Mohamed Ridouani : Waar is de integratiesector mee bezig?
donderdag 9 augustus 2007, door wim merckx
Over de migratiesector die al te stil is, de traagheid van de politiek en de opdracht om mensen uit hun auto te praten. Tijdens het gesprek viel te merken dat de jonge schepen, 26 jaar, volop aan het wennen is aan het politieke leven. Naar verluidt was het generatie- en partijgenoot Stijn Bex die hem introduceerde. Daarvoor maakte hij carrière als bedrijfsconcultant bij het Amerikaanse Deloitte.
In oktober werd je verkozen tot schepen maar daarvoor werkte je voor een groot bedrijf. Hoe is de verandering je bevallen?
Ridouani: Ik wil dit voor mezelf na een jaar evalueren, maar om u na 6 maanden een antwoord te geven: het is boeiend en turbulent geweest. Naast het inwerken in al de dossiers waren er de verkiezingen in juni waarbij ik opnieuw op een lijst stond.
Boeiend is de variatie: als schepen ben je op een dag met tien verschillende dingen bezig en dat is anders dan in mijn vorige job. Ik ben ook frustratie tegen gekomen en dat heeft te maken met de traagheid van de besluitvorming. Dingen gaan trager dan ik verwachtte en ik moet echt in termijnen gaan plannen vooraleer resultaat te zien. Eventuele goede ideeën volstaan niet, die moeten dan allerlei vergaderingen passeren. Dat is een groot verschil met mijn vroegere situatie waar beslist werd in kleine groepen en snel tot handelen werd overgegaan.
Een ander deel van je afkomst zijn je Marokkaanse roots. Welke Vlaams-Marokkaanse culturele gewoonte zou je graag overgenomen zien door de mainstream Vlaamse cultuur?
Ridouani: er heerst binnen de allochtone culturen nog heel wat solidariteit. Dat wordt soms verkeerd opgevat, onlangs nog na een incident in café De Bummekes (nvdr: hij verwijst naar een recent incident waarbij een Vlaamse-Marokkaan door acht autochtonen in elkaar werd geklopt, daags erna stonden een hoop Marokkanen voor de deur de zaak te bespreken, hetgeen als bedreigend werd aanzien). Eigenlijk waren die mensen bezorgd en wilde iedereen weten wat er aan de hand was. Die reflex zijn de Belgen kwijt omdat het individualisme al te ver is gevorderd. Het collectieve gevoel hebben de allochtonen veel sterker, als er iets scheelt gaan ze veel sneller naar elkaar toe stappen. Ik keek onlangs op van een onderzoek waaruit bleek dat een meerderheid van de Belgen niet zou weten waarheen als hun suiker op is en de winkels al gesloten zijn. We worden rijker maar eenzamer en ongelukkiger. Ik ben dus voor meer warmte.
Uit een vorig interview leerde ik dat er bv. binnen de Marokkaanse gemeenschap een sterke scheiding is op basis van afkomst, familie, … Zie jij die kloof ook?
Ridiouani: minder, zeker naarmate we over tweede en derde generaties spreken. Wat je ziet is vooral de opsplitsing naar sociale klasse, naargelang het opleidingsniveau zoeken ook daar mensen elkaar op. En dat is een maatschappelijk fenomeen dat we ook bij de autochtone bevolking zien.
Het succes van de allochtonenvereniging Ahlan –waarvan je bestuurder bent- bewijst wel dat de Leuvense Marokkanen wel nog de behoefte hebben omdat onder elkaar te vertoeven. Vanwaar die nood?
Ridiouani: in sommige werkingen van Ahlan vind je ook wel autochtonen, vooral dan bij de onderwijsbegeleiding. Maar die nood verklaar ik als de reactie van een bedreigde cultuur. De hetze rond de hoofddoek en islam maakt dat mensen meer gaan samenhokken om de eigen identiteit te behouden. Dat lijkt me natuurlijk.
Als de omgeving hun gewoontes zou omarmen, zou de nood van minderheden om bij elkaar te kruipen vast veel minder groot zijn. Maar op zich vind ik dit geen probleem zolang dit geen volledig terugplooien wordt en het geen eindpunt is. Die dingen blijven in ieder geval evolueren, je ziet die verschillen ook tussen de generaties. Het fenomeen in Leuven is ook klein als je het vergelijkt met Mechelen en Antwerpen en de segregatie daar.
Enkele winnende ideeën van de duurzaamheidwedstrijd van het Wereldfeest heb je ondertussen voorgelegd aan het schepencollege. Wat waren de reacties daarop?
Ridouani: Goed. Voor het fietsvriendelijk winkelen gaan we aan de slag en komen er extra fietsenstallingen in de straten tussen de Bondgenotenlaan en Diestsestraat. Ze komen op maximaal 200 meter van elkaar.
De autoluwe zondag mag onderzocht worden maar deze organiseren in september is uitgesloten. Wat mij betreft organiseren we hem in combinatie met een evenement.
Er was hierover al een gesprek met de politie en na de zomer werken we eraan verder. De milieu- en Noord-Zuiddienst werden gevraagd om voorstellen te doen en we gaan ook met hen bekijken welke activiteit hierbij zou passen. Ook de dienst jeugd wordt aangesproken. Het kan een bestaand of een nieuw evenement worden. Met onze schepen voor jeugd zou ik er graag iets voor kinderen aan koppelen, met sport of straattheater. Maar goed, voorlopig is er alleen een intentie, de uitwerking moet nog volgen.
Zie je ook kans bij die gelegenheid het Noord-Zuidthema te brengen?
Ridouani: ideeën zijn welkom.
Met haar afvalarme aanpak geldt het Wereldfeest als een voorbeeld in Vlaanderen, kunnen we die knowhow ook overplanten naar andere evenementen?
Ridouani: Dat zou alleszins heel mooi zijn. Ik zie dat misschien mogelijk bij die evenementen waarbij de stad organisator of partner is. Ik wil graag de milieudienst inschakelen wanneer we een aanvraag voor een evenement krijgen. Zij kan de organisatie aansporen om afvalarm te werk te gaan. Dit willen we vast gaan bekijken, het hoort bij mijn ambities. Het Wereldfeest heeft wel zijn voordeel van kleinschaligheid en zijn gesloten circuit. Voor Marktrock en Beleuvenissen zullen er in ieder geval andere oplossingen moeten zijn, maar de kennis van het Wereldfeest kan ons op weg helpen.
Een andere ambitie van het bestuur gaat over het autoverkeer waarbij wordt gedacht aan ‘ongelijkvloerse oplossingen’. Gaat het dan over een mogelijk ondertunneling van de Naamsepoort en wat vindt je van die plannen?
Ridouani: dat slaat eerder op een brug onder de spoorweg aan Heverlee-station. Ondermeer omdat de TVG daar passeert en er lange files zouden ontstaan aan de slagboom. De plannen voor de Naamsepoort zijn nog heel vaag en ik zie om te beginnen vooral praktische bezwaren. Vlakbij loopt namelijk de Dijle en je zou al daaronder moeten gaan graven.
Een vlottere doorgang op de ring kan misschien nog meer problemen op de toegangswegen veroorzaken, dat klopt. Maar het probleem en de uitdaging is natuurlijk om de mensen uit hun auto te praten. Ze verwachten nog altijd dat ze met hun auto tot pal in het centrum kunnen rijden. Maar het heeft Leuven er toch niet van weerhouden om het centrum de voorbije jaren verder autoluw te maken, binnenkort komt daar nog een stuk van de Tiensestraat bij. Een volledige verbanning van de auto uit het centrum zal echter niet lukken, we moeten een evenwicht zoeken.
Stockholm besloot recent wel om een tol te heffen op auto’s die de stad in willen. Ik heb de indruk dat Leuven de tarieven van zijn parkeermeters als instrument hiervoor gebruikt. In het beleidsplan staat dat die tarieven nog kunnen stijgen.
Ridouani: Je kan dat zo bekijken en een ontradend effect is zeker deel van het streven. Maar eigenlijk proberen we de mensen vooral te stimuleren om ondergronds te parkeren. De aantallen bovengrondse parkings kunnen alleen maar verminderen en een alternatief voor bezoekers zijn de ondergrondse plekken. Bovengrondse parkeerplaatsen in blauwe zone’s zien we als een troef om het inwoners gemakkelijker te maken en gezinnen in de stad te houden.
Wordt het duurzaamheidsthema voldoende opgenomen door de andere diensten en bestuurders, vind je?
Ridouani: met ons personeelsbeleid hebben we daarin grote stappen vooruit gezet. Iedere nieuwe werknemer doet nu mee aan een duurzaamheidspel en onderschrijft dat hij/zij zal rekening houden met het thema door bijvoorbeeld afval te sorteren, het licht uit te doen, enzovoort.
Het Platform Lokale Agenda 21 wordt nu omgevormd tot het Netwerk Duurzaam Leuven. Waren er verwachtingen die het platform niet invulde en wat moet het netwerk anders doen?
Ridouani: Het platform deed wat het moest doen, namelijk de humus leveren, de mensen bijeen brengen, een platform creëren. Nu hebben we een ruggengraat nodig: sterke inhoudelijke projecten met sterke partners. Bijvoorbeeld een project rond energie of mobiliteit in samenwerking met de KUL en enkele bedrijven. Het wordt tijd voor iets krachtigs dat Leuven mee een ander gezicht geeft. We willen het signaal geven dat de stad Leuven, en niet louter het stadsbestuur dus, samen werkt aan duurzaamheid.Ik geloof en verwacht dat het netwerk hiervoor kan zorgen en gebruik in dit verband een kwalitatieve maatstaf en geen kwantitatieve. Geen hoeveelheid aan projecten dus, maar wel enkele sterke en opvallende duurzame initiatieven. Leuven heeft de troeven om hierin te slagen.
Wat zijn je verwachtingen over de nieuwe stedenband waar Leuven naar zoekt?
Ridouani: Ik geloof in dat verband in een projectgerichte aanpak en een beperkt domein. Ik denk aan onderwijs of duurzaamheid. Het is afwachten wat de werkgroepen beslissen, maar het mag geen theoretische aanpak blijven: ik wil het concreet en bescheiden. Als we er geld in steken, wil ik achteraf ook kunnen vertellen wat er is uitgekomen.
Je streeeft ernaar om het Noord-Zuidbeleid uit zijn exclusieve hoekje te krijgen. Hoe zie je dat gebeuren, want er zijn er wel meer die dat proberen?
Ridouani: Je zal er nooit de meerderheid van de Leuvenaars mee interesseren, velen zijn met het hier en nu bezig en willen verder niet lastig gevallen worden. Maar we gaan verder toch ons best doen, ondermeer door de link met milieu te maken en verder in te zetten op duurzaamheid. Nieuwe partnerschappen kunnen ook helpen. We zijn in gesprek met de KUL, die toch grote budgetten spendeert aan ontwikkelingswerk. Dat is nochtans nauwelijks geweten door de Leuvenaars. In oktober willen we met de universiteit een eerste studiedag organiseren om ons beider beleid ter zake meer bekend te maken en op elkaar af te stemmen. De universiteit is ook geïnteresseerd om als bijkomende partner mee te werken aan het Wereldfeest. Meer sensibiliseren dus, in samenwerking en rond concrete dingen. De KUL heeft zijn onderzoeken, wij hebben enkele evenementen. De beperkte budgetten blijven ons parten spelen, maar met dat gegeven moeten we verder. We zijn de Vlaamse regering niet en we hebben dus de ruimere budgetten niet om in het Zuiden te besteden.
Ook de Leuvense integratiedienst zal anders georiënteerd worden. Wat scheelde er aan de huidige werking?
Ridouani: Niet zoveel. Het is de integratiesector in zijn geheel die enkele evoluties aan het missen is. De sector voert al twintig jaar hetzelfde beleid, vooral gericht op nieuwkomers en socio-culturele integratie. Maar als je verder wil geraken in het integratieproces moet je gevarieerder te werk gaan. We moeten een andere aanpak krijgen voor de eerste generatie dan voor hun kinderen. Je moet nieuwkomers met een verschillende motivatie ook anders benaderen. Politieke vluchtelingen, economische migratie, gezinsherenigingen worden nu identiek benaderd en daar moeten we vanaf. De Belgische migratiepolitiek is louter reactief bezig en krijgt zo nauwelijks invloed op alle evoluties. Voor nieuwkomers moeten we meer inzetten op aanbod van taal. Ook voor de mensen van de eerste generatie, daar bereiken we nog altijd maar een beperkt deel van en moeten we veel breder gaan werken en zelf meer moeite doen. Dat zal betere gevolgen hebben voor het onderwijs en de tewerkstelling van hun kinderen.
Naar jongeren heeft de integratiesector helemaal niets te bieden. Ik heb het dan niet over het ondersteunen van allerhande vzw’s, maar over het aanwezig zijn in de scholen, een wijziging bereiken in de CLB’s. Want zij kennen de leefwereld van die jongeren niet. Dat merk ik als ik in gesprek ga met de scholen.De integratiesector zou het initiatief moeten nemen in dat debat, maar ik hoor haar niet.
In Leuven zijn er alvast de interculturele verenigingen die al enkele jaren vragen naar een intercultureel ontmoetingscentrum. De vorige schepen had hier principiële bezwaren tegen maar jij bekijkt het anders, begrijp ik. Kan zo een centrum er komen?
Ridouani: Zelf heb ik ook wel mijn reserves, maar ik nodig hen uit om hun vraag uit te werken. Hoe moet zo een centrum er uitzien? Er zijn voorbeelden uit andere steden, maar wat wil men precies in Leuven? Wie gaat hieraan meewerken en welk publiek willen ze krijgen? Moeten verenigingen er een ruimte kunnen gebruiken of is het streven het ontmoeten over de grenzen van de gemeenschappen heen?
In praktische zin begrijp ik het wel. De ruimtes in Leuven zijn zo beperkt dat er zal moeten samengewerkt worden. Ik hoorde dat de jeugdraad, integratieraad en seniorenraad zich gaan samenzetten om een voorstel te ontwikkelen en ik kijk ernaar uit.
Jullie willen ook meer participatiemogelijkheden voor kansengroepen. Wie zijn dat en hoe kan je die laten participeren?
Ridouani: We willen de drempels voor laaggeschoolden, en lage verdieners zoveel mogelijk wegwerken. Hun toegang tot alle stadsdiensten moet vergemakkelijken. We moeten ons opener tonen naar hen en een aantal zaken eenvoudiger maken. We willen hen ook stimuleren om erbij te zijn als het gaat over nieuwe plannen en projecten. En natuurlijk moet ook hun precaire situatie zelf aangepakt worden, want ook dat zal hun zelfredzaamheid verbeteren. Dan kom je weer uit bij onderwijs, tewerkstelling etc. Als stad kunnen we hierbij helpen. Kijk naar het succes van de taalgroepen in Casablanca. Daar zijn we begonnen met een achttal vrouwen en nu zijn er een honderdtal. Volgend jaar schakelen we ook over naar drie lessen per week. Je moet er eens gaan kijken. Zijzelf en de samenleving varen er wel bij, door het succes van die lessen daar. De basiseducatie is veel belangrijker dan velen beseffen. Het helpt die mensen te laten participeren aan de samenleving en de opvoeding van hun kinderen buitenshuis.
Het mobiliteitsplan wordt binnenkort geëvalueerd na vijf jaar. Heb je die evaluatie voor jezelf al gemaakt?
Ridouani: Er is een stuurgroep mee bezig. Er wordt vooral gezocht naar meer samenhang. Het plan moet een harmonie vinden tussen verkeersafwikkeling en parkeerbeleid. Nieuwe grote projecten moeten ingepast worden: de heraanleg van de kop van Kessel-Lo, de stationsomgeving, de vaartkom, …. De evaluatie is verder eerder positief.
Waar blijft eigenlijk die fietsbrug tussen Leuven en Kessel-Lo?
Ridouani: Ze komt er. Als ik me niet vergis vanaf eind dit jaar, de samenwerking met de NMBS zorgt wellicht voor vertraging.
Het bestuur in Leuven lijkt me vooral te aarzelen als het gaat over inspraak en participatie. Onlangs nog greep de provinciegouverneur in om een eind te maken aan het spreekverbod voor gemeenteraadsleden in de commissies. Het open geven van commissieverslagen duurt bijzonder lang. Waarom zo een wantrouwen in het publieke debat, dat moet je als spiritist toch hoog zitten?
Ridouani: Staan de verslagen van de commissievergaderingen nog niet op de website? Dat zou me verbazen. Met Spirit zijn we voor basisdemocratie maar we proberen dat werkbaar te houden en vragen voor een deel het vertrouwen te schenken aan de verkozenen. Ik vind wel dat we nog een stuk verder kunnen hoor, in het geven van beslissingsrecht aan de mensen, maar ik zie niet altijd een concrete aanpak mogelijk om dat naast de politiek te doen. Maar goed het debat kan opener en directer.
Een wijkaanpak valt wel te onderscheiden van het brede politieke debat. Daarmee kan je de leefbaarheid van de buurt verbeteren, en mensen mee laten beslissen over inrichting van een straat of park. Wijkbureaus en wijkcomités kunnen soms als hefboom dienen. Helaas zijn er niet overal comité’s en sommigen staan gewoon te zwak in hun schoenen om zo een rol aan te kunnen. In het beste geval kan je wijkbudgetten wel laten besteden door comités, het is ook een beloning wanneer ze het initiatief nemen en zich representatief tonen. Het comité WD3012 in Wilsele-Dorp doet het bijvoorbeeld heel goed, kritisch maar constructief. Voor het centrale debat zie ik veel minder geïnteresseerden. Misschien kan je met hen het debat wel breder voeren.
Je onderzoekt in opdracht van je partij de profilering van Spirit en de problemen daarbij. Hoe vorderen de werken op dat vlak?
Ridouani: Klopt, na de slechte verkiezingsuitslag gaan we een hoop mensen consulteren: de leden, de mandatarissen en ook enkele professoren. We hebben verschillende doelen daarbij, om te beginnen een therapeutische. Het hart moet eens gelucht en daarbij komen we veel te weten. Ik heb eens vier dagen aan een stuk interviews gedaan en ik moet zeggen: voor mezelf was het een politieke vorming. Ik ben daar alvast een stuk politieke naïviteit kwijtgeraakt. Een tweede doel is de koers uitzetten voor ons links-liberaal project. Begin september maken we onze analyse bekend, maar alvast dit: de spiritisten geloven nog sterk in het paarse gedachtegoed. Ze kunnen zich moeilijk inbeelden om in een SP.A-structuur te werken. Ze voelen zich vrijer en ethisch veel progressiever, en liberaler op het economische vlak. De cultuur binnen onze partijen zijn echt heel anders.
Voorlopig kijken we maar tot 2009, we willen scherp staan tegen de komende Vlaamse verkiezingen. We willen de progressieve flank daar toch versterkt zien uitkomen en we gaan vechten voor onze ideeën. Op lokaal vlak manifesteren de verschillen tussen de ideologieën zich minder, daar gaat het hoogstens over verschillen in het voorzien van budgetten voor sommige domeinen. Wij willen bijvoorbeeld meer dan de anderen inzetten op het interculturele, ook duurzaamheid, het klimaat en de jeugd vinden we belangrijker thema’s.
Vanwaar uw keuze voor een nationalistische partij, wat Spirit toch ook nog is?
Ridouani: Ik zou het niet zo noemen, noem ons maar eerder regionalistisch. Ik ben geen nationalist, mijn roots zijn Marokkaans maar vooral Berbers. Ik geloof sterk in Europa, ook de Belgische staat heeft zijn rol, maar de kracht van de regio’s is iets om voor te gaan. Ik zit goed bij spirit omdat die partij daarvoor gaat vanuit een duidelijk interculturele houding. Spirit is ook klein genoeg om niet versmacht te worden, ideeën worden sneller opgepikt dan bij de mastodonten.
De groenen hebben vergelijkbare troeven en bespelen deels dezelfde thema’s. Alleen vind ik ze op veel vlakken niet realistisch genoeg. Ze zwerven vaak te ver van daar waar een politieke consensus mogelijk is. En daar gaat het om, want anders krijg je niets gedaan.
Netwerk Duurzaam Leuven
In september wordt het Netwerk Duurzaam Leuven opgericht. Het moet de opvolger worden van het Platform Lokale Agenda 21. Er zal niet langer met leden gewerkt worden, maar met partners in een lossere formule. In een opstartfase worden thematische rondetafels georganiseerd die moeten leiden tot een planning. De centrale vraag die voorligt op de rondetafels is: waar staat Leuven idealiter in 2012 op het vlak van … De rondetafel over duurzame mobiliteit werd gehouden op 29 juni 07. Vertegenwoordigers van ondermeer de stad en de provincie, de fietsersbond en Velo, van de KUL en Voka zaten er samen. Als het van hun voorstellen afhangt wordt er in de toekomst veel sterker ingezet op het fietsverkeer in Leuven. Van de 62 voorstellen hebben er 30 te maken met het fietsverkeer.
Een greep uit de brainstorm: een lange termijn campagne ‘Leuven fietsstad’, meer fietsenstallingen, fietsencheque’s als cadeau of extra-legaal voordeel, een fietsenverhuursysteem, basisopleidingen fietstechniek, fietsgolven instellen (de groene verkeerslichten op snelheid fietsers), openbare fietspompen, een fietskoerierdienst, fietstaxi’s, fietsbrug over het station, scholen stimuleren om kleinere verplaatsingen met de fiets te doen, een fietspool voor kleuters, elektrische fietsen opladen met zonne-energie, recuperatie van energie bij fitnessfietsen, een fietsdivisie bij de politie, bike wegenhulp, inzetten op intermodaliteit (bv. fietsen meenemen op bussen).