zorgt dé student ook voor een dynamiek buiten de instellingen. We moeten met alle signalen iets proberen te doen en het toch niet willen vasthouden. Eerder: de goede initiatieven veel vrijheid geven.
Info: „Leuven. Cultuurstad.” is een tweedelige uitgave naar aanleiding van het cultuurplan 2008-2013. De uitgave is gratis te verkrijgen op de Leuvense cultuurdienst.
Over cultuurbeleid, stedelijkheid en samenleving
Eric Corijn
p.25 onderaan
“In dat spanningsveld moet ook voortdurend de vraag worden gesteld of het culturele aanbod in fase is met de samenlevingsopbouw. Daarmee is niet gezegd dat kunst en cultuur ondergeschikt zijn aan de politiek. Daarmee is alleen gezegd dat het onvoldoende is dat een aanbod voldoende vraag kent, dat de programmering succesvol is, dat de winkel draait, om te spreken van een geschikte cultuur voor gemeenschapsvorming. De culturele en artistieke markt valt immers niet (noodzakelijk) samen met het project van een warme stad. Daarom mag de vraag naar cultuurparticipatie, publieksverbreding en sociale mix niet alleen worden benaderd vanuit het bestaande aanbod (dat is gebouwd op de koopkrachtige, hoger opgeleide middenklasse-vraag). De cultuurproductie zelf mag af en toe eens kritisch worden afgetoetst op de maatschappelijke diagnose. In dat veld is er veel werk aan de winkel. De meeste cultuurwerkers, programmamakers en artiesten meten hun legitimiteit af aan succes en voelen zich niet echt verantwoordelijk voor de niet-participanten of maatschappelijke knelpunten.”
Commentaar van Denise Vandervoort: Deze bezorgdheid van Eric Corijn deel ik sterk. Ik ben er zeker van dat we in Leuven met een ‘andere’ programmatie in cultuur ook onze zalen uitverkocht krijgen. Maar gelukkig wordt hier heel dikwijls de vraag gesteld ‘zijn we goe bezig ?’, in de betekenis van ‘zorgen we voor een divers aanbod zodat iedereen kan proeven van cultuur zonder dat we aan kwaliteit inboeten ?’ Voelen we de onderstromen aan, doen we iets met de dynamiek van het samenleven, spelen we in op de creativiteit die hier aanwezig is ? En gelukkig hebben we hier in Leuven niet alleen sterke spelers in het culturele veld maar ook op vlak van samenlevingsopbouw en in het verenigingsleven. En dat heeft al gezorgd voor sociaal-artistieke processen en kruisbestuivingen. En voor kritische bevraging. En dat blijven we nodig hebben om alert te zijn en te blijven, alert voor dat spanningsveld dat Eric Corijn beschrijft.
Wordt Leuven het Aarschot aan de de Dijle of het SoHo aan de Zenne?
Franky Devos
Demp de stedenstrijd. Vraag je niet langer af wat Brussel voor Leuven kan doen, maar bedenk wat Leuven voor Brussel kan doen. Bepaal je positie, kies en sta in voor de gevolgen. Wil Leuven het Aarschot aan de Dijle worden of een nieuw SoHo aan de Zenne?Beleidsverantwoordelijken, ontwikkel één artistiek vuurtorenproject dat uitstraalt voorbij België naar alle Europese landen. Bundel krachten en middelen. Gebruik je autoriteit. Trotseer de oppositie en maak u zelf onsterfelijk door een project te zaaien dat pas door uw opvolgers zal geoogst worden. Verras ons Leuven. Doe wat men niet van je verwacht.
Commentaar van Rik Vanmolkot: ’Bundel krachten en middelen. Gebruik je autoriteit...’ Ik hoor het graag. Voor mij moet die bundeling komen van een strategisch(ere) cultureel-maatschappelijke samenwerking tussen de wereld rond de universiteit (inclusief de hogescholen en de bedrijven errond) en de stad, en niet te vergeten de bedrijven die niet met stad of universiteit samenwerken (en dat zijn er nogal wat). En laat ons de tijd nemen om zo’n ’vuurtorenproject’ uit te denken. En daarbij betreden paden verlaten zoals Europese of Vlaamse cultuurstad. En samenwerken met goed uitgezochte partners uit Brussel, ons venster op de wereld. Zo steken we een (milieuvriendelijke!) motor onder de twee belangrijkste bedenkingen die wat mij betreft uit onze beleidsreflectie naar voor kwamen: inzetten op Brussel en op de samenwerking met de universitaire wereld, niet zozeer de studenten, maar wel de universiteit zelf.
En als binnenkort de gigant Inbev ook effectief ’the world’s largest brewer’ wordt, moeten we eens met hen gaan spreken. Voor het jaarloon van 1 bestuurder kunnen we al een heel boeiend project opzetten. En hopen dat het de hele andere kant uitgaat dan een poging om in het Guiness Book of World Records te raken met tienduizend studenten die een dafalgan in een flesje Stella steken in de hoop door de smurrie de grootste wet T-shirtcontest ter wereld te houden. En laat zo’n ’groot project’ geflankeerd worden door langlopend overleg en samenwerking, waarvan het project slechts een uiting is, en geen doel. Het bierviltje waarop het stadhuis staat afgebeeld in het logo van de stad krijgt dan een waarlijk participatieve betekenis. Hopelijk.