dinsdag 2 oktober 2007, door wim merckx
Het verhaal begint in 2005. Toen kreeg de bouw van de ‘sociale economie site’ in Heverlee een definitief groen licht. Enkele jaren later moest er een nieuw gebouw staan dat de huisvestingsproblemen van de Leuvense sociale tewerkstellingsprojecten zou oplossen. Er kwam een samenwerking met SPIT, Wonen en Werken, Velo en RecupPC. De totale kosten werden geraamd op een 6 miljoen €, met een inbreng van de Stad Leuven van 3,7 miljoen €.
Een beslissing die hiermee samenhing was die van de stad, om de Stedenfondsmiddelen (geld van de Vlaamse Gemeenschap) vanaf 2008 aan de site te besteden en het geld niet langer voor de werking van de vier organisaties te gebruiken. Dat zou RecuPC elk jaar 50.000 € minder inkomsten leveren.
Over die beslissing zei gewezen coördinator Bart Doevenspeck in Het Volk (28/07/07): “De onzekerheid rond de Europese subsidies heeft een rol gespeeld, maar volgens het personeel moet vooral het stadsbestuur van Leuven in eigen boezem kijken. Men heeft besloten om de middelen van het Stedenfonds anders te gebruiken en RecuPC is het kind van de rekening. Misschien zijn de bakstenen op de Veilingsite dan toch belangrijker voor het stadsbestuur.”
De reactie van schepen Brepoels, tevens voorzitter van de Raad van Beheer van de vzw: “het was een bodemloos vat.” (Het Volk, 28/07/07)
In zijn reactie aan Leuven Centraal stelt Doevenspeck dat die uitspraak het gebrek aan visie etaleert. Als met een ‘bodemloos vat’ bedoeld wordt, dat de organisatie met gemeenschapsgeld moest overeind gehouden geworden, dan klopt dat. Maar zijn de scholen of de gemeentebesturen dan zelf ook geen bodemloze vaten?
Doevenspeck: “de stad heeft altijd veel geïnvesteerd in deze projecten, maar voor het gebruik van de Stedenfondsmiddelen is nooit een brede visie uitgewerkt. We spreken over de sociale economie, maar aan die ‘economie ‘wordt te veel belang gehecht. RecuPC was in de eerste plaats een opleidingsproject dat mensen moest klaarstomen voor de arbeidsmarkt. In de realiteit waren we meer bezig met arbeidsattitude en technische vaardigheden bij te brengen, dan met winstgevende activiteit. Met resultaat, want van de ongeveer 130 opleiding tijdens de negen jaren, heeft ongeveer de helft ander werk gevonden, al zwakte dat de laatste jaren af. Daarbij stonden onze winstmarges wel onder druk, maar steeg de omzet elk jaar.”
De vroegere coördinator van RecuPC voorspelt dat er na een tijd een gelijkaardig project zal opgestart worden:
“RecuPC was er niet zomaar. We waren een antwoord op de vraag van het OCMW om een opleiding aan te bieden aan mensen met andere interesses dan de bouw, groen of onderhoud. 15 van de 25 werknemers werkten dan ook met een contract met het OCMW, het project zelf werd door het OCMW opgestart. Die behoefte verdwijnt niet. Daarnaast waren wij een belangrijke schakel in het dichten van de digitale kloof. Niet alleen door goedkopere PC’s aan te bieden, maar ook door een betrouwbare en goedkope ‘garage’ te zijn. Het is wel zeker dat in de woonwijken nu ‘garagisten’ aan het werk zijn, die na hun uren hun buren moeten gaan ‘depaneren’: onze gewezen werknemers.”
Doevenspeck: “aangezien er geen oplossing kwam om het te verwachten financiële tekort vanaf 2008 op te vangen, werd half juli beslist om de vzw stop te zetten met een uitdoof scenario. Dit gaf het personeel de kans oplossingen te zoeken voor de werknemers in opleiding en voor henzelf om al te beginnen uitkijken naar ander werk. Ook kon zo de werking in schoonheid stopgezet worden, met een afscheid van iedereen, met een degelijke kennisgeving aan het netwerk en onze klanten, met een uitverkoop van de aanwezige stock…..
Op een vrijdagnamiddag om 16.00 uur moesten we plots onze sleutels inleveren en was het gedaan. Als we nog enkele maanden hadden kunnen uitdoen, dan hadden we misschien nog de alarmklok kunnen luiden en was er mogelijk alsnog een oplossing gekomen. Er hingen vele beloftes in de lucht, maar alle ‘alsen’ zijn blijven hangen. Met meer politieke voorzienigheid had dit niet moeten gebeuren.”
Het besluit om de werking eind juli direct stop te zetten en iedereen op staande voet te ontslagen, heeft een vervelend financieel gevolg voor al het personeel. Het personeel, dat niet onder OCMW contract stond, moet nu haar achterstallig loon en/of opzegvergoeding krijgen. Omdat er zo met de hakbijl gewerkt is, lopen deze kosten veel hoger op dan nodig was geweest. De gewezen coördinator raamt de kost op een 210.000 €. Met de verkoop van de resterende stock en het meubilair en de cash middelen zou slechts een derde daarvan gerecupereerd worden.
Er wordt dus geëindigd met een financiële put waarbij de vraag is: wie zal die delven? Van de drie partners in de Raad van Beheer – stad, OCMW, SPIT – lijkt het logisch dat de stad zijn verantwoordelijkheid neemt.
Maar bij de schepen en de vakbond ABVV wordt voorzichtig gereageerd en zegt men om te beginnen het eindverslag van de vereffenaar af te wachten. Geert De Wortelaer van het ACV: “indien de vereffening niet volstaat om de verbrekingsvergoedingen en de schadeclaims te betalen, dan zullen de vakbonden zeker aankloppen bij het stadsbestuur Leuven.” (link)
Uiteindelijk kan het de arbeidsrechtbank zijn die een oordeel moet uitspreken, die zal logischerwijs bij (iemand van) de Raad van Beheer uitkomen.
Schepen Brepoels: “ achteraf kan je zeggen dat we vroeger hadden moeten ingrijpen, dat was wellicht zo. Maar we bleven tot op het laatst hoopvol en bekeken bijvoorbeeld of een overgangsjaar een oplossing kon brengen. De financiering van RecuPC bestond voor 70 % uit subsidies en 30 % eigen activiteit. Ik hoor dat zoiets in de sector niet ongewoon is. Maar je moet je toch afvragen of met dat geld geen betere resultaten kunnen gehaald worden. Niemand van de medewerkers valt iets te verwijten, integendeel. Het was een fataliteit, de grotere concurrentie op de markt voor goedkope computers was nog belangrijker dan de veranderende subsidies.”
Bart Doevenspeck: “Blijkbaar kan de schepen geen jaarrekeningen of balansen lezen: de verhouding was 50-50%. Immers naast de verkoop van pc’s en onderdelen, waren er ook substantiële inkomsten door het leveren van ICT diensten en de afbraak van niet herbruikbaar ICT materiaal. Eerder op het jaar waren er de problemen bij Wonen & Werken. De concrete oorzaak lag wel ergens anders, maar financiële onzekerheid was ook hier het gevolg van een overheid die haar spelregels aanpast, en zaken als opleiding en begeleiding van kansengroepen op de arbeidsmarkt op dezelfde lijn stelt als het leveren van een gebouw of potloden: een zaak van openbare aanbesteding waarbij de goedkoopste de opdracht krijgt… De sociale dimensie daarin dreigt zo helemaal op de achtergrond te geraken en dit is zeker geen goede zaak voor de kwaliteit van zulke opleidingen.
Het past in een tendens naar een zakelijke aanpak van de samenleving en de arbeidsmarkt. Men wil de werklozenpopulatie uitzuiveren. Al wie niet flexibel is en netjes past in het profiel dat werkgevers vooropstellen, wordt niet langer beschouwd als geschikt voor de arbeidsmarkt, en moet dus uit die populatie verdwijnen. Dit wil zeggen dat voor een bepaald publiek de ‘ziekenkas of het OCMW nog de enige vluchtweg is.Er dient een leger werklozen klaargestoomd te worden voor de markt, maar het blijft een vestzak-broekzak operatie.
Schepen Brepoels: “één van de zwartste bladzijden uit mijn loopbaan als schepen.”