maandag 22 oktober 2007, door Jaak Brepoels
Zoals een krant blokletterde gooide de vzw RecuPC op 27 juli de handdoek in de ring. Die beeldspraak wekt de indruk dat de vzw een hopeloze en vergeefse strijd voor overleving met een overgave beslechtte. Voor de buitenwereld – de klanten op de eerste plaats - kwam de stopzetting van de activiteiten alleszins geheel onverwacht. Ook het ogenblik – midden grote vakantie – leek daar op te wijzen. Voor wie echter het initiatief van nabij volgde kwam de pijnlijke en voor het betrokken personeel sociaal dramatische beslissing om ermee op te houden niet onverwacht en zeker niet als een ‘donderslag bij heldere hemel’. Integendeel. Ze hing al een tijdje in de lucht. Onderliggende en voor de buitenwereld niet zichtbare structurele problemen sluimerden al een hele tijd en vroegen om een duidelijke stellingname van de raad van bestuur (bestaande uit vertegenwoordigers van stad Leuven, OCMW en vzw SPIT). Een poging tot opheldering.
Door honderden tweedehandscomputers op de markt te brengen had RecuPC een vaste stek verworven in het informaticalandschap. Dank zij een zorgvuldig uitgebouwd netwerk van klanten en leveranciers gaf RecuPC duizenden computers een zeer zinvol tweede leven in scholen en huiskamers, voor wie de aanschaf van een computer uit het reguliere aanbod financieel problemen gaf. De inzet van velen heeft daartoe bijgedragen, op de eerste plaats het vast personeel dat verantwoordelijk was voor de dagelijkse leiding, de winkel, de ateliers en het magazijnbeheer.
Maar ook inspanningen van de ondertussen al meer dan honderd ‘cursisten’, die als bestaansminimum- of leefloontrekker, de kans kregen in RecuPC werkervaring op te doen verdienen alle lof. RecuPC was vooral een opleidings- en begeleidingsinitiatief. Dat had zijn kostprijs, die onmogelijk door de winkelactiviteit en andere vormen van betaalde dienstverlening kon gedragen worden. Dat het initiatief op termijn zelfbedruipend kon worden, geloofde ook aanvankelijk niemand. Zonder financiële en soms ook logistieke overheidssteun is elk initiatief in de sociale economie immers niet leefbaar. Toch begon daar het schoentje te knellen.
Groeiende afhankelijkheid van subsidies
Laten we eerst de ‘bedrijfsgegevens’ spreken. De begroting van 2007 ging uit van een inkomst van € 643.522. Overhead en algemene kosten werden begroot op € 53.480. Het resultaat is een bruto inkomst van € 320.167. Na aftrek van personeelskosten (€ 295.865), belastingen en verrekening van financiële opbrengsten en kosten sloot die begroting af met een winst van € 10.000. In realiteit echter liep het tekort reeds op tot ruim € 16.000.
Als we echter met nog steeds met de begrotingscijfers als uitgangspunt het bedrag van de subsidies (€ 250.000) vergelijken met de bruto-opbrengst van de winkelactiviteit en dienstverlening (verkoop – aankoop = € 121.443) komen we uit op een verhouding 70 % subsidies tegenover 30 % eigen gerealiseerde inkomsten. Dat onevenwicht vormde gaandeweg een structureel probleem.
Groeiende onzekerheid over deze subsidies
De subsidies bedroegen in totaal bijna € 250.000: ESF (€ 93.600); federale overheid (sociale maribel: € 15.900); Vlaamse overheid (WEP: € 56.500); provincie (€ 11.000); Stedenfonds (€ 50.000) en sectorfonds metaal (€ 15.000). Voor alle duidelijkheid: zowel de ESF-subsidie als de Vlaamse tussenkomst werkervaringsplan zijn een vergoeding voor de kosten van opleiding, begeleiding, omkadering en lonen van de ‘cursisten’ en in die zin logische inkomsten.
De huidige Stedenfondsperiode eindigt in 2007. Zoals reeds lang geleden aangekondigd zouden middelen uit dit Stedenfonds (€ 175.000 jaarlijks in de periode 2008-2013, dit is de totale som voor de sociale economie projecten) integraal naar de ontwikkeling van de Veilingsite gaan. Elke deelnemende vzw zou jaarlijks een bedrag ontvangen a rato van de bezette m² als tussenkomst in de financieringskosten van het eigen aandeel in het gebouw. Voor RecuPC (9,2 % van de Veilingkost) betekende dit een forse aderlating. Enerzijds betaalde de vzw geen huisvestingskosten (huisvesting in stadseigendommen), anderzijds moest de vzw voor de Veiling vanaf 2009 bijna € 30.000 (zonder BTW) betalen (waarvan ongeveer € 15.000 gedekt werd met stedenfondsmiddelen).
De ESF-erkenning loopt af einde 2007. Voor 2008 werd voor bestaande projecten een overgangsregeling voorzien, in afwachting van een Vlaamse decreet inzake werkervaring. Een aanvraagdossier moest binnen zijn tegen 27 september, waarna binnen de 12 weken een toezegging voor 2008 zou volgen. Wat er na 2008 zou gebeuren, was onzeker (gezien de snelheid waarmee de Vlaamse overheid decreten produceert, cfr. buurt- en nabijheidsdiensten).Van deze ESF-subsidies hing wel de begeleiding van het gros van de cursisten af.
De sociale maribeltussenkomst zou dalen van € 15.900 naar € 5.724 (omdat het integratiecentrum haar aandeel wilde gebruiken voor een eigen project). De provinciale subsidie en de middelen uit het sectorfonds zijn ook niet op lange termijn een zekerheid. Zelfs als zou de ESF-tussenkomst gegarandeerd zijn, dan nog moest een bijkomend gat van 50.000 dichtgereden worden en vanaf 2009 een groot gedeelte van de huisvestingskost (Veiling).
Dit euvel was niet nieuw
Het structureel tekort kon slechts op drie wijzen opgevangen worden: door meer overheidssubsidies, hogere omzetten of nieuwe activiteitenbronnen aan te boren. De eerste piste, nl. meer overheidssubsidies (bv. van de stad ter vervanging van stedenfondsmiddelen), maakte weinig kans omwille van precedenten, die anderen op hetzelfde idee konden brengen, maar ook omwille van het bodemloos karakter ervan. Stedenfondsmiddelen blijvend reserveren als subsidie was in tegenspraak met reeds eerdere beleidsafspraken inzake de bestemming van deze middelen voor de periode 2008-2013 (nl. de financiering van het eigen aandeel van de verschillende vzw’s in het Veilingproject).
Meer omzet realiseren vanuit de dagelijkse stilaan traditionele activiteiten (vooral recuperatie en verkoop) waren ook al problematisch. Het geleverde eindproduct ondervond groeiende concurrentie van de reguliere markt, die steeds goedkopere én beter uitgeruste toestellen op de markt brengt (cfr. recente aanbiedingen Carrefour en Krefel). Er bleef vraag naar aangepast tweedehandsmateriaal, maar de stijgende kosten van updating en opwaardering tot valabele alternatieven voor de reguliere markt (waarbij essentiële onderdelen, ‘toeters en bellen’ steeds nieuw aangekocht moesten worden) verkleinden de ‘winstmarge’, waardoor steeds grotere omzetten moesten gerealiseerd worden om hetzelfde netto-resultaat, laat staan een hoger rendement te bekomen. M.a.w. het aangeboden eindprodukt bood steeds minder toegevoegde waarde t.o.v. het gelijk(w)aardige aanbod op de private markt. Hoewel de recyclageactiviteit zeker bijdroeg tot het dichten van de digitale kloof, bood ze op zich weinig of geen duurzaam overlevingsperspectief. Reeds enkele jaren geleden werd deze ontwikkeling op de private markt als een reële bedreiging aanzien, die voor RecuPC op lange termijn fatale gevolgen kon hebben.
Een derde piste bestond in het aanbieden van nieuwe diensten, die voor een reguliere instroom van inkomsten zou kunnen zorgen én bovendien voor meer duurzame tewerkstelling. Begin 2007 besloot de raad van bestuur deze piste te onderzoeken en daarover tegen einde april uitsluitsel te krijgen. Aan grote werkgevers werd aangeboden om tegen een vergoeding afgeschreven computermateriaal te updaten en door te sluizen naar doelgroepen die deze werkgevers zouden aanduiden (eigen personeel, scholen…). Gesprekken werden aangegaan met de KUL, verschillende OCMW’s, provincie… maar die bereikten geen finaal stadium. RecuPC zat mee in een consortium voor een offerte van de federale overheid inzake verwerking van computers van de federale overheid. Vooral deze laatste piste was veelbelovend, maar draaide op niets uit (verkiezingen…).
Ook een gesprek met het kabinet Vandenbroucke over een scholenproject liep op niets uit. Omdat een aantal van deze gesprekken lopende waren, schoof de raad van bestuur de beslissing over de toekomst van de vzw die zich stilaan opdrong (met stopzetting als een perspectief dat zich aftekende) steeds verder voor zich uit. Aan SPIT werd inmiddels ook gevraagd een overname van RecuPC te onderzoeken. Na intern onderzoek van balansen en resultatenrekening concludeerde de vzw dat een overname niet overwogen kon worden omwille van de leefbaarheid op lange termijn.
Wat met de ‘maatschappelijke meerwaarde’?
Bleef over: volstond de maatschappelijke meerwaarde van het initiatief om RecuPC in leven te houden. Daarmee bedoelen we enerzijds de bijdrage tot vermindering van de afvalberg door hergebruik van tweedehands, afgedankte of afgeschreven computers, anderzijds opleidings- en tewerkstellingskansen scheppen voor onvoldoende geschoolden of moeilijk te plaatsen werkzoekenden in een technologische sector. Hergebruik van hardware (basisuitrusting) blijft zinvol, ook al is die slechts tijdelijk. Deze doelstellingen waren 9 jaren geleden de belangrijkste drijfveren om met de vzw aan de slag te gaan. Vandaag belanden computers door recuperatie van onderdelen niet langer in hun geheel op de afvalberg. Initiatieven als ‘Close the Gap’ geven op een veel bredere schaal gebruikte computers een tweede leven. RecuPC startte als een opleidings- en werkervaringsinitiatief.
Meer dan honderd ‘cursisten’ kregen de gelegenheid om via een tijdelijke tewerkstelling hun kansen op de reguliere arbeidsmarkt te vergroten. Op dit vlak heeft het initiatief echter nooit echt zijn verwachtingen ingelost. De doorstromingsresultaten, zeker naar bijkomende opleiding of werk in de IT-sector, namen af. Wellicht droeg het initatief wel bij tot de verbetering van de arbeidsattitude in het algemeen. Op het ogenblik van de vereffening werkten binnen RecuPC 5 mensen met een contract van onbepaalde duur, 4 WEPpers (werkervaringsplanners) en 14 art. 60ers (betaald door OCMW). Behalve de begeleiding op de werkvloer (winkel, ateliers, magazijn) werden deze mensen ook gevolgd door OCMW en Werkwinkel. Ze deden ongetwijfeld ervaring op in een van de onderdelen, maar echte magazijnbedienden, PC-techniekers of winkelbedienden leverde dat niet echt op.
De vraag kon gesteld worden of tegen de achtergrond van deze evoluties de massale inzet van financiële middelen nog langer kon verantwoord worden. Bovendien konden we nooit echt uitsluitsel geven over de uiteindelijke bestemming van RecuPC. Was het een economisch initiatief, dat weliswaar zonder ooit zelfbedruipend te worden, toch aan een reële behoefte tegemoet kwam en dus levensvatbaar en op de lange termijn minder afhankelijk van externe betoelaging. Of was het een ‘welzijnsorganisatie’ die meer de nadruk legde op de in- en uitstroom van minder gefortuneerden en daarvoor beroep deed op een economische activiteit.
Kortom
De raad van bestuur was zich al meerdere jaren bewust van de geciteerde problemen. Ook het vast personeel! Zonder uitzondering, de directeur op kop, hebben de ‘vasten’ alles gedaan om deze problemen te lijf te gaan. De laatste maand werd via de winkel nog een omzet gedraaid van € 41.000. Dat deze mensen die hun hart en ziel in het bedrijf staken het eerste slachtoffer zijn van de vereffening maakte de uiteindelijke beslissing tot een onafwendbaar maar bijzonder pijnlijk gebeuren.
Gezien al deze onzekerheden werd de directeur reeds eerder op het jaar in vooropzeg geplaatst. In juni werd nog overwogen om de vzw nog een overgangsjaar te geven waarbinnen verder kon gezocht worden naar reële overlevingskansen. De twijfels over zekerheden op middellange en lange termijn, de financiële kost van een vereffening binnen een jaar, de onzekerheid over de financiering na 2008, de groeiende onzekerheid bij het personeel, de financieringsproblemen inzake huisvesting, het ontbreken van financiële reserves in de balans, het beperkt eigen vermogen, de loodzware concurrentie inzake nieuwe PC hardware deed de raad van bestuur van 16 juli 2007 beslissen de algemene vergadering voor te stellen de activiteiten van de vzw stop te zetten. Het schepencollege gaf op 27 juli groen licht voor deze operatie. De algemene vergadering op diezelfde dag besloot eenparig tot de vrijwillige ontbinding en vereffening van de vzw vanaf 27 juli, het eventuele (maar zeer weinig waarschijnlijke netto-actief) toe te kennen aan vzw SPIT Tewerkstelling en Bert Beelen aan te stellen als vereffenaar. Deze beslissing werd op dezelfde dag meegedeeld aan het personeel.