61ste jaarmarkt Leuven

De prijskamp van het witblauwe vleesras

Elk jaar op de eerste maandag van september, kunnen Leuvenaars zich vergapen aan gigantische koeienkonten. Het is dan jaarmarkt en veeprijskamp op het Sint-Jacobsplein, sinds 61 jaar al.

De koeien meten zich per leeftijd en zijn zonder uitzondering van het witblauwe vleesras. Boer en boerin tonen de mooiste exemplaren uit hun stallen. Wij maakten kennis met de koeien Citadel en Cassandra en stier Urbanus van Tollembeek.

De sfeer op het Sint-Jacobsplein kan aldus omschreven: er draait een varken aan het spit, pinten en hamburgers gaan vlot en vooral vroeg over de toog, er hangen reclamebanners van veevoederbedrijven en uit de luidsprekers komt muzikaal behang zonder belang.

Troepen kinderen met fluo hesjes aan lopen tussen veehandelaren met stok en stofjas. Dorpelingen op hun zondagse best mengen zich met stedelingen die er wat schuchter tussenlopen. Onder de voeten van iedereen: kasseien, stro, zand en taarten van koeien- en paardendrek

Rondom het plein gaat het verder: tractoren en boerenkarren, een mechanische koe met commerciële uitbating, een groot terras. Aan de ene zijde begint de grote braderij, aan de andere zijde staan een zeer blinkende paardenrijkoets ('huur mij'), een promostand van een koffiemerk, een stand van een garage met drie nieuwe showroommodellen. Wie de massa mensen zou volgen komt aan de andere kant van de stad uit, alwaar een rommelmarkt plaatsvindt. Het is jaarmarkt en traditie mengt zich met commercie, jong met oud, buitenlui met binnenlui.

Maar wij kwamen dus voor de koeien.

De opwarming aan de lijn

In een lange rij staan de prijsbeesten met een touw gebonden.

We spreken één van de boeren aan, de man heet Roger Orinx, komt uit Asse en heeft liefst 16 koeien ingeschreven voor de wedstrijd. Het lukt hem niet om één van de dieren bij naam te noemen, maar één ervan heet Citadel. We kijken dus naar een kont die misschien van Citadel is, en vragen luidop hoe het beest aan haar enorme kont komt. Het resultaat van 30 jaar fokken, klinkt het, het kruisen van de genen van de beste dieren. "Maar fokken blijft gokken. Kijk naar de zus van Citadel (staat vijf koeien verder): dezelfde ouders maar een andere kleur van vacht en andere lichaamsbouw". Orinx bestrijdt dat er veel krachtvoer in zijn stallen komt.  Het dieet moet in evenwicht zijn, want anders krijgen ze diarree of andere problemen.

Iets verder staat een rijtje koeien met daartussen Cassandra, een beestje van 5 jaar oud. Haar hespen zijn iets minder tot explosie gekomen en de blik van de boerin Humbeek gaat naar de concurrentie rondom die vast 'vetter bijgevoerd zijn'. Waarom de koeien geschoren zijn? "Wij gaan toch ook naar de coiffeur, een koe die niet geschoren is, dat staat niet." De eigenaars van Cassandra getuigen van de offers die ze brengen om aan wedstrijden mee te doen: de extra controles en kosten, de aparte stalling na de wedstrijden, het omgaan met de wedstrijdstress en de collega's die de reglementen proberen omzeilen.

Maar we worden geroepen door een ander boerenechtpaar, dat meent dat we voor het tijdschrift van de Boerenbond werken. Als blijkt dat we voor een onbekende website op pad zijn, blijft het enthousiasme echter op peil. Ze stellen ons Urbanus uit Tollembeek voor, geboren in dezelfde straat als Van Anus zelf. De stier is een imposant stuk spier en vlees, is 14 maanden oud, weegt 576 kilo en is zopas voor een kloeke 100.000 € verkocht aan boer Dobbelaere dier ermee gaat kweken. En dat de grootmoeder 950 kilo woog en uit Rochefort kwam, en dat Urbanus vast de eerste prijs gaat halen ...

Urbanus van Tollembeek en co

Wat we tegenkomen is trots en ergernis, stielkennis en beroepsgeheim met daarnaast de vaste attributen als de stok en de kam, busjes afwasmiddel om de billen op te blinken, het touw rond de kop gebonden.

De wedstrijd

Iedereen schijnt zich af te vragen wanneer de wedstrijd nu gaat beginnen. Als we navraag doen bij de jury, blijkt die nog niet compleet maar 'gaan ze er toch stilaan aan beginnen'.

Elf boeren hebben zich met koeien ingeschreven en het jurylid somt op waar het op aan komt: correct benenwerk, gestalte, de uitstraling en de loop. Vroeger werd bijna alleen naar de 'bevleesting' gekeken, maar nu kijken ze naar de volledige koe, trouwens 'te over is ook niet goed'. Ik versta: als we billen krijgen zonder koe, zijn we 'te over'.

De wedstrijd verliest al snel zijn spanning want er blijkt geen deelnemerslijst te krijgen, ook naar de verschillende leeftijdscategorieën is het eerder gokken. Het is als kijken naar een sport waarvan je de spelregels niet kent. Het lijkt ons eigenlijk dat alle stedelingen die zich rondom de hekken verdringen er al zo weinig van snappen. We aanschouwen het ballet van dier en mens, de ene met stok, de andere geknecht aan een touw.  Wie zijn hier eigenlijk de sterren van de vloer?

We houden het niet lang vol en zullen nooit weten of Urbanus die eerste prijs nu haalde.

We steken wel nog onze neus in de uitgestalde schalen voeding voor de koeien en herkennen al dan niet de bierdraf, de bietenpulp, het kuilgras, het maïshaksel, de krachtkorrels, de maïsmeel, het tarwe- en sojaschroot. De dame van Boeren met Klasse laat verstaan dat er over de sojavoeding tegenwoordig heel wat te doen is en voegt er direct aan toe dat zijzelf toch het probleem niet ziet. 'Want het is de duurste voeding en toch geven zoveel boeren het aan hun dieren. Het zal dus wel goed zijn.'

Tegen die logica bieden we niet op en bovendien is het nu echt dorstig geworden.

Meer weten:

"Vet vee, prijsbeesten en handjeklap" over de geschiedenis van jaarmarkten op

http://www.hetvirtueleland.be/tento/index_tento.asp?ID=100320000

Jaarmarkten hebben eeuwenlang een cruciale rol gespeeld in de plattelandseconomie van West-Europa. En de handel in hoevedieren was daarbij steevast een publiekstrekker. Met een kennersblik registreerden de kopers de kwaliteit, het gewicht, het vet- en vleesgehalte. In een theatraal spel van bod en tegenbod, volgens de oude gebruiken, kwamen ze de verkoopprijs overeen.

"Het verdwijnen van streekeigen veerassen is een verarming", Jan Martens van het Steunpunt Levend Erfgoed komt op voor de biodiversiteit op het boerenerf in een interview met Vilt.

http://www.vilt.be/Jan_Martens_-_Steunpunt_Levend_Erfgoed_-_Het_verdwijnen_van_streekeigen_veerassen_is_een_verarming

Het Steunpunt Levend Erfgoed vindt specialisatie in de veehouderij vanuit een economisch perspectief heel begrijpelijk, maar is van oordeel dat het verdwijnen van het genetisch materiaal en de cultuurhistorische waarde van streekeigen rassen een verarming betekent.