"Leuven laat vele kansen liggen"
Leuven wordt al twaalf jaar bestuurd door een coalitie van SP.A en CD&V, onder leiding van Louis Tobback. Die coalitie kwam versterkt uit de verkiezingen van 8 oktober . Het gaat dus goed met Leuven?
magde_aelvoet.pngMagda Aelvoet: "Vaak hoor je mensen inderdaad zeggen dat "er toch veel gebeurd is". En dat is ook zo. Wij stellen daar wel graag de vraag bij wà t er nu precies allemaal is gebeurd. Onze appreciatie was eerder een gematigde. Wij zijn niet zo hard van leer getrokken tegen het bestuur als bijvoorbeeld een Patricia Ceyssens. Het stadsbestuur heeft inderdaad goede dingen verwezenlijkt. Wij erkennen dat.
Maar we vinden ook dat de stad met het potentieel dat ze heeft, heel wat mogelijkheden heeft laten liggen. Dat was onze belangrijkste kritiek. Ik kan die samenvatten via enkele grote krachtlijnen. Ten eerste is er het volume van de prestigeprojecten. Dat is er voor ons ver over. Die prestigeprojecten hebben veel te veel middelen opgeslorpt. Het bestuur maakt heel vaak de keuze voor een grote centralistische infrastructuur, waarbij we ons de vraag kunnen stellen hoe toegankelijk die al dan niet is. Eén van de typevoorbeelden op dat vlak is natuurlijk Sportoase. Het gaat om een nieuwe sportinfrastructuur die duur is voor de gebruiker en waarbij uiteraard alles op één plek werd samengebracht. Daardoor verdween dan kleinschalige infrastructuur die stukken goedkoper was. Denken we aan het Celestijntje of het zwembad aan het Hogeschoolplein. Inmiddels was er trouwens al heel wat bijsturing nodig. Het resultaat blijft echter dat heel wat mensen verdere afstanden moeten afleggen en meer euro’s moeten ophoesten. Moet een socialistische voorman in dat soort van operaties het voortouw nemen?
Wij zijn helemaal niet gekant tegen een aantal infrastructurele ingrepen. De heraanleg van het stationsplein was bijvoorbeeld zeker en vast nodig. Maar het bestuur tapt altijd maar uit hetzelfde vaatje."
Hoezo? Staan er nog nieuwe projecten op stapel?
Magda Aelvoet: "Vandaag zitten er inderdaad nog een drietal projecten in de pipeline, waarover we veel minder te spreken zijn. Het gaat dan ten eerste om de ondertunneling van de Parkpoort, opnieuw een ongelooflijk duur project. Volgens het stadsbestuur zou dat méér veiligheid voor fietsers en voetgangers brengen, maar de realiteit zal er helaas anders uitzien. Het eigenlijke opzet bestaat erin om een makkelijke ontsluiting van de parking onder Philipssite te voorzien. Dà à r gaat het over, daarvoor heeft men dat ding nodig. Terwijl men zich voorgenomen heeft om de woonkwaliteit op de vesten te verhogen, zal blijken dat de ingangen en uitgangen van dergelijke tunnels heel wat nieuwe hinderpalen met zich mee brengen. Dat was ook één van de punten uit het auditrapport van de ambtenarij. Die audit leverde twee belangrijke conclusies op: 1. Het project werpt nieuwe barrières op. De bewoonbaarheid en het makkelijk bewandelen van de vesten komt er eerder door in de verdrukking. 2. De vesten zijn perfect veiliger te maken voor fietsers en voetgangers op een andere en veel goedkopere manier.
Voorts is er het plan om een stuk van de Capucijnenvoer te ondertunnelen. Wij hebben daar nochtans naar mijn smaak goede alternatieven voorgesteld. Alles draait rond een verkeersknoop voor de bussen, die nu van de Dirk Boutslaan, via de Lei in de Brusselsestraat terecht komen om dan ondermeer via het Sint Jacobsplein naar de Capucijnenvoer te rijden. Daar waar de Capucijnenvoer uitmondt in de Brusselsestraat is het quasi onmogelijk voor de bussen om elkaar te kruisen. Er moet daar dus inderdaad een ingreep gebeuren. Alleen kiest het stadsbestuur opnieuw voor een zeer dure ingreep, die gepaard gaat met een hoop afbraakwerken. En dat terwijl het volgens ons net zo goed mogelijk is om via een nieuwe brug over de Dijle de bussen naar de Brusselsetraat te brengen en ze daar te laten oversteken naar een nieuwe weg die via de ziekenhuissite kan lopen. Die ziekenhuissite moet hoe dan ook volledig heringericht worden. Een dergelijke optie lijkt ons veel beter en we weten dat het ook een pak minder geld zou kosten. De Capucijnenvoer heeft een bijzonder moeilijke ondergrond om er een tunnel aan te leggen, wat nog eens heel wat extra kosten met zich mee zal brengen. Waarom weer die megalomane aanpak?
Ten slotte is er de glazen overkapping van de Muntstraat. Dat is eerder een spielerei natuurlijk. Maar willen wij op die manier onze stad ontwikkelen? Men wil er blijkbaar een soort rue de boucher van maken. Ik zou minder problemen hebben met dergelijke folietjes, mocht het zo zijn dat er geen andere dingen te doen staan in Leuven. Elke euro kan je nu éénmaal slechts één keer uitgeven."
Waarvoor vind jij dan dat er dringend middelen moeten vrijgemaakt worden?
Magda Aelvoet: "Kijk naar de woningmarkt in onze stad. Een zeer heikel punt. Ik weet ook wel dat daar geen simpele oplossingen voor bestaan. Maar als je daar bijsturingen wil doen, niet enkel met sociale woningbouw maar ook met subsidies voor het verbouwen van woningen met het oog op klimaatwijziging, dan zal je centen nodig hebben. Maak van Leuven een spitante en wat mij betreft spitstechnologische stad, die de klimaatuitdaging aankan op een sociale manier. Mensen met een klein inkomen moeten recht hebben op subsidies om hun huizen energie-efficiënt te maken. Wie wil investeren in propere technologie moet een voorfinanciering kunnen krijgen zodat je met de opbrengst ervan de investering kan terugbetalen etc. Voor heel wat mensen blijkt immers dat die initiële investering boven hun krachten gaat. Als je vaststelt dat er te weinig impulsen worden gegeven aan dat sociaal en ecologisch beleid, begrijp je waarom Leuven zo sterk evolueert in de richting van een uniforme stad."
Over welke hefbomen beschikt een gemeentebestuur eigenlijk om de woningmarkt betaalbaar te maken?
Magda Aelvoet: "In feite kan je drie niveaus onderscheiden. Vooreerst is er het gewestniveau. Daar beschik je over hefbomen om de huurmarkt te bespelen. Onze partij heeft bijvoorbeeld onder impuls van Mieke Vogels een voorstel voor "huurrichtprijzen" gedaan, waardoor er grenzen gesteld zouden worden aan de huurprijzen. In 1976 nam de regering bijvoorbeeld een maatregel die erop gericht was om de huurprijzen niet sneller te laten stijgen dan een deel van de index. Die prijzen stegen immers even snel als de index. Dat maakte dat de indexering van je inkomen eigenlijk volledig opging aan de stijging van de huurprijs, terwijl ook alle andere prijzen de lucht ingingen. Maystadt werkte daarom een formule uit die ervoor moest zorgen dat de huurprijzen veel minder snel zouden stijgen. Die wet greep eigenlijk in alle bestaande contracten in. Zelf heb ik daar rond trouwens een fikse ruzie gekregen met mijn huiseigenaar, gewoon omdat die de wet niet wilde toepassen. Die ruzie eindigde nog bij de vrederechter. Maar goed. Vandaag moet er opnieuw een soortgelijke ingreep gebeuren. Als de markt bepaalde grenzen overschrijdt, moet er opgetreden worden.
Vervolgens moet je zorgen dat er een voldoende aanbod is aan woningen. Wat dat betreft, heeft het lange tijd geslabakt in Leuven. Vandaag is het bestuur wel bezig met de centrale werkplaatsen, maar het project van de ziekenhuissite, dat ook een enorm potentieel aan woongelegenheid biedt, blijft maar aanslepen. En als je de eigendommen van het OCMW bekijkt, merk je dat er daar nog heel veel mogelijk is.
En tot slot is er de rol van de sociale huisvestingsmaatschappijen. Als de stad echt wil, zou ze heel wat middelen kunnen vrijmaken voor een echt sociaal beleid.
De kans die het nieuwe gemeentedecreet aanreikt, is door ons bestuur niet aangegrepen. Het gemeentedecreet stelt dat de voorzitter van het OCMW vanaf nu ook deel kan uitmaken van het college. De achterliggende bedoeling daarvan is dat je een meer geïntegreerd sociaal beleid kunt voeren. Anders dreig je immers in een situatie terecht te komen waarin er geen echte samenhang bestaat tussen het beleid van het OCMW en het beleid van de stad. In de praktijk bestaat er in Leuven trouwens wel een zeker overleg tussen het OCMW, de cel van de stad die zich met sociaal beleid bezighoudt en het CAW. De stad Leuven heeft nu onder impuls van Tobback de voorzitter van het OCMW niet laten toetreden tot het schepencollege.Hij leest kennelijk in dat nieuwe decreet dat het OCMW op termijn zou afgeschaft worden... En dat zou dan antisociaal zijn. Die afschaffing staat er echter niet in. Dat decreet is mee onderhandeld door Frank Vandenbroucke. Is Tobback dan van mening dat Vandenbroucke zich volledig in de luren heeft laten leggen? Zijn partij heeft dat decreet ook mee goedgekeurd in het Vlaams Parlement. Hebben die zich ook allemaal laten bedotten?
Voelt de burgemeester zich dan misschien bedreigd door die aanpak? Of spelen minder fraaie redenen en argumenten mee, in de stijl van "Ik ben de baas in de stad, laat de coalitiepartner maar de baas zijn in het OCMW"? In ieder geval gaat het om een gemiste kans. Wat dat betreft, ben ik zeer ontgoocheld over de houding van burgemeester Tobback.
Volgens ons moet er dringend gewerkt worden aan sociale diversiteit in deze stad. Wie arm is mag niet uit de boot vallen. Leuven mag toch geen elitaire stad worden."
Dat beweerde Louis Tobback ook in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. "Leuven moet minder Brugge en meer Gent worden", zo vatte hij het samen.
Magda Aelvoet: "Tja, net voor de verkiezingen ontdekte hij ook dat de woningen onbetaalbaar zijn geworden in Leuven. Hij is wel al twaalf jaar aan de macht. Groen!-kandidaat Klaas Delrue (tevens ook zanger van Yevgueni) had het tijdens een verkiezingsprogramma op de VRT over het lage rock & roll-gehalte van de stad. En inderdaad, Leuven is te zeer een provinciaal nest, te mak, te weinig bruisend, te burgerlijk. Groen!-lijsttrekster Fatiha Damani voegde eraan toe dat ze het Pallietergehalte van Leuven mist. Dat heeft ook betrekking op de gebrekkige relatie met de studentenwereld.
Het gedurfde, het alternatieve komt hier eigenlijk weinig aan bod. Dat is niet zozeer het resultaat van een bepaald beleid, het is eerder een gevolg van de stille gang van zaken. Er moet dus gewerkt worden aan diversiteit. Er moet een ander cultuurbeleid komen. Voor alle duidelijkheid: 30CC is vaak wél goed bezig. Maar globaal bekeken wordt het cultuurbeleid van de stad al te vaak ingepast in een marketingbeleid. Je krijgt dan cultuur op maat van citymarketing. En dan ga je net heel gemakkelijk méér in de richting van Brugge. Wat ons betreft zou het meer in de richting van Freiburg mogen gaan, niet enkel omwille van de vrijheid en de rebelsheid, maar vooral omdat het een stad is met een universiteit die durft experimenteel te zijn. Met zijn universiteit zou ook Leuven een experimentele stad kunnen zijn, die klaar wil staan om dé grote uitdagingen met de toekomst aan te gaan."
Je had het al over de klimaatuitdaging. Welke bijdrage kan een stad leveren aan de strijd tegen de klimaatwijziging?
Magda Aelvoet: "Onze stad zou daarin een enorme voortrekkersrol kunnen spelen. Maar we zitten vandaag wat te rommelen in de marge. Wij staan ongeveer nergens. Vandaag staan er grote bouwprojecten op stapel op verschillende sites in de stad. Welnu, bij elk site die wordt aangepakt, moet men volgens ons radicaal mikken op de best mogelijke ecologische invulling van de gebouwen. Neem de centrale werkplaatsen. Er zitten daar een pak goede elementen in hoor. Maar op twee sleutelterreinen is er geen begin van een antwoord⦠Wat zeg ik, wordt het probleem zelfs niet gezien. Ten eerste, de automobiliteit die ingebouwd wordt in het nieuwe project, en dat terwijl er al een serieus fileprobleem bestaat in dat deel van de stad. Men denkt daar nauwelijks over na. Ten tweede zorgt men er onvoldoende voor dat die woningen in de toekomst weinig energie zullen opslorpen. Wij vinden dus dat men moet kiezen voor een autoluw project en dat er op een serieuze manier moet nagedacht worden over het oplossen van die verkeersknoop. Ook op het vlak van de energie-efficiëntie is het totaal ondermaats. Recent zag ik nog een prachtige film op televisie, gemaakt in de UK, over een stad die een ganse nieuwe wijk heeft opgetrokken die wél energiepassief is. Het gaat om een stad die ietsje noordelijker ligt dan Leuven maar waar in die nieuwe wijk zero verwarming nodig is, en men toch permanent over goede temperaturen beschikt. Ik wil dat echt eens van dichterbij gaan bekijken. Leuven moet immers ook een vernieuwende, experimentele stad worden op maat van de mens.
Op maat van de mens betekent ook dat er een sterkere en veel eensgezindere aandacht moet bestaan voor het armoedebeleid van de stad. Terwijl Leuven eigenlijk een zeer rijke stad is, in de rijke regio Vlaanderen, bestaat er toch nog veel verborgen armoede. Het OCMW van Leuven doet wel degelijk een aantal inspanningen. Zo worden er goede initiatieven genomen rond de opvang van zeer oude, zwaar hulpbehoevende mensen. Maar dat het beter kan, wordt bewezen in andere gemeenten. Ik denk dan bijvoorbeeld aan Oost-Malle. Daar heeft het bestuur de conclusie getrokken dat je met een zogenaamd leefloon eigenlijk niet fatsoenlijk kan leven. Vervolgens besliste het bestuur om het leefloon met tien procent op te trekken, gefinancierd door de stad zelf. Voor de betrokken mensen maakt dat een zeer groot verschil. Men werkt er ook samen met de scholen, om samen te kijken hoe ze het lot van zeer arme kinderen kunnen verbeteren, zonder die kinderen te stigmatiseren. Zo"n samenwerking tussen OCMW en scholen biedt heel veel mogelijkheden."
Wordt er in Leuven niet te weinig geëxperimenteerd met vormen van inspraak en participatie?
Magda Aelvoet: "Het gebrek aan kwaliteitsvolle en vooral tijdige inspraak is één van de grote tekortkomingen van het gevoerde beleid. Waar blinkt Leuven wél in uit? Men stelt een plan op van A tot Z, met de hulp van alle mogelijke studiebureaus enz. Dat wordt dan voorgesteld aan de bevolking. En het enige dat die mag zeggen is "Amen. Het weze zo." Het valt op hoe zeer Tobback die volgzaamheid " ook van de gemeenteraad - op prijs stelt. Staat dat niet volledig haaks op die verklaringen over de braafheid van Leuven? De beleidsstijl in Leuven beïnvloedt dat niet in positieve zin. Onze stad kent vandaag een redelijk autoritair bestuur dat eigenlijk een volgzame houding verwacht van zowel de bevolking als de gemeenteraad. Er bestaat in Leuven gewoonweg geen moderne, dynamische en participatieve vorm van inspraak. Het enige dat de mensen mogen doen, is de zaken goedkeuren na de feiten. En eigenlijk verwacht men dan dat je zegt dat het eigenlijk héél goed is⦠Dank u. We mogen erkentelijk zijn voor zo’n goed beleid...
Je bent zelf parlementslid geweest voor Agalev. Vele mensen kennen je ook als gewezen minister in de federale regering. En nu terug gemeenteraadslid. Wat geeft dat?
Magda Aelvoet: "Voor alle duidelijkheid: ik ben nooit eerder gemeenteraadslid geweest. Het is voor mij de eerste keer en daarom is het wat te vroeg om daar echt te kunnen op ingaan. Ik duwde de lijst van Groen! bij de gemeenteraadsverkiezingen. Uiteindelijk werd ik verkozen als gemeenteraadslid én als provincieraadslid, waarop ik expliciet heb gekozen om in de gemeente te werken omdat ik het een betekenisvoller niveau vind. Het is ook zo dat de wereld met het ouder worden, terug een beetje kleiner wordt. Ik interesseer me uiteraard nog steeds voor het internationale, maar ik ben nooit zo vaak in Leuven geweest als vandaag. En daarom vind ik het erg interessant om mij nu dus met de politiek in deze stad bezig te houden. Want wat de grond van de zaak betreft, gaat politiek eigenlijk altijd over hetzelfde. Hoe gaan we de samenleving inrichten? En mijn partij en ikzelf hebben daarbij steeds twee grote bekommernissen voor ogen: één, wordt er rekening gehouden met de draagkracht van de aarde? En twee, komt iedereen aan zijn trekken?"
Je sprak over de volgzaamheid van de gemeenteraad. Het valt inderdaad op dat ook de oppositie in de gemeenteraad zich behoorlijk mak opstelde. Was dat ook niet geval voor de groene fractie?
Magda Aelvoet: "Tijdens de laatste jaren heb ik de vergaderingen zeker niet op de voet gevolgd. Maar het spreekt voor zich dat het heersende klimaat in de gemeenteraad het resultaat is van de houding van alle partijen. En dus ligt er ook een deel van de verantwoordelijkheid op de schouders van de oppositie en onze fractie. Daarbij toch één bemerking. Als jonge mensen, die hun eerste stappen zetten in de politiek, telkens opnieuw platgeslagen worden, denigrerend behandeld worden, dan moet je al een natuurtalent zijn om dat van je af te gooien. In die zin mag de weerbaarheid en de kritische zin zeker ook op de oppositiebanken aangescherpt worden. Maar informatie is macht en het bestuur heeft nu éénmaal meer informatie. Vanuit die positie, geloof me, is het niet zo moeilijk om met enkele oneliners iemand plat te slaan. Als mensen dan zeggen dat ze geen zin meer hebben om zich te laten vernederen, dan geef ik toe dat er een gedeelde verantwoordelijkheid is. Maar waar ligt dan de grootste verantwoordelijkheid?"


