Boekvoorstelling 'Gebroken Vitrines' in Leuven
Op woensdag 7 oktober stellen David Dessers, medewerker van deze website, en co-auteur Matthias Lievens hun nieuwe boek 'Gebroken Vitrines. De andersglobalisten tien jaar na Seattle' voor in het zaaltje achter Wereldcafé Coop. Eva Brumagne (KAV) en Jo De Leeuw (moraalfilosofe) leggen de twee auteurs kritisch op de rooster. Het boek zelf blikt terug op tien jaar van andersglobalistische acties en kijkt de toekomst tegemoet. Speciaal voor Leuven Centraal schreef David Dessers een artikel over dat thema.

30 november 1999. In de Amerikaanse stad Seattle bezetten duizenden activisten de kruispunten rond het congrescentrum waar de Wereld Handelsorganisatie verzamelen blaast. Niemand raakt erdoor en de top kan niet van start gaan zoals voorzien. In de straten van Seattle smelten acties van jongeren, milieu-activisten, Noord-Zuidngo's en vakbonden samen. Pepperspray en traangas van de politie drijven de uiteenlopende sociale bewegingen in elkaars armen. Samen maken ze een vuist tegen de neoliberale globalisering en voor de opbouw van een mondiale tegenmacht. De media verzinnen voor hen een naam: de antiglobalisten. De top van Seattle wordt een flop. David dwingt Goliath voor even op de knieën. Dat biedt hoop en inspiratie aan talloze sociale bewegingen en linkse activisten wereldwijd. De 'antiglobalisten' herdopen zichzelf tot 'andersglobalisten' en vanaf 2001 treffen ze elkaar ook jaarlijks tijdens het Wereld Sociaal Forum, een broedplaats voor nieuwe allianties en acties. Vandaag staan we tien jaar verder en dringt de vraag zich op: Hebben die andersglobalisten wel iets bereikt? Daarover handelt het nieuwe boek 'Gebroken Vitrines. De andersglobalisten tien jaar na Seattle', van David Dessers en Matthias Lievens. Op woensdag 7 oktober stellen ze het boek voor in Leuven.
Van 7 tot 18 december 2009 vindt in Kopenhagen de belangrijke VN-klimaattop plaats, waar er een opvolger voor Kyoto uit de bus zal moeten komen. Ngo's en sociale bewegingen plannen er een heleboel acties en manifestaties om druk op de ketel te zetten. Zo wordt er opgeroepen om op zaterdag 12 december deel te nemen aan een grote, internationale demonstratie door de straten van de Deense hoofdstad, op woensdag 16 december zal een alliantie van radicalere actiegroepen optrekken naar het congrescentrum zelf, om er "zelf de agenda van de top te gaan bepalen". Ook vanuit België wordt er volop gemobiliseerd voor deze acties. Vanuit Brussel-Zuid vertrekt er zelfs een ClimateJusticeTrain, die actievoerders op een milieuvriendelijke wijze ter plekke kan brengen (www.climatejusticetrain.be) . In het kamp van de actievoerders en de sociale bewegingen zit de spirit er duidelijk in. Dat komt mede door het feit dat de acties samenvallen met de tiende verjaardag van de moeder der andersglobalistische acties: Seattle.
The battle of Seattle
Van 30 november tot 3 december 1999 vindt in de Noord-Amerikaanse stad Seattle de derde ministeriële conferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) plaats. Wat de start had moeten worden van een nieuwe en globale onderhandelingsronde over de vrijmaking van de wereldhandel in tal van cruciale sectoren zoals landbouw, diensten of intellectuele eigendom, draait uit op een totale mislukking. Dat heeft zowel te maken met wat er zich binnen als met wat er zich buiten de muren van het congrescentrum afspeelt. Binnen raken de vertegenwoordigers van de - toen - 134 lidstaten het maar niet eens over de krijtlijnen van een nieuw handelsakkoord. Zowel in de aanloop ernaar toe als tijdens de top zelf doen de rijkste landen geen enkele moeite om de de facto ondemocratische functionering van deze internationale organisatie te verhullen. Alle cruciale debatten vinden in beperkt gezelschap plaats, zonder dat de stem van het gros van de aanwezige landen gehoord wordt. Dat is natuurlijk geen toeval. De rijkste landen zijn het op dat moment nog gewoon dat zij de agenda binnen de WTO volledig bepalen. De consensus waarmee er formele beslissingen worden genomen, komt in werkelijkheid neer op een consensus binnen de groep van rijkere landen, die hun beslissingen naderhand aan de Algemene Vergadering opleggen. Die ongegeneerde machtspolitiek vertoont zijn eerste barstjes in Seattle, waar de landen uit het Zuiden zich beginnen te roeren. Maar ook de Europese Unie en de Verenigde Staten raken het onderling niet eens over de te volgen agenda.
Maar in Seattle is er meer aan de hand: buiten het congrescentrum barst een zware storm los, een storm van protest. 'Turtles and teamsters, united at last' is een van de slagzinnen die goed uitdrukken wat er zich tijdens de top in de straten van Seattle afspeelt. Een hele reeks bewegingen, van milieu- tot arbeidersbewegingen, komen in Seattle samen en trekken er het verzet op gang tegen de neoliberale globalisering, het wereldwijd opleggen van vrijhandel in zoveel mogelijk sectoren. Het gaat ten dele om een internationaal gezelschap en om een staalkaart van de vele verschillende actiebewegingen. Samen slagen ze er voor het eerst in om de werkzaamheden van een internationale topvergadering danig te dwarsbomen en op die manier ook gezamenlijk hun intrede te maken in de mainstream media.
De acties verlopen bijzonder woelig. Duizenden directe actievoerders bezetten op 30 november, bij de start van de conferentie, zowat alle belangrijke kruispunten rond het congrescentrum. Ze trokken vooraf op een standsplan een grote cirkel rond dat congrescentrum, om die dan verder in taartstukjes onder te verdelen. De actievoerders verdelen zich in kleine groepjes, zogenaamde affinitygroups, en krijgen elk een taartstukje en daarbinnen hun kruispunt toegewezen. Op die manier ontstaat er een groots opgezette maar gedecentraliseerde actie, waarbij elk groepje actievoerders zijn eigen opdracht heeft. Die tactiek blijkt bijzonder goed te werken, heel de zone rond het congrescentrum is vanaf 's ochtends vroeg hermetisch afgegrendeld door de actievoerders, waardoor de top niet van start kan gaan zoals gepland. Bingo!
De politie blijkt slecht voorbereid op dit type van directe actie en het duurt tot in de namiddag vooraleer ze echt begint op te treden. Kruispunten worden leeggeschept, manifestanten worden bewerkt met pepperspray en de lucht hangt vol traansgas. Die grimmige sfeer zorgt er mede voor dat er ter plekke tussen al die aanwezige contestanten een evident solidariteitsgevoel ontstaat. Volgens veel wat aanwezigen groeide zo het plotse besef dat het tijd werd voor een breder gedragen kijk op de maatschappij en de ontwikkeling ervan. De jaren negentig waren hoogdagen geweest van de one-issuebewegingen. Elk globaal maatschappijalternatief als gemeenschappelijke horizon voor de sociale bewegingen verkeerde in diskrediet. Tien jaar na de val van de Berlijnse muur implodeerden in Seattle echter de muren tussen de sociale bewegingen zelf. Op een blanco blad en met de grootste voorzichtigheid begonnen ze in Seattle te schrijven aan iets wat opnieuw naar een maatschappelijk alternatief zou moeten leiden.
Een andere wereld is mogelijk
Het voorbeeld van Seattle werkte duidelijk aanstekelijk, niet in het minst omdat er eindelijk nog eens een kleine overwinning werd geboekt. Voor de WTO was het achteraf trouwens nooit nog zoals vòòr Seattle. Vertegenwoordigers van de landen uit het Zuiden verklaarden dat ze zich enorm gesteund voelden door de manifestanten buiten, waardoor ze zelf ook meer het been stijf hielden. Die landen uit het Zuiden zijn zich steeds meer gaan weren en wegen vandaag mede door een aantal economische verschuivingen ook steeds zwaarder in de internationale arena. De tijd van de alleenheerschappij van de G8-landen lijkt definitief voorbij. Na Seattle kwamen er zowat overal in de wereld acties tegen gelijkaardige topvergaderingen van instellingen of fora als de G8, het IMF, de Wereldbank, de Navo of het Wereld Economisch Forum.
Dat Wereld Economisch Forum (WEF) vindt jaarlijks plaats in het Zwitserse Davos. Doel van die meeting is om met een heleboel invloedrijke figuren gedurende enkele dagen de problemen en de uitdagingen van de wereldeconomie te bespreken. Dergelijke bijeenkomsten zijn van uitzonderlijk belang voor de mondiale elite. Achter een muur van prikkeldraad en politieagenten in gevechtskledij nemen hoofdzakelijk blanke en mannelijke aandeelhouders, CEO's, geldschieters, maar ook politici en wat adellijke types plaats aan de vergadertafel. Hier en daar tref je er ook een verdwaalde vakbondsleider aan.
Tegen dat Forum werd er al van in de jaren 90 geprotesteerd. Die protesten maakten een kwalitatieve sprong voorwaarts toen in 1999 in Zurich voor de eerste keer een soort van alternatieve tegentop van de sociale bewegingen plaatsvond, die de naam 'L'Autre Davos' meekreeg. Die alternatieve conferentie kwam er op initiatief van onder meer Attac-
Zwitserland, maar had de steun van tientallen sociale bewegingen en organisaties. Op ongeveer 150 kilometer van Davos zelf stelde deze tegentop zich tot doel om zoveel mogelijk vertegenwoordigers van de sociale bewegingen samen te brengen om samen strategieën voor een andere wereld uit te dokteren. Daar werd de basis gelegd voor wat zou uitgroeien tot het Wereld Sociaal Forum.
In 2000 vond een nieuwe editie plaats van 'L'Autre Davos' en daaraan namen onder meer de Braziliaanse activisten Francisco Whitaker Fereira en Oded Grajew deel. Na zijn deelname aan L'Autre Davos verbleef die laatste samen met zijn vrouw in een hotel in Parijs en hij werd er naar eigen zeggen ziek van de mediaberichten over de positieve resultaten van het Wereld Economisch Forum van dat jaar. Hij sprak meteen met zijn vriend Whitaker af, die eveneens in de Franse hoofdstad verbleef. Toen ze samen gewonnen bleken te zijn voor een Wereld Sociaal Forum, als tegenhanger van de Davosbijeenkomst, namen ze contact op met Bernard Cassen, uitgever van Le Monde Diplomatique en toenmalig voorzitter van Attac, de internationale beweging die ijverde voor een Tobintaks. Volgens de overlevering was het Cassen die suggereerde om het Wereld Sociaal Forum in de Zuid-Braziliaanse stad Porto Alegre te organiseren.
Dat eerste Wereld Sociaal Forum (WSF) vond plaats in Porto Alegre van 25 tot 30 januari 2001. De bedoeling ervan bestond erin om zveel mogelijk componenten van die andersglobaliseringsbeweging samen te brengen in een mondiale open ontmoetingsruimte om zo werk te maken van gemeenschappelijke voorstellen en eisenbundels, mondiale netwerken uit te bouwen en samen een actiekalender voor het komende jaar op te stellen. Het WSF werkt op basis van een charter. Een citaat uit dat charter: "Het Wereld Sociaal Forum is een open ontmoetingsplaats voor reflectie, democratisch debat, de formulering van voorstellen, uitwisseling van ervaringen en samenwerking voor daadwerkelijke actie, voor groepen en bewegingen uit de civiele maatschappij die gekant zijn tegen het neoliberalisme, tegen de overheersing van de wereld door het kapitaal en tegen elke vorm van imperialisme." Aan dat eerste WSF namen een dikke 30.000 vertegenwoordigers deel van bewegingen uit 117 verschillende landen.
Het WSF blijft tot op vandaag een speciale band met Brazilië en zeker ook de havenstad Porto Alegre behouden, maar er vonden inmiddels ook edities plaats in India, Kenia, Pakistan, Venezuela en Mali. In Europa kreeg het Wereld Sociaal Forum bovendien navolging met het Europees Sociaal Forum dat inmiddels ook al voor de vijfde maal plaatsvond, in september 2008 in het Zweedse Malmö. De grote verdienste van het andersglobalisme in het algemeen en het Wereld Sociaal Forum in het bijzonder is dat het erin geslaagd is om de sociale bewegingen uit de nationale loopgraven te loodsen. Terwijl de bedrijfswereld al veel langer die stap gezet had en ook de politiek steeds meer geglobaliseerd raakte, bleven de sociale bewegingen tezeer vanuit hun eigen nationale situatie handelen. Natuurlijk bestonden er al veel langer internationale netwerken, maar via het andersglobalisme heeft het mondiale niveau op zich een betekenis gekregen. Het zette de stap van het aloude inter-nationalisme naar een globalisme in de werkelijke zin van het woord. Toch worden de fora vandaag door allerhande debatten doorkruist. De formule van de open ruimte, waarbij er nooit namens het Wereld Sociaal Forum in zijn geheel standpunten kunnen ingenomen worden, heeft er volgens nogal wat woordvoerders voor gezorgd dat die fora te zeer dreigen te verworden tot een jaarlijkse kermis van ngo's en sociale bewegingen, eerder dan echte broedplaatsen te zijn voor actie en overleg.
Yes, We can!
De andersglobaliseringsbeweging is tijdens de afgelopen tien jaar blijven mobiliseren. In 2003 lag het Wereld Sociaal Forum aan de basis van de eerste mondiaal gecoördineerde actiedag tegen de nakende oorlog in Irak. Op 15 februari van dat jaar vonden er gelijktijdig in de hele wereld acties plaats tegen die oorlog van de tandem Bush en Blair. Geen onbelangrijk moment gezien het om de uiting van een echte mondiale publieke opinie ging, eerder dan om versnipperde vormen van nationaal verzet. In Europa waren er in 2005 de massale acties gericht tegen de G8-top in het Schotse Gleneagles. De manifestanten eisten er een kwijtschelding van de schulden van de arme landen en voor het eerst ook een drastische maar sociaal rechtvaardige aanpak van het klimaatprobleem, een thema dat doorheen de jaren steeds hoger op de andersglobalistische agenda kwam te staan. In 2007 waren er de acties in het Duitse Rostock, opnieuw gericht aan het adres van de G8. In ons land ontstond er in 2002 trouwens ook een Belgisch Sociaal Forum, dat de vakbeweging, de Noord-Zuidbeweging en een heleboel actiegroepen en organisaties samenbrengt. Dat Forum leverde samen met enkele politieke bondgenoten een succesvolle strijd tegen de zogenaamde Bolkesteinrichtlijn, die de liberalisering van de dienstensector in de EU beoogde. De financiële crisis, die in het najaar van 2008 losbarstte, brengt de andersglobaliseringsbeweging trouwens terug bij haar uitgangspunten van die begindagen: de liberalisering van de financiële markten geeft een veel te grote vrijheid aan de banken en de grote kapitaalsgroepen, op zoek naar makkelijke winst. Ze trekken naar het casino en strijken de centen op als het goed gaat. Wanneer het mis loopt, draait de hele samenleving op voor hun onverantwoordelijk en hebzuchtig gedrag.
Maar als het neoliberale huis vandaag wankelt, heeft dat vooral te maken met de zwakke fundamenten ervan. Laten we wel wezen, de andersglobalisten zijn er tijdens de afgelopen tien jaar in het grootste deel van de wereld nooit in geslaagd om daadwerkelijk een andere politieke koers af te dwingen. Enkel in Latijns-Amerika maakten de sociale bewegingen de weg vrij voor nieuwe progressieve regeringen.Toen het andersglobalisme echter voor het eerst van zich liet horen, stond het neoliberale huis steviger overeind dan ooit. Meer nog, te midden van niets dan grote sloopwerken leek het de enige mogelijke constructie te zijn. De andersglobalisten hebben de durf en de moed aan de dag gelegd om net op dat moment de vitrines van dat huis in te smijten, zonder dat er ook maar ergens een ander huis te bekennen was waar ze konden in schuilen. Die durf en die moed gaven ontelbare sociale bewegingen opnieuw de kracht om er stevig tegenaan te gaan. Die gebroken vitrines waren het startschot voor een nieuwe fase van sociaal verzet tegen een wereld die in de uitverkoop was geplaatst. Die gebroken vitrines waren de 'Yes, we can' waar de mondiale linkerzijde zo naar snakte. Ze gaven talloze bewegingen in alle hoeken van de wereld vleugels.
Boekvoorstelling Gebroken Vitrines
Woensdag 7 oktober, 20u
ACW, Bondgenotenlaand 131, Leuven
Auteurs Matthias Lievens en David Dessers
Op de rooster gelegd door
Eva Brumagne (KAV) en Jo De Leeuw (moraalfilosofe)
Organisatie: Masereelfonds en Oxfam-Wereldwinkels
In het kader van de reeks Leuven Zuid


