Over duurzaam stedelijk beleid
Lokale overheden beginnen zich wereldwijd steeds meer te roeren in het klimaatdebat. Zo doofden op 28 maart 2009 2.848 steden en gemeenten in 83 landen een uur lang de lichten in het kader van het Earth Hour-initiatief van WWF om hun eis tot actie tegen de klimaatopwarming te onderstrepen. Tot dusver ondertekenden ook reeds 633 Europese steden en gemeenten "de burgemeestersconvenant" waarmee ze aangeven in uitvoering van het klimaatplan van de Europese Unie de CO2-uitstoot tegen 2020 met 20 procent te zullen verminderen. Toen de EU-Commissie dit plan vorig jaar lanceerde werd expliciet gesteld dat deze doelstelling enkel kon gerealiseerd worden als ook de lokale besturen, burgers en hun organisaties hiertoe een bijdragen leverden. Onder de groep van 633 ondertekenaars bevinden zich ook vier Vlaamse steden Antwerpen, Gent, Genk en Hasselt.
Wat zijn de algemene doelstellingen van "de burgemeestersconvenant"? De steden engageren zich met de ondertekening van deze tekst "om de lat nog hoger te leggen dan de EU doet" door via een lokaal "Actieplan duurzame energie", dat binnen het jaar na ondertekening moet klaar zijn, de CO2-uitstoot op hun grondgebied tussen nu en 2020 met minstens 20 procent te verminderen. Hierbij zal onder meer een inventaris worden opgemaakt van de basisemissies en ook de nodige middelen worden uitgetrokken om het plan te realiseren. De burgers zullen actief bij de realisatie betrokken worden en tussen deelnemende steden ervaringen worden uitgewisseld. Er zullen ook richtsnoeren voor de uitvoering worden opgesteld met verwijzing naar referentievoorbeelden. Bedoeling is ook zoveel mogelijk andere lokale en regionale besturen bij dit project te betrekken.
Op welke terreinen kunnen lokale en regionale overheden maatregelen nemen om de energie-efficiëntie te verbeteren? De burgemeestersconvenant somt er een aantal op. Het gaat vooreerst om energiebesparende maatregelen in de eigen openbare gebouwen en in de energie-intensieve diensten zoals openbaar vervoer en straatverlichting. Het energieverbruik afkomstig van privé-vervoer kan worden verminderd door ruimtelijke en andere maatregelen. Als lokale regelgever kunnen voor nieuwe gebouwen strengere normen worden opgelegd op vlak van energieprestatie of integratie van duurzame energieapparatuur. Inwoners kunnen worden gemotiveerd om zuiniger met energie om te springen. Tot slot kan het gebruik van duurzame energiebronnen worden gestimuleerd bij de lokale energieproductie. Zo kan er bijvoorbeeld voor de stadsverwarming gebruik gemaakt worden van een plaatselijke bio-warmtekrachtcentrale (WKK).
Gent
Gent heeft de ambitieuze ambitie om tegen 2050 een klimaatneutrale stad te worden. De stad - de 250.000 inwoners, 120.000 gezinnen, het stadsbestuur, de vele organisaties, grootschalige zorg- en onderwijscentra, bedrijven en havengebied - wil hiertoe alles in het werk zal stellen om de uitstoot van CO2 tot een absoluut minimum te beperken en geen aandeel meer te hebben in de klimaatverandering". Om de impact te bepalen die de stad heeft op het klimaat laat het stadsbestuur thans als eerste in Vlaanderen een CO2-meting uitvoeren waarvan de resultaten in 2010 moeten bekend zijn. Deze studie moet ook uitwijzen waar zich "de pijnpunten" bevinden op vlak van CO2-uitstoot en de basis vormen voor een geactualiseerd en gedetailleerder klimaatplan. Het resultaat van de studie zal ook gehanteerd worden als nulmeting om de verdere evolutie van de CO2-uitstoot te kunnen evalueren.
Hoe wil Gent CO2-neutraal worden? Het actuele Lokaal Klimaatplan 2008-2020 stelt hiertoe al 105 acties in het vooruitzicht verdeeld over vier actiepakketten. Vooreerst wil men het voorbeeld geven binnen de eigen stedelijke organisatie. Door middel van een duurzaam energie- en waterbeleid wil Gent tegen 2020 in vergelijking met 2003 het eigen energieverbruik met 20 procent en de CO2-uitstoot met 60 procent verminderen. Het aandeel hernieuwbare energie daarentegen moet met minstens 50 procent stijgen. Zo wordt bijvoorbeeld bij elk renovatieproject passiefbouw overwogen en minstens 1 innovatief, demonstratief bouwproject gelanceerd. Tegen 2013 wil men minstens 10 nieuwe projecten realiseren op vlak van hernieuwbare energie. Door gronden ter beschikking wil men bijvoorbeeld participeren in de plaatsing van windmolens. Bij elke nieuwbouw of renovatie van zwembaden zal een haalbaarheidsstudie worden uitgevoerd voor de bouw van een warmtekrachtcentrale.
De stad wil voorts zowel via milieuvergunningen, diensten, overeenkomsten en doelgerichte acties bewoners en gebruikers energiezuiniger doen handelen. Zo wil men bijvoorbeeld bedrijven via een milieuvergunning verplichten een lichtplan op te stellen. Gent wil ook met alle organisaties die met haar verbonden zijn engagementsverklaringen sluiten met betrekking tot rationeel water- en energiegebruik en duurzaam bouwen. Particulieren worden onder meer met subsidies tot energiezuinigheid gestimuleerd. Ze krijgen ook drie uur gratis bouwadvies bij bouw- en verbouwingsplannen. Het actuele Gentse Mobiliteitsplan wil het gebruik voor openbaar vervoer tegen 2010 met 100 procent verhogen in vergelijking met 1998 en het fietsgebruik met 30 procent. Dit beleid wordt geïntensifieerd door de verdere uitbouw van een autovrij stadscentrum, een aangepast parkeerregime, uitbouw P+R aan de stadsrand... Het Groenbeleidsplan plant tal van acties voor meer groen, natuur en bos.
Antwerpen
Net als Gent is ook Antwerpen gestart met de opmaak van een inventaris van de CO2-emissies op haar grondgebied. Dit moet de basis vormen voor een omvattend klimaatplan voor de stad met ambitieuze klimaatsbeleidsdoelstellingen die in de lijn liggen van de engagementen die genomen werden in het kader van de burgemeestersconvenant. Er zal hierbij samengewerkt worden met de verschillende stadsbedrijven, inwoners en andere stakeholders. Voor haar interne stadswerking streeft de stad Antwerpen op termijn een klimaatneutrale werking na. Tegen 2012 wil men 7,5 procent energie besparen en tegen 2020 30 procent. Om dit energie- en klimaatbeleid structureel te verankeren in de stedelijke werking werd in 2008 de Lokale Entiteit Energie (LEE) opgericht. Dit orgaan zal ingepast worden in het toekomstige Energie- en Milieuagentschap.
Wat de interne stadswerking betreft kiest de stad sinds 2008 voor 100 procent groene stroom. Via een energieboekhouding wordt het energie- en waterverbruik nauwgezet opgevolgd, technische aanpassingen doorgevoerd zoals een correcte afstelling van de regelsystemen van stookinstallaties en maatregelen genomen om het aankoopbeleid en gedrag van werknemers energiezuiniger te maken. Duurzaamheid wordt als meetinstrument zoveel mogelijk toegepast op stadsontwikkelingsprojecten. Bij nieuwbouw en renovatie worden energetische en ecologische duurzaamheidscriteria gehanteerd.en in de bouwcode opgenomen. De stad onderzoekt ook het productiepotentieel en haalbaarheid van projecten die hernieuwbare energie genereren op het eigen stedelijk patrimonium en haar gronden.
Om de inwoners te stimuleren energiezuinig te leven werd eind 2008 "een energiebesparingsfonds" in het leven geroepen waarbij burgers goedkoop of renteloos kunnen lenen voor energiebesparende ingrepen in hunn woonst. Er werden premies in het leven geroepen voor milieubesparende en energiezuinige ingrepen. Bij de Ecohuisdokter in het Ecohuis aan de Turnhoutsebaan in Borgerhout en in de wooncentra kunnen inwoners informatie en advies krijgen op vlak van duurzaamheid en energiebesparing. Dit EcoHuis huisvest ook een permanente tentoonstelling over milieu en duurzaamheid. De stad organiseert ook "samenkoopinitiatieven" voor burgers inzake dakisolatie, zonnepanelen en zonneboilers. Er werd een thermografische kaart aangemaakt waarop elke Antwerpenaar kan zien of zijn dak goed geïsoleerd is. Bij sociale doelgroepen voeren energiesnoeiers gratis energiescans uit.
Hasselt
Hasselt investeerde de voorbije jaren vooreerst heel wat in de vergroening van haar eigen voertuigen. Zo werden vuilniswagens omgebouwd zodat ze kunnen rijden op plantaardige olie. Kleine elektrische vrachtwagentjes werden aangekocht voor het onderhoud van fietspaden evenals drie hybride wagens waaronder een voertuig voor de burgemeester... Alle chauffeurs van de stad kregen een opleiding ecodriving, iets wat verder opgevolgd wordt. Personeelsleden kregen dienstfietsen, een fietsvergoeding en terugbetaling abonnement openbaar vervoer. Wat het energieverbruik van stadsgebouwen betreft werd al jaren geleden gestart met een energieboekhouding. Waar nodig worden energieaudits uitgevoerd om energielekken en grote verbruikers op te sporen. Tal van maatregelen worden genomen om het energieverbruik te verminderen zoals het plaatsen van fotovoltaïsche zonnepanelen, zonneboilers, condenserende ketels...
Voor dit jaar zijn nog meer zonnepanelen gepland. Er zullen ook windturbines worden gebouwd op de terreinen van de Grenslandhallen en de centrale werkplaatsen. Intern wordt het personeel gesensibiliseerd om rationeler om te gaan met energie. Hasselt doet er ook alles aan om de inwoners terzake te sensibiliseren. Hasselt is zoals bekend de stad die enkele jaren terug wereldberoemd werd door invoering van het gratis openbaar vervoer. Fietsen wordt aangemoedigd door goede fietspaden, veilige straten en bewaakte fietsenstallingen. Inwoners die zelf investeren in een zonneboiler, fotovoltaïsche panelen, een warmtepomp of warmtepompboiler, isolatie kunnen rekenen op een subsidie. Hasselt doet ook mee aan de actie "klimaatwijken" en deelt elk jaar in maart de broeikasboompjes uit waarmee het de gevolgen van kwistig energieverbruik en de bijhorende CO2-uitstoot in de kijker zet.
Genk
Al meer dan tien jaar hanteert de stad Genk een energieboekhouding voor haar gebouwen. Voor de panden met het grootste energieverbruik wordt jaarlijks een rapport gemaakt met voorstellen om dit te beperken. Een sensibiliseringscampagne - onder meer met betrekking tot het aantal pc's die na de werkuren aangeschakeld blijven - leidde in 2008 tot een opvallende daling van het energieverbruik. Ook via gerichte aankopen, afvalpreventie, mobiliteit en waterverbruik wil Genk haar eigen impact op het milieu zoveel mogelijk verminderen. In het nieuwe milieubeleidsplan dat eind 2009 moet goedgekeurd worden wil de stad nog verder gaan op vlak van duurzaam bouwen, vergroening van stedelijke mobiliteit en investeringen in groene energie. Wat dit laatste betreft werd reeds in 2008 200m2 fotovoltaïsche panelen geplaatst op het dak van het stadhuis. Sinds begin dit jaar wordt in de stedelijke gebouwen en openbare verlichting nog enkel groene stroom gebruikt.
Genk voorziet ook allerhande premies voor particuliere investeringen in water- en andere energiebesparende maatregelen (bv. regenwaterput met hergebruik), groene energie (zonneboiler, pv-cellen, warmtepomp, ventilatiesysteem met warmterecuperatie), duurzaam bouwen... Om ook de minder gegoede burger te stimuleren tot meer duurzaamheid werd enkele jaren terug samen met het OCMW, de lokale diensteneconomie en het buurtopbouwwerk "het Genks energie-overleg" opgestart. Over enkele maanden wordt een sensibiliseringscampagne gestart voor rationeel energiegebruik op basis van de thermografische opname van de woningen op het Genkse grondgebied. De stad zal ook een demonstratief project opstarten in één of meerdere wijken waar samen met zoveel mogelijk bewoners werk zal worden gemaakt van duurzaam energiegebruik. Een van de voorstellen is een volledige wijk van dakisolatie te voorzien.
Amsterdam en elektrische auto's
Eind maart maakte de stad Amsterdam een ambitieus plan bekend om het gebruik van elektrische voertuigen te promoten en een krachtige impuls te geven. Elektrisch vervoer stoot immers geen schadelijke stoffen uit en is dus beter voor luchtkwaliteit en klimaat. Op korte termijn (tegen 2012) wil het stadsbestuur 200 oplaadpunten realiseren op strategische locaties zoals P&R-zones, bedrijfsterreinen en parkeergarages. Deze oplaadpunten zullen overigens niet alleen bruikbaar zijn voor auto's maar ook voor elektrische fietsen en scooters. Tegen 2012 moeten er minstens 200 elektrische wagens in de stad rondrijden. De ambities zijn enorm want tegen 2015 mikt Amsterdam op 10.000 elektrische voertuigen wat het aandeel van de emissievrije stadskilometers op 5 procent zou brengen. Tegen 2040 wil Amsterdam de stad volledig emissievrij en alle 200.000 auto's elektrisch!
Amsterdam investeert zelf 10 miljoen euro in dit project en voegde ondertussen de eerste daden bij het woord. Eind mei werd het eerste officiële oplaadpunt geopend bij de Stopera. Voorlopig kan men bij deze oplaadpunten zijn elektrisch voertuig nog gratis opladen. Bij nieuwbouwprojecten zullen deze meteen worden geïnstalleerd. De stad kocht ook al zes elektrische personenauto's. Het gaat om "Th!nk City's" van Noorse makelij met een kostenplaatje van 30.000 euro per stuk. Voor een aantal gemeentelijke diensten werden elektrische scooters gekocht. Ook taxicentrale TCA heeft toegezegd een 30-tal elektrische voertuigen te kopen net als verschillende organisaties die aan autodelen doen. De stad werkt ook aan een subsidiereglement om de aankoop van elektrische auto's door bedrijven en particulieren minder duur te maken. Bezitters van elektrische voertuigen krijgen speciale parkeerplaatsen en lagere parkeertarieven.
Amsterdam hoopt op die manier een doorbraak te forceren voor de elektrische auto die thans nog kampt met vele problemen zoals een beperkte actieradius, dure kostprijs en het feit dat opladen uren vergt. Voor de energiebevoorrading van de voertuigen wil de stad ook initiatieven gaan nemen op vlak van duurzame energie en extra gaan investeren in zonne- en windenergie. Er wordt voor dit project ook samengewerkt met de regering, de regio's, andere gemeenten en het bedrijfsleven want bijvoorbeeld uniforme oplaadpunten zijn belangrijk voor het welslagen van het project in de toekomst. De Stichting Natuur en Milieu en drie technische universiteiten lanceerden eind maart een plan dat tegen 2020 1 miljoen elektrische wagens in Nederland beoogt. Hierbij wordt gedacht aan stimulerende belastingmaatregelen en experimenten om geschikte oplaadpunten en accu's aan te duiden. De overheid moet volgens de Stichting tevens een Formule E-team voor elektrisch rijden in het leven roepen bestaande uit wetenschappers, bedrijfsleiders, politici en milieuorganisaties. Er wordt gedroomd van elektrische auto's die rijden op windenergie...
Marburg verplicht zonnepanelen
Marburg, een Duitse universiteitsstad met 79.000 inwoners, vaardigde in juni vorig jaar de verplichting uit dat elke nieuwbouw uitgerust moet zijn met zonnepanelen. Per 20 m3 oppervlakte moet er 1 m2 aan zonnecellen worden voorzien. De verplichting geldt ook voor reeds bestaande gebouwen waarvan de dakbedekking of verwarmingssysteem wordt veranderd. Bedoeling is dat deze huizen voor hun warmwatervoorziening niet meer afhankelijk zijn van een nutsbedrijf. Op de niet-naleving van het reglement is een boete voorzien van 1.000 euro. Er gelden wel uitzonderingen voor panden waarvan is vastgesteld dat ze permanent in de schaduw liggen en gebouwen zoals de Elisabethkerk, het oude stadhuis, de gemeentelijke koelhuizen en dergelijke. Het is voorzover bekend de eerste stad wereldwijd die dergelijke verplichting oplegt.
De maatregel, die op 1 oktober 2008 van kracht werd, werd in de Marburgse gemeenteraad goedgekeurd door de groenen, sociaal-democraten en de extreem-linkse partij De Linke. Volgens het stadsbestuur is de maatregel bedoeld om het milieu te beschermen en de inwoners te behoeden voor de explosief stijgende energieprijzen. De investering verdient zichzelf op enkele jaren terug reeds terug. Een huishouden gebruikt momenteel 80 procent van de energie voor het verwarmen van water. Een dwangmaatregel in plaats van de gangbare politiek om mensen tot deze investeringen te stimuleren door middel met financiële prikkels is volgens het stadsbestuur gerechtvaardigd omwille van de actuele afhankelijkheid van olie en gas.
Stockholm en Hammarby Sjöstadt
De Europese Commissie heeft Stockholm uitgeroepen als de eerste Europese Groene Hoofdstad. De Zweedse hoofdstad werd verkozen uit 35 kandidaturen. Stockholm (800.000 inwoners) heeft zichzelf de ambitieuze doelstelling opgelegd om tegen 2050 vrij te zijn van fossiele brandstoffen. Sinds 1990 verminderde de stad de CO2-uitstoot reeds met 25 procent. Voor heel Zweden bedraagt de vermindering overigens 10 procent. Stockholm loopt op vele terreinen ver vooruit. Zo kocht het stadsbestuur de afgelopen jaren bijvoorbeeld 400 bussen die op ethanol rijden. Er rijden ook 100 bussen op biogas. In augustus 2007 werd tijdens weekdagen een tolheffing ingevoerd voor personenwagens die de stad willen binnenrijden. Het openbaar vervoer werd parallel sterk uitgebreid. Innovatief is ook het nieuwe kantoorgebouw van de Zweedse spoorwegen dat zal verwarmd worden met de opgezogen lichaamswarmte van de passagiers. Het water in Stockholm is zo proper dat men midden in de stad zalm en forel kan vangen...
Het project waarmee Stockholm momenteel wereldwijd school maakt is de nieuwe wijk Hammarby Sjöstadt die gebouwd wordt op een gesaneerd industrieel havengebied ten zuiden van de stad en waarbij het stadsbestuur van bij de conceptuitwerking in het begin van de jaren '90 zeer strenge milieueisen heeft opgelegd aan nieuwe gebouwen, technische installaties en het verkeer. De hele ontwikkeling is uitgewerkt vanuit het oogpunt van duurzaamheid. Als de wijk in 2015 volledig volgebouwd is zal ze 11.000 wooneenheden tellen en 25.000 bewoners huisvesten. 35.000 mensen zullen er leven en werken. Het is het grootste stadsontwikkelingsproject in Stockholm. Door gebruik te maken van de allernieuwste milieutechnieken wil men bereiken dat de impact op het milieu van deze wijk 50 procent lager zal zijn dan vergelijkbare nieuwe wijken.
Opmerkelijk is bijvoorbeeld het innovatief systeem van afvalverwerking. Het afval wordt via een buizensysteem centraal gescheiden, ondergronds opgeslagen en zoveel mogelijk gerecycleerd in materiaal en in energie voor de verwarming van huizen, biobrandstof voor auto's en dergelijke. De huizen zijn gebouwd volgens de meest efficiënte normen op vlak van energieverbruik en met milieuvriendelijke materialen. Op diverse plaatsen en op de huizen staan grote zonnepanelen opgesteld die voor warmte en elektriciteit zorgen. Bedoeling is onder meer door hergebruik van regenwater en waterzuivering tevens het verbruik van drinkwater met de helft te verminderen tot 100 liter per persoon en per dag. Het individueel gemotoriseerd verkeer wordt zoveel mogelijk teruggedrongen door uitbouw van openbaar vervoer, carpooling en het vervoer per water (ferry).
Freiburg en Vauban
Het verhaal van Freiburg, een Duitse universiteitsstad met 218.000 inwoners en 30.000 studenten, lijkt wat op dat van Stockholm. De stad voert eveneens een doorgedreven duurzaam stedelijk beleid en bouwde tevens een modelwijk - Vauban. Freiburg was er al zeer vroeg bij toen het in 1992 de energiezuinige NEH-bouwnorm oplegde voor woningen op stadsgronden en in 1996 een eerste klimaatbeleidsplan opstelde waarin het voor de ganse stad een CO2-reductie met 25 procent vooropstelde tegen 2010. Het nieuwe plan dat in 2007 werd uitgewerkt beoogt een CO2-reductie met 40 procent tegen 2030. In de praktijk had Freiburg de CO2-uitstoot in 2003 al met 5 procent teruggedrongen en in 2005 met 7,3 procent. Het plan wil tegen 2010 10 procent van zijn stroom halen uit hernieuwbare energiebronnen. In 2005 was dat al met 3,7 procent het geval.
Freiburg pompt jaarlijks 3,2 miljoen euro in klimaatprojecten, waarvan 1,2 miljoen euro uit dividenden van het intergemeentelijk elektriciteitsbedrijf Badenova. Sinds 2003 loopt een stimuleringsprogramma voor de energiesanering van bestaande particuliere gebouwen. In de eigen stadsgebouwen wordt via allerlei maatregelen het stroomverbruik zoveel mogelijk verminderd. Op tal van plaatsen werden kleine WKK-energiecentrales geplaatst. Deze leverden in 2006 al 52 procent van de elektriciteit. Freiburg haalt daarnaast ook energie uit windturbines (14 MKW/ha/a), zonnepanelen (9.536 MW), waterkracht (1,9MKW/ha/a) en biomassa (16,6 KWW/ha/a). Door allerlei maatregelen ten voordele van voetgangers, fietsers en openbaar vervoer wil men tegen 2020 het aandeel van het gemotoriseerd particulier vervoer terugdringen tot 28 procent..
Vauban is een nieuwe wijk die in de jaren '90 gebouwd werd op de gronden van een voormalige militaire basis. Er wonen circa 5.300 mensen. Meest opvallend is de afwezigheid van auto's. Deze voertuigen kunnen de wijk alleen binnen om goederen te laden of te lossen. Private parkeerplaatsen zijn verboden. Aan de rand van het district bouwde de stad een grote garage waar een parkeerplaats ... 20.000 euro kost. Meer dan 70 procent van de inwoners van Vauban beschikt dan ook niet over een wagen. De meeste huizen zijn voorzien van zonnepanelen en zijn ook optimaal geïsoleerd. Zo hebben de ramen driedubbel gelaagd glas. In de wijk werd een WKK-centrale gebouwd die werkt op houtsnippers (biomassa). Naast de productie van elektriciteit worden met de restwarmte woningen verwarmd. De wijk produceert overigens een overschot aan elektriciteit die verkocht wordt aan energiebedrijven.
Leuven en Tweewaters
Ook in Leuven staat een uniek project op stapel. Projectontwikkelaar Ertzberg plant er in de periode tot 2020 op gronden aan de Vaartkom die grotendeels werden aangekocht van Anheuser Busch InBev een nieuwe 11 ha grote stadswijk met 1.200 woningen. Het is niet alleen het grootste geplande stadsontwikkelingsproject in ons land, het zal ook de eerste CO2-negatieve wijk zijn. Met behulp van een warmtekrachtkoppelingcentrale die werkt op basis van jatrophie-biodiesel - jatrophie is een giftige plant die op arme gronden groeit en dus geen concurrentie betekent voor de voedselvoorziening - en 10.000 m2 fotovoltaïsche panelen zal op jaarbasis de CO2-productie met 9.240 ton verminderd kunnen worden. Dit is 2.320 ton meer dan de totale hoeveelheid CO2 die in de wijk via klassieke energieproductie zou uitgestoten worden.
Duurzaamheid staat centraal in het nieuwe project. Zo wordt een 3,5 ha groot ecologisch park aangelegd. De wijk wordt ook volledig autovrij en de woningen ondergronds ontsloten. Duurzame handelaars - met bijvoorbeeld producten uit de nabije omgeving - krijgen korting op de huur. Om de verplaatsingen te beperken komen er verschillende wijkondersteunende functies zoals buurtwinkels, scholen en een strijkateliers. De woningen zullen door goede isolatie 82 procent minder energie nodig hebben dan panden gebouwd volgens de wettelijke E-100 norm. De in de WKK-centrale opgewekte groene stroom zal in totaal 28 procent van de bevolking in de Leuvense binnenstad kunnen bevoorraden. Ook opmerkelijk is dat alle woningen zullen worden aangesloten op een intranet dat gezinnen informeert en interactieve mogelijkheden biedt zoals het maken van een afspraak bij de arts. Solex-snorfietsen worden voorzien voor het maken van korte verplaatsingen.
Tolheffing
Het thema kwam hogerop al even aan bod bij de bespreking van duurzame initiatieven in Stockholm. De Zweedse hoofdstad voerde op 1 augustus tolgeld in voor autobestuurders die op werkdagen tussen 6 uur 30 en 18 uur 30 afhankelijk van de afstand tussen 10 en 20 kronen (1,1 a 2,2 euro) moeten betalen om in de stad te rijden. Bedoeling van dit initiatief was het pendelverkeer te verminderen, de luchtkwaliteit te verbeteren en het gevaar op ongevallen te beperken. Op 1 januari 2008 maakten enkele Duitse steden (Keulen, Hannover en Berlijn) bekend dat een aantal van hun stadszones enkel nog toegankelijk zijn voor auto's mits een ecosticker. De stadsbesturen willen met deze maatregel de luchtverontreiniging terugdringen in deze zones. Afhankelijk van de vervuilingsgraad van deze voertuigen kost de sticker tussen 5 en 12 euro. De boete voor niet-naleving bedraagt 40 euro. Benzinewagens van voor 1992 en dieselwagens van voor 1997 kunnen deze wijken sowieso niet in.
Op dezelfde dag als de Duitse steden maakte ook Milaan een dergelijke maatregel bekend. Afhankelijk van de CO2-uitstoot van de wagen betaalt de automobilist die de stad wil binnenrijden 2 tot 10 euro per dag. Eerder namen ook al heel wat andere steden een dergelijke maatregel. Singapore deed dat al in 1975, Bergen in 1986, Oslo in 1990, Rome in oktober, Durham in 2002, Londen in 2003, Valetta in mei 2007... In juni werd in Eindhoven een technologisch proefproject voorgesteld waarbij aan de hand van een gsm en navigatiesysteem in de auto precies kan worden nagegaan waar het voertuig gereden heeft en op die manier afhankelijk van het afgelegde traject - buurtstraten zijn het duurst en snelwegen het goedkoopst - een te betalen bedrag kan worden opgelegd. Leuven heeft alvast aangegeven kandidaat te zijn voor een dergelijk Vlaams proefproject.
Luc Vanheerentals


