Stadsvlucht in Leuven: welles, nietes
Wat zegt die stadsmonitor 2006 over wonen in Leuven? Eigenlijk worden er drie belangrijke vaststellingen gemaakt. Er wordt gestart met een vaststelling die positief uitpakt voor Leuven. De stadsmonitor biedt cijfers over het aandeel van sociale huurwoningen in de stad in vergelijking met het aandeel van die woningen in de aanpalende gemeenten. Leuven blijkt daar de absolute koploper te zijn van de dertien centrumsteden, met vier maal meer sociale huurwoningen dan in de randgemeenten. Dat betekent dat Leuven het goed doet op het vlak van sociale huurwoningen en maakt eens te meer duidelijk dat ook de randgemeenten hun aanbod dienen uit te breiden.
Betaalbare woningen in Leuven?
Een tweede deeltje gaat over de betaalbaarheid van woningen. De monitor publiceert bijvoorbeeld cijfers over het aandeel huishoudens dat een kleine of middelgrote koopwoning of appartement zou kunnen betalen. Uit die cijfers blijkt dat vandaag slechts 22,8 procent van de Leuvense huishoudens in staat is om zo’n aankoop te doen. En wat meer is, de betaalbaarheid van de woningen daalde in de periode van 2000 tot 2004 van 36,9 naar 22,8 procent. 2004 vormt daarbij het laatste referentiejaar, maar uit andere cijfers uit de stadsmonitor blijkt dat de prijzen van die huizen tijdens 2005 nog eens fors de hoogte zijn in gegaan. Het is dus aannemelijk te stellen dat inmiddels minder dan één huishouden op vijf in Leuven zich een kleine of middelgrote woning kan permitteren.
"Jonge gezinnen trekken in de grote getale weg"
De derde vaststelling is eigenlijk niets meer dan een gevolg van de tweede. Men gaat kijken in welke mate de stad aantrekkelijk is als vestigingsplaats voor (jonge) gezinnen. Daarbij kijkt men uitsluitend naar de bevokingscategorieën van 30 tot 39 jaar en van 0 tot 9 jaar. Die twee leeftijdsgroepen samen vertegenwoordigen immers het leeuwendeel van de jonge gezinnen. Als je naar die specifieke groep kijkt, merk je dat in quasi alle centrumsteden de stadsvlucht gekeerd is behave in Kortrijk en Leuven. In onze stad nam die stadsvlucht van jonge gezinnen tijdens de periode 1998-2000 sterk toe tot 41,6 personen per duizend die de stad verlaten. Tijdens de periode 2000-2003 bleef dat ongewijzigd en staat de teller op -40,2. Ter vergelijking, in Gent daalde datzelfde cijfer van 19,7 in de periode 1995-1997 tot 13,7 in de periode 2000-2003. In enkele centrumsteden zit men vandaag met een positief saldo, wat wil zeggen dat je jonge gezinnen aantrekt in plaats van afstoot.
Voor Leuven is er eigenlijk weinig discussie mogelijk. We citeren de stadsmonitor: "De jonge gezinnen (dertigers) trekken in grote getale weg uit de stad, en in mindere mate ook de 55-plussers". Dat is trouwens niet erg verrassend als je weet dat slechts een kleine minderheid van de huishoudens in staat is om in Leuven een woning te kopen. Onze stad slaagt er niet in om die trend te keren, de jonge gezinnen trekken weg.
"Instroom groter dan uitstroom"
De betrokken schepen Jaak Brepoels vond dit een misleidende conclusie en stuurde dan maar eigen cijfers de wereld in die het tegendeel moesten aantonen. We citeren: "In 2005 kende Leuven een instroom van 7490 personen (waarvan bijna 5000 uit een andere gemeente). De uitwijking bedroeg 7555 personen (waarvan 5335 naar een andere gemeente). In 2006 bedroeg de instroom 7617 (waarvan 4785 uit een andere gemeente) en de uitstroom 7175 (waarvan 5277 naar een andere gemeente). Conclusie: de stadsvlucht is gekeerd." De schepen wijst er ook op dat het bevolkingsaantal steeds maar toeneemt. We zijn inmiddels met meer dan 92.000.
Toch kan ook schepen Brepoels niet langs de "zeer hoge uitstroomcijfers" in de categorie 30-39 jaar. De goede cijfers die hij presenteert tonen volgens hem aan dat "Leuven in vele opzichten een succesverhaal is". Aan het einde van zijn communiqué stelt Brepoels echter zelf dat dit succesverhaal een serieuze keerzijde heeft. Voor velen wordt het moeilijk om zich in Leuven te handhaven of hun woonwensen gerealiseerd te krijgen. "Ze vallen uit de boot, komen terecht in minderwaardige woningen, wachten vruchteloos op een sociale huurwoning of wijken uit naar andere oorden." Om dit probleem aan te pakken kondigt de schepen "een meerjarenplan inzake huisvesting aan dat zal voorzien in de bouw van maar liefst 1000 betaalbare woningen op Leuvens grondgebied".
1000 nieuwe betaalbare woningen
De gemeenteraad van 28 maart keurde dat plan goed. Voor een stuk omvat het plan woonprojecten die vandaag reeds in de steigers staan, voor het andere stuk bestaat het uit nieuwe projecten. In totaal zouden er tegen 2012 1000 nieuwe woningen bijkomen, waaronder minimaal 400 sociale huurwoningen. Dit ambitieuze plan roept toch twee vragen op. Ten eerste blijft de vraag wat de schepen precies verstaat onder ’betaalbare’ woningen. Hoeveel zal een gezin moeten neerdokken voor zo’n woning en in welke mate zullen die woningen een druk creëren op de gangbare marktprijzen in deze stad. Ten tweede blijft er de vaststelling dat er in feite in Leuven een directe nood bestaat aan de bouw van 2000 sociale (gezins)-woningen. 400 extra woningen beantwoorden nog steeds helemaal niet aan die behoefte.
Weerlegt schepen Brepoels met zijn gegevens de stellingen uit de stadsmonitor? Eigenlijk niet. Ook hij kan er niet buiten dat jonge gezinnen in grote getale de stad verlaten omdat ze gewoon te duur is geworden. Daarover bestaat eigenlijk geen discussie. De schepen toont wel aan dat globaal bekeken de instroom in Leuven groter is dan de uitstroom. En dat is best een verrassende vaststelling.


