Buurt in de kijker:
maandag 8 oktober 2007, door Hedwig Verrycken, Sarah Kaerts
Zo leren we ‘Connie’ (pseudoniem) kennen, een dame die sinds ’68 in Leuven woont.
Op onze vraag wat het leuk maakt om hier in Leuven te wonen, steekt Connie meteen van wal.
Leuven is leuk om wonen. Wij wonen hier in de stad, maar vlakbij de autosnelweg. Alles is dichtbij: het station, de apotheker, de winkels,… Als je van ‘den buiten’ moet komen, dan ben je veel onderweg en dat kost je nog geld óók. Hier is alles op fietsafstand. Wanneer ik de voordeur sluit, is er geen lawaai meer - dubbel glas hé, dat isoleert! Ook onze tuin is een troef! Tenslotte is Leuven mooi. Er wordt geïnvesteerd in stadsvernieuwing en er valt heel wat te beleven.
Welk zijn dan die mooie, vernieuwde delen van Leuven?
Ah! Het vernieuwde stationsplein en de Bondgenotenlaan, daar kom ik graag. Ook de buurt rondom de Vismarkt is fijn vertoeven. Vroeger stelde die buurt niet veel voor. Maar sinds een deel van de Mechelsestraat winkelwandelstraat werd, is dat wel anders. ‘ t Is daar trouwens ook heel proper. Iedereen kuist er voor zijn winkel.
Zal het autovrij maken van de Diestsestraat ook een heropleving met zich meebrengen?
In de Diestsestraat, daar kom ik niet. De winkels zijn er verouderd. Je moet je tijd meegaan, maar ja, dat kost veel geld…
Het is leuk wonen in Leuven, toch hoeven we Connie niet te vragen naar de minpunten van het leven in de Mechelsestraat. Die komen tijdens ons gesprek vanzelf naar boven.
Het wegdek van onze straat zat vol putten, dat was dringend aan verandering toe. Nu is het verbeterd. Alleen… de werken zijn al sinds augustus gedaan, maar hier op den hoek ligt nog steeds afval van de werken.
Aan de overkant zijn er ook afbraakwerken aan de gang. Wat zijn de plannen voor dat terrein?
Daar gaan ze woningen bouwen.
Woningen? Sociale woningen?
Connie buigt zich vanuit de deuropening voorover. Haar gezicht ter hoogte van ons notitieboekje: Dat ze hier maar niet teveel sociale woningen bouwen, schrijf dat maar op. Dat trekt ordinair volk aan. Na een jaar of zes zijn die gezinnen weer weg.
Het woord ‘getto’ valt.
Hier achter zijn ook sociale woningen (Valckerijgang). Die mensen laten veel vuil achter.
Weet ge, een tijdje geleden schreven ze hun naam hier bij de buren op de muur. Daarover is klacht ingediend. Maar die mensen hebben geen geld en ook geen familiale verzekering en dan ziet ge uw geld niet terug hé. Ook aan mijn gevel werden vernielingen aangebracht. Ziet ge die aansluiting voor het licht? Na één dag was de buis al scheefgetrokken…
De mensen die hier iets verderop een huis huren, zijn Franstalig. Het is al meerdere keren gebeurd dat ze hun kapotte wasmachine op de stoep zetten. Dat kan toch niet? Ik verwittigde de wijkagent al eens, maar die steekt dan gewoon een briefje in de bus. Daarmee is het probleem niet opgelost hé. Zij spreken immers geen Nederlands. Dus blijft die wasmachine op de stoep verschijnen.
Regelmatig ruim ik zelf ook vuil op dat blijft slingeren in de buurt van ons huis. Eigenlijk zouden de stoepen wat beter onderhouden mogen worden.
Ik vind trouwens ook dat wie een huis verhuurt, het moet opkuisen en onderhouden. Gelukkig mogen huizen niet zomaar meer onderverhuurd worden.
Ze buigt opnieuw voorover en zegt:
Schrijf dat ook maar op. Ik wil hier liefst zo weinig mogelijk studenten (en we hadden al ontdekt dat die massaal in deze buurt wonen). De huizen die ze aan studenten verhuren… Niet alleen heb je zo elk jaar andere studenten in je straat wonen, ook de staat van de huizen wordt er niet beter op. Een aantal vernieuwingen en onderhoudswerken aan de huizen in deze buurt zijn hoog nodig.
Wie een kamer vrij heeft, verhuurt die tegenwoordig aan een student. Ik ben daar geen voorstander van. Ik heb eens geïnformeerd en mij werd verteld dat je tot 45 jaar mag onderverhuren aan studenten om extra inkomsten te hebben. Daarna gaan ze ervan uit dat je financieel ‘binnen’ bent.
Ook de trouwe metgezel van de student, zijn fiets, krijgt er van langs.
Ik zeg het vaak: ‘Je mag je fiets daar niet zetten, zet hem binnen.’ Toch blijft die fiets hier om de hoek tegen de gevel staan. Kijk maar, hij staat er ongetwijfeld weer.
Wie kan, volgens u, een oplossing bieden voor de problemen?
Ah… de wijkagent en de politie. Er is toch meer dan genoeg politie in Leuven, niet?
Connie besluit haar verhaal met twee typerende levensmotto’s. Namelijk: ‘Je moet eerst bij jezelf kijken en dáárna de omgeving verzorgen’. Dit is duidelijk op haar van toepassing. Vermoedelijk zijn niet alleen de gevel, de ramen en de stoep, maar ook de rest van haar huis goed onderhouden. Connie besluit haar verhaal met haar tweede motto: ‘Je moet met de tijd meegaan, je moet verbeteren, niet blijven staan’. Zij legt de lat hoog en verwacht van haar omgeving hetzelfde…