Wordt Leuven het Aarschot aan de de Dijle of het SoHo aan de Zenne?
donderdag 1 mei 2008, door Franky Devos
Doe de test, laat alle beleidsplannen van de tien Vlaamse centrumsteden duizend rondjes zwieren en gegarandeerd hou je —participatie“, —educatie“, —evenementen“, —culturele competentie“ en —lokaal talent“ over als restfractie. Te beklagen zijn ze, de Vlaamse ambtenaren die straks alle lokale cultuurbeleidsplannen moeten doornemen en in hoofdlijnen alsmaar variaties op hetzelfde thema lezen.
Niet verwonderlijk dat steden en gemeentelijk op vlak van cultuurbeleid unisono denken. Stedelijk cultuurbeleidsplannen worden per definitie verwekt in de schaduw van het stadhuis en zijn in hoofdzaak gericht op het electoraat van de gemeenteraadsleden, de schepenen en de burgemeester, op de eigen inwoners dus. De museumconservator krijgt bovenop zijn ambtenaren die instonden voor —behoud en beheer“ twee jonge publieksmedewerkers, er worden nieuwe festivals gecreëerd, erfgoed krijgt een trendy jasje en de professionalisering van cultuurcommunicatie en -marketing gaat snel.
De participatiegolf, door minister Anciaux in gang gezet, heeft het kunst-en cultuur-monopolie van de —ascetische elite“ uitgehold. En da‘s maar goed ook. Kwalijk nadeel hiervan, is dat, gezien de doelgroepfocus breder wordt, ook het aanbod wijzigt. In Vlaanderen merken we een daling van het theateraanbod, dans wordt verder gemarginaliseerd en het aantal muziekvoorstellingen stijgt [1]. Het aandeel artistieke programmering in cultuurcentra neemt af en de cultuurfunctionaris ziet zijn takenpakket van het culturele opschuiven naar het sociale. Cultuur als wapen tegen de verzuring, als instrument tot integratie en in tijden van pocherige verklaringen zelfs als redding van de democratie. Deze vanuit de Vlaamse Regering aangestuurde ontwikkelingen op vlak van cultuurbeleid zijn gesneden koek voor de Vlaamse steden en gemeenten. Als ze meespelen in dit beleid œ en waarom zouden ze dat niet doen? -houden ze er centen, een gesubsidieerde cultuurbeleidscoördinator en een tevreden bevolking aan over.
Bij hen geen gemor, bij hen geen discours van hoger en dieper. Zolang de patiënt —stedelijk cultuurbeleidsplan“ heet, kan je moeilijk verwachten dat de stedelijke verwekkers met hun beperkt budget en hun erg nabije electoraat hogere ambities koesteren. De papa en de mama zijn overbezorgd, willen dat het kindje binnen de lijntjes kleurt en bovenal dat het beste vriendjes is met de buren, eerder dan met de wereld.
Met participatie als speerpunt voor het Vlaams cultuurbeleid komen de hemelbestormende impulsen ook niet van deze hogere overheid. De Minister van Cultuur heeft op dat vlak zijn ministerpost verknipt tot 308 [2] keer die van schepen van cultuur. Het is wachten op hij of zij die de omgekeerde beweging maakt? Welke schepen van cultuur heeft de ambitie, het lef en de knowhow om zijn/haar stad internationaal op de kaart te zetten door hetzij gracieus te mikken naar de top, hetzij zich radicaal te storten in de marge?
Het Europa van de regio‘s is achterhaald. We evolueren in hoge snelheid naar het Europa van de steden. Hun profilering en aanzuigkracht groeit, zowel op vlak van economie, op vlak van cultuur als op vlak van toerisme. Met Berlijn, Londen en Parijs bezit Europa een aantal primer league-steden, gevolgd door onder andere Amsterdam, Madrid, Brussel, Barcelona, Rijsel en Frankfurt. Het cultuuraanbod in die steden is een bepalende factor voor bedrijven om zich er te vestigen of voor toeristen als citytripbestemming. De concurrentie tussen steden is groot en de eisen van de bezoeker hoog. Brochures met full color foto‘s van gerenoveerde belforten en gotische stadhuizen volstaan niet langer. Met een cultuurbeleid dat zich in hoofdzaak laat beschrijven in termen van —participatie“, —educatie“, —evenementen“, —culturele competentie“ en —lokaal talent“ geraken we nog niet voorbij de Belgische taalgrens, laat staan voorbij de Belgische landsgrens.
Neem je daar een kijkje, dan sta je versteld van de spectaculaire investeringen op vlak van cultuur de laatste tien jaar. Tate Modern in Londen, Guggenheim in Bilbao, MaRTHa in Herford en het Judisches Museum in Berlijn zijn maar enkele toonbeelden van forse investeringen in een cultuurpatrimonium en œaanbod die als uithangbord voor de stad hun aantrekkingskracht niet missen.
Vlaanderen lijkt die boot totaal te missen. Het is wachten op Brussel totdat die stad een visie ontwikkelt Å“ en binnen alle politieke beleidsniveaus eensgezindheid -om binnen deze internationale culturele ontwikkelingen als Europese hoofdstad mee een hoofdrol te spelen.
Hier ligt een gigantische opportuniteit voor Leuven. Als de stad internationale ambities koestert, dan zal het in het kielzog zijn van Brussel. Een andere weg is overmoedig. Leuven, bepaal welke wijk je wil worden in het Eurodistrict Brussels: Bronx, Manhattan, Queens of Staten Island en schrijf vanuit die keuze onvermijdelijk een totaal ander cultuurbeleidsplan dan dat van Oostende, Hasselt of Brugge. Besef dat u als stad op dat vlak een strategische voorsprongpositie bekleedt. Kapitaliseer ze. Profiteer niet enkel van de groeiende aantrekkingskracht van onze hoofdstad, maar draag er ook wezenlijk toe bij. En bovenal doe het nu. Voel de adem van Mechelen in de nek. Loop Leuven, Loop!
Demp de stedenstrijd. Vraag je niet langer af wat Brussel voor Leuven kan doen, maar bedenk wat Leuven voor Brussel kan doen. Bepaal je positie, kies en sta in voor de gevolgen. Wil Leuven het Aarschot aan de Dijle worden of een nieuw SoHo aan de Zenne?
Beleidsverantwoordelijken, ontwikkel één artistiek vuurtorenproject dat uitstraalt voorbij België naar alle Europese landen. Bundel krachten en middelen. Gebruik je autoriteit. Trotseer de oppositie en maak u zelf onsterfelijk door een project te zaaien dat pas door uw opvolgers zal geoogst worden. Verras ons Leuven. Doe wat men niet van je verwacht.
SoHO New York ontstond in de jaren zestig en zeventig toen veel fabrieken sloten en kunstenaars de goedkope ruimtes inrichtten als studio. Daardoor groeide het uit tot een hippe wijk, die trendsettend is (was?) op het gebied van beeldende kunsten, mode en architectuur. Allicht is het voor Leuven hiervoor al laat. De nabijheid van Brussel en de aanzuigkracht van de universiteit deden de immoprijzen spectaculair stijgen. Zo wordt Leuven een slaapstad voor pendelaars of een residentiestad voor behoede jonge universitairen. Kan een stedelijke overheid zich daartegen wapenen?
Anders vergaat het Gent, de andere universiteitsstad die met meer ingeschreven eerstejaarsstudenten de laatste drie jaar op rij de fakkel draagt van grootste studentenstad van Vlaanderen. Gent wordt voortgestuwd door de clichés —links, cultureel en alternatief“, terwijl de clichés —burgerlijk en katholiek“ Leuven naar beneden halen. Het gaat te goed met Leuven. Alles lijkt er gerealiseerd, alles geordend, netjes opgekuist. De middenstand floreert, de bussen vertrekken op tijd en er zit weer vis in de Dijle.
Kunstenaars gedijen moeilijk in zo‘n biotoop. Als nachtvlinders schuwen ze de ter beschikking gestelde panden waar de lokale overheid het licht heeft aangestoken. Ze willen terreinen bezetten waar nog winst te boeken valt, waar zij nog het verschil kunnen maken: de 19de eeuwse arbeidersgordel rond Gent bijvoorbeeld, het desolate Buda eiland in Kortrijk, de Van Volxemlaan in Brussel. Maar ook daar is alles permanent in evolutie en dreigt bijvoorbeeld Brussel zijn titel als Europese danshoofdstad te verliezen aan Berlijn. Reden? Ook in Brussel is teveel terrein bezet door dansgezelschappen links en danswerkplaatsen rechts. De paradox van de cultuurorganisties: ze stimuleren en versmachten in één adem.
Daarom Leuven, creëer ruimte. Dwing eigenaars van leegstaand panden om ze ter beschikking te stellen aan jonge kunstenaars. Verhoog uw projectenpot en vereenvoudig de administratieve aanvraagprocedure. Ken snel impulssubsidies toe en neem ze even snel weer af. Besteed uw jongerencultuurbeleid niet uit aan bestaande organisaties. Het Depot, STUK, Mooss, fABULEUS en Amusee Vous doen dan wel schitterend werk maar ook zij stimuleren en versmachten. Kies niet voor méér van hetzelfde, maar voor een maximale diversiteit. Pak uit met een grootse Rogier van der Weyden-tentoonstelling, maar stel ook risicokapitaal ter beschikking voor een chaotisch bijtend off-programma.
Een kennisstad als Leuven heeft troeven zat om hét Vlaamse experimenteerplatform te worden voor vernieuwende culturele en artistieke onderzoeksprojecten. Zie het als de afdeling research and development van de Vlaamse cultuursector. Met het STUK zit je artistiek goed, met Mooss, fABULEUS en Amusee Vous heb je een stapje voor als het gaat om jongerenparticipatie en cultuureducatie en het Instituut voor Onderzoek in de Kunsten van de Associatie Leuven kan zorgen voor een intellectuele bovenbouw.
Dat betekent dat de stad investeert in een onbekende toekomst: veel trial, veel error. Eerlijk, dit zie ik nog niet zo snel gebeuren. Lokale politici staan te dicht bij de bevolking om risicovolle en moedige keuzes te kunnen maken. Projecten die ontstaan in de glooiingen van de marginale dalen zijn meer gebaat met subsidiegevers veraf dan dichtbij. Liever de provincie dan de stad, liever Europa dan de Vlaamse Gemeenschap. Hier zie ik de stad eerder als intermediair, als wegwijzer voor culturele project-ontwikkelaars allerhande naar de Europese euro‘s. Een stad ook die graaft naar nieuwe goudadertjes. Die van de private investeerders bijvoorbeeld.
Het wordt stilaan tijd dat de industrie ook voor artistieke projecten de kleur van zijn centen laat zien. Niet uit liefde voor de kunst, maar uit welbegrepen eigenbelang. Leuven, verleid je ondernemers om mee te investeren in je cultuurbeleid. Als return krijgen zij een cultuurstad met een internationale horizon waardoor zij makkelijker binnen-en buitenlandse topmedewerkers kunnen aantrekken. Het is ook een poort naar economische innovatie. Nu de Minister van Economie Vlaanderen uittroept tot District of Creativity hebben ondernemers baat bij dynamische r&d-labs voor cultuur. Creativiteit gaat over het verbeteren van wat bestaat en over het creëren van iets totaal nieuws. Twee domeinen waar kunstenaars par excellence mee bezig zijn. Een stad is een passend vehikel om kunstenaars en ondernemers samen te laten rijden.
De goesting stijgt bij ondernemers. Immers, ze opereren in een duur land en botsen tegen de grenzen van de productiviteit. Kiezen voor vernieuwing is een belangrijke weg naar noodzakelijke groei. Ook kunstenaars ontwikkelen minder snel een weerstand. Ook voor hen valt er winst te rapen, niet louter in de vorm van productiebudgetten, maar veelal ook in extra knowhow. De tijd dat de choreograaf na het bestuderen van de grote voorgangers als Stanislawski en Grotowski zelf een avondvoorstelling begon te maken is voorbij. Hedendaagse kunst zoekt de mosterd in de natuurkunde, bij productontwikkelaars, bij computerdeskundigen. Het vraagt dus weinig overredingskracht om kunstenaars in contact te brengen met vakspecialisten of ingenieurs in bedrijven. Ook voor hen: welbegrepen eigenbelang. Of beter nog: win win.
En mag ik er tot besluit nog een winnaar aan toevoegen? Het stedelijke cultuurbeleid, dat ook vooruitgang zal boeken op de favoriete domeinen van —participatie“ en —culturele competentie“. Immers, ondanks de professionalisering van de cultuurcommunicatie de laatste jaren, blijkt ook dat geen wondermiddel. Een nieuw publiek behoeft meer dan een heldere brochure, een interactieve website of een affichecampagne op bussen, willen we het verleiden tot een boek, een oversteekje naar het museum of een avondje theater. Allicht vinden we nieuwe publieken binnen bestaande sociale netwerken. Die van collega‘s en zakenrelaties zijn niet onbelangrijk. Via de werkgever, de ploegbaas, de werkmakker uitgenodigd en gestimuleerd worden om meer te participeren aan kunst en cultuur werkt. Dit vereist de omscholing van de communicatiemedewerker tot netwerkmakelaar. Een netwerk waarin kunstenaars, ondernemers en nieuw publiek elkaar vinden. Een netwerk ook dat gekruid, geolied en gezoet wordt vanuit het stedelijk cultuurbeleid. Wil dit succesvol zijn, dan zal het een integratie bevatten van marginale dalen en internationale pieken. Op naar een geïntegreerd stedelijk cultuurbeleid.
Franky Devos